Vitamine D beschermt tegen griep en astma-aanvallen

Vorig jaar maakten we al melding van een epidemiologisch onderzoek waaruit bleek dat een vitamine D tekort bevattelijker maakt voor virusziektes zoals griep en verkoudheid. Nu is door dubbelblind onderzoek vastgesteld dat kinderen die extra vitamine D krijgen hierdoor minder risico lopen op griep. Ook bleek dat kinderen met astma hier veel minder last van hadden met extra vitamine D.
334 schoolkinderen werden in twee groepen verdeeld. De ene helft kreeg van december tot maart 1200ie vitamine D3 per dag. De andere helft kreeg placebocapsules. De diagnose griep werd in deze periode bij 11% van de kinderen in de vitamine D groep gesteld en bij 19% van de kinderen in de placebogroep. Circa 40% minder dus. Bij kinderen die bij aanvang de laagste vitamine D gehaltes hadden was de afname nog sterker (-74%).
Ook keek men naar het aantal aanvallen van astma onder kinderen die eerder al als astmatisch waren bestempeld. In de vitamine D groep werden slechts twee aanvallen van astma geconstateerd t.o.v. twaalf in de placebogroep.
Am J Clin Nutr (March 10, 2010). doi:10.3945/ajcn.2009.29094

Optimale hoeveelheid selenium

Uit twee eerdere door ons gepubliceerde artikelen over selenium – Beschermt selenium tegen kanker? en Selenium en de bloedvaten kunnen we opmaken dat de optimale seleniumgehaltes in het bloedplasma rond de 150 ng/ml moeten liggen. Aanmerkelijk lagere gehaltes verhogen het risico op kanker en cardiovasculaire aandoeningen terwijl veel hogere gehaltes geen extra bescherming bieden en mogelijk de kans op diabetes enigermate verhogen (te lage seleniumgehaltes verhogen het diabetesrisico iig). Ook bleek uit het artikel over selenium en kanker dat er bewijzen bestaan dat de voeding in Nederland te weinig van het mineraal bevat om dergelijke gehaltes te bewerkstelligen. Hoeveel selenium er precies nodig is bleef echter onduidelijk. Hier is nu meer over te zeggen aan de hand van een Engels onderzoek. Lees “Optimale hoeveelheid selenium” verder

Lycopeen bij hersentumoren

In een Indiase studie bleken mensen met een kwaadaardige hersentumor baat te hebben bij extra lycopeen.
Patiënten met glioma’s met een hoge graad hebben een lage levensverwachting. Bijna iedereen is na 1 1/2 jaar overleden. Vijftig van dergelijke patiënten met een hersentumor – de meesten hadden een glioblastoom – kregen na de operatie de standaardbehandeling van bestralingen en paclitaxel. De helft kreeg tevens 8mg lycopeen per dag en de anderen een placebo. De gemiddelde levensduur vanaf de start van het onderzoek was 66 weken in de lycopeengroep en 38 weken in de placebogroep.
Neurol India. 2010 Jan-Feb;58(1):20-3.
Gerelateerd: Lycopeen

Resveratrol en chemotherapie, wisselwerking

Eén van de potentieel gunstige effecten van resveratrol, een fytoalexine uit o.a. rode wijn, is de kankerremmende werking. Deze is aangetoond in een groot aantal laboratorium- en dierproeven. In de reageerbuis belemmert resveratrol op diverse manieren de ontwikkeling van kankercellen. Het reguleert ontstekingsbevorderende stoffen, het bevordert de celdood van kankercellen en remt de vorming van nieuwe bloedvaten vanuit een tumor (angiogenese). Ook verhoogt resveratrol het gehalte van een antioxidantenzyme (SODMn) etc. etc. Dubbelblind onderzoek bij mensen met kanker is echter nog niet uitgevoerd. Vanwege deze bevindingen nemen kankerpatiënten soms resveratrol in de hoop de kans op genezing te vergroten. Van belang is te weten of er een wisselwerking met medicatie bestaat. Enkele recente dierproeven wijzen erop dat met één veelgebruikt medicijn bij kanker er een positieve en met een ander er een mogelijk negatieve wisselwerking bestaat.
Muizen met een tumor die extra resveratrol kregen ondergingen hiervan een positieve invloed. Het gehalte van diverse stoffen die de ernst van de aandoening aangeven (CRP, TNF-alpha en leucocyten) daalde en de tumor werd kleiner. In de gegeven doses sterker dan bij toediening van het veelgebruikte cytostaticum cisplatine. Als beiden tegelijk werden toegediend dan verschrompelde de tumor nog sterker. Cisplatine brengt schade toe aan het hart. Uit andere dierproeven bleek dat deze schade werd verminderd door toediening van resveratrol.
Wellicht is het voorlopig echter niet verstandig resveratrol samen met paclitaxel (Taxol ) te gebruiken. Uit laboratoriumonderzoek bleek dat sommige kankercelllijnen ongevoeliger werden voor de schadelijke werking van paclitaxel door gelijktijdige toediening van resveratrol.

Chemotherapy. 2010 Mar 19;56(1):60-65.
Cancer Biother Radiopharm. 2009 Dec;24(6):675-80
Eur J Cancer. 2010 Mar 9.

Gerelateerd: BITTER IN DE MOND, MAAKT HET HART GEZOND?..

Visolie beschermt tegen psychoses

De afgelopen 15 jaar zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd met visolie – vooral het omega-3 vetzuur EPA – bij schizofreniepatiënten. Deze hebben wisselende resultaten opgeleverd. We vermoeden dat bij mensen die antipsychotica tegen psychoses gebruiken van extra visolie slechts een gering positief effect op de psychische gesteldheid uit kan gaan. Wel blijft het verstandig voor hen om de inname van omega-3 vetzuren op peil te houden. Al was het alleen al vanwege de bescherming tegen dementie, depressiviteit en cardiovasculaire aandoeningen etc.
Antipsychotica worden soms ook gegeven aan mensen die nog nooit een psychose hebben gehad. Vooral jonge mensen met psychische problemen kunnen door een psychiater als een risicogeval voor mogelijke toekomstige psychoses worden beschouwd. Statistisch gezien hebben dergelijke patiënten 20% kans spoedig psychotisch te worden. Krijgen zij bijvoorbeeld een lage doses risperidon dan wordt dit percentage sterk verlaagd. Dit medicijn moet echter langdurig geslikt worden en kent dan diverse nadelige bijwerkingen zoals gewichtstoename, een grotere kans op diabetes en op den duur bewegingsstoornissen. Daarom deed men onderzoek naar het effect van extra visolie bij dergelijke patiënten.

 


Tachtig adolescenten en jong volwassenen die vanwege prepsychotische klachten een hoog risico op een psychose werd toegedicht werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg capsules met 700 mg EPA en 480 mg DHA per dag en de andere groep kreeg een placebo. Na 12 maanden bleek 4,9% uit de visoliegroep en 27,5% uit de placebogroep een psychose te hebben gekregen. Ook op allerlei andere aspecten van geestelijk en lichamelijk functioneren zoals nervositeit, humeur, concentratievermogen en misselijkheid scoorden de mensen in de visoliegroep beter dan in de placebogroep.
Arch Gen Psychiatry. 2010 Feb;67(2):146-54.

Vitamines tegen bijwerkingen neuroleptica

Antipsychotica kunnen hele vervelende en ernstige bijwerkingen hebben. Bij de klassieke antipsychotica zoals Haldol, Semap en Imap, zijn de stoornissen van het bewegingsapparaat zoals trillen, ongecontroleerde bewegingen en innerlijke onrust met bewegingsdrang (acathisie) vaak ernstiger en treden vaker op dan bij de nieuwere atypische middelen zoals risperidon en Zyprexa. Er is ook een verband tussen deze bewegingsstoornissen en belemmeringen in het denkvermogen t.g.v. de medicatie. Soms is voor behandelaars niet duidelijk welke symptomen met de ziekte en welke met de medicatie te maken hebben. Een chronische stoornis van het bewegingsapparaat als bijwerking van neuroleptica wordt tardieve dyskinesie genoemd. Bij dit soort symptomen kunnen enkele vitamines in hoge dosering verbeteringen teweegbrengen.

Vitamine B6 en Acathisie
Twee onderzoeken toonden verbetering door een kortdurende behandeling van 1200mg vitamine B6 per dag bij patiënten met de diagnose schizofrenie of schizoaffectieve stoornis die last hadden van acute acathisie (innerlijke onrust en bewegingsdrang). In het ene onderzoek trad bij 80% duidelijke vermindering van de klachten op t.o.v. 30% in de placebogroep. In het andere onderzoek waren deze percentages respectievelijk 56% en 6%. In dat onderzoek was ook een groep die voor de acathisie het antidepressivum mianserin (verwand aan Remeron) kreeg. In deze groep was de klachtenvermindering vergelijkbaar met de vitamine B6 groep.
J Clin Psychiatry. 2004 Nov;65(11):1550-4.
Clin Neuropharmacol. 2006 Mar-Apr;29(2):68-72.

Vitamine B6 en tardieve dyskinesie
Ook zijn er enkele onderzoeken die verbeteringen lieten zien door vitamine B6 bij tardieve dyskinesie. In het eerste onderzoek met 15 patiënten die anti-psychotica gebruikten voor schizofrenie of schizoaffectieve stoornis kreeg men gedurende twee periodes van 4 weken vitamine B6 of een placebo. De dosis vitamine B6 was gedurende de eerste week 100mg. Dit werd opgevoerd tot 400mg in de vierde week. De vitamine B6 verminderde de ongecontroleerde en abnormale bewegingen en spierspasmes in het gezicht, de armen en de benen aanmerkelijk. Op een schaal waarop deze symptomen werden beoordeeld daalde deze score van 7,1 naar 2,3. De parkinsonismeverschijnselen (trillen en rigiditeit) verminderden ook. Op die schaal van 21 naar 7,4. De onderzoekers achten 300mg vitamine B6 per dag effectief bij tardieve dyskinesie.
Am J Psychiatry 158:1511-1514, September 2001
Een anderzoek liet soortgelijke grote verbeteringen zien. Nu betrof het een iets groter onderzoek onder 50 patiënten waarbij gedurende 12 weken 1200mg vitamine B6 per dag werd geslikt.
J Clin Psychiatry. 2007 Nov;68(11):1648-54.

Vitamine E en tardieve dyskinesie Lees “Vitamines tegen bijwerkingen neuroleptica” verder

Voedingsstoffen bij ADHD

De voedingsstoffen magnesium, vitamine B6 en zink hebben alle drie vele functies in de hersenstofwisseling. Ze zijn alle drie betrokken bij de stofwisseling van de essentiële vetzuren. Een verstoring hiervan wordt als mogelijke oorzaak van ADHD –ernstige aandachts-, impulsiviteits-, en hyperactiviteitsproblemen – gezien. Ook zijn deze voedingsstoffen betrokken bij de melatonine- en dopaminesynthese die ook een rol spelen bij ADHD.
Een magnesiumtekort brengt bij dieren hyperactiveit teweeg. Daarom gingen wetenschappers het magnesiumgehalte bepalen van ADHD patiënten. Het bleek dat zij vaak een tekort aan dit mineraal hadden. Niet zozeer in het bloed(serum) als wel in de rode bloedcellen. Aangenomen wordt dat het magnesiumgehalte in de hersenen gerelateerd is aan het gehalte in de rode bloedlichaampjes.

magnesium in rode bloedcellen
magnesium in rode bloedcellen

Diverse klinische onderzoeken zijn uitgevoerd met magnesium. Bij de meesten werd tevens extra  vitamin B6 gegeven omdat deze vitamine betrokken is bij de opname van magnesium in de rode bloedcellen.  Een typische dosering is 6 mg magnesium  per kg lichaamsgewicht per dag plus 0,6 of 0,8 mg vitamine B6/ kg/dag. Deze onderzoeken lieten allen een positieve werking zien en dat na het stoppen van de behandeling de symptomen na enkele weken weer verergerden.
Journal of the American College of Nutrition, Vol. 23, No. 5, 545S-548S (2004)
Eksp Klin Farmakol. 2006 Jan-Feb;69(1):74-7.
Magnes Res. 2006 Mar;19(1):46-52.

Zink
De onderzoeken met zink zijn minder talrijk dan die met magnesium/vitamine B6 maar de twee studies die we hebben gevonden zijn wel van betere kwaliteit en met meer proefpersonen.
400 kinderen van rond de 10 jaar met ADHD werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg 40mg zink per dag en de andere groep een placebo. Na 12 weken werden op drie manieren het gedrag en de klachten van de kinderen beoordeeld. Door een test, een vragenlijst voor de ouders en een vragenlijst voor de onderwijzers. De kinderen in de zinkgroep scoorden beter wat betreft hyperactiviteit, impulsiviteit en sociaal gedrag dan de kinderen in de placebogroep. De zink had geen effect op het concentratievermogen. Uit verdere analyse bleek dat de wat oudere kinderen met overgewicht en een laag zinkgehalte bij aanvang het best reageerden op de zinksuppletie.
Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry. 2004 Jan;28(1):181-90.

In een ander onderzoek kregen kinderen met ADHD, die voordien nog geen medicatie hiervoor hadden gekregen, Ritalin plus 15mg zink per dag of Ritalin plus een placebo. Ook in dit onderzoek deden de kinderen die ook de zink hadden gekregen het een stuk beter, zoals te zien is in onderstaande grafiek.
zink-adhd
BMC Psychiatry. 2004 Apr 8;4:9.

Carnitine Lees “Voedingsstoffen bij ADHD” verder

Vitamine D en testosteron

zonachterwolkenVitamine D is nodig voor sterke spieren, zoals bleek uit enkele onderzoeken. De wijze waarop vitamine D de spieren versterkt is niet helemaal duidelijk maar uit de resultaten van diverse onderzoeken valt op te maken dat er een sterk verband is met het androgene hormoon testosteron. Dit geslachtshormoon is voor zowel mannen als vrouwen van groot belang voor de vorming van spierweefsel, het libido, de vorming van botten en fysieke en mentale energie.

In een onderzoek van de vitamine D wetenschappers Cannell en Hollis staan onderstaande grafieken. Het vitamine D gehalte is na de zomer het hoogst, evenals de spieropbouw na training.

vitdatathl vitdatathl2

Cannell en Hollis menen dat cacitriol, de lichaamsactieve vorm van vitamine D, een anabole (spieropbouwende) werking heeft. Deze androgene werking vervult calcitriol gedeeltelijk door activatie van de leydigercellen die bij mannen testosteron produceren. De gegevens waarop dit onderzoek is gebaseerd komen gedeeltelijk uit de jaren 50. Een wetenschapper, Dr. Abraham Myerson, toonde nog langer geleden aan dat door blootstelling aan UVB stralen, die vitamine D produceren, het testosterongehalte werd verdubbeld. Dergelijke gegevens van lang geleden worden momenteel met de nodige scepsis beschouwd.

Recent vonden Oostenrijkse onderzoekers echter ook een sterk verband tussen vitamine D en testosteron. Lees “Vitamine D en testosteron” verder