vita-info.nl

Voeding en Gezondheid

Page 3 of 45

Nutrigenomics, vitamine E en aspirine

De nieuwe tak van de wetenschap die de relatie bestudeert tussen het menselijk genoom, voeding en gezondheid noemt men nutrigenomics. Het wordt al lang aangenomen dat de individuele behoeftes sterk verschillen en dat dit onder meer afhankelijk is van de genen. Eén van de genen die onderzocht wordt is het COMT gen. Het COMT-gen (catechol-O-methyltransferase) codeert voor het COMT-enzym dat betrokken is bij de inactivering van catecholamines zoals dopamine, epinefrine, norepinefrine en catecholoestrogenen.  Een mutatie in de COMT-locus resulteert in de vervanging van het aminozuur valine met methionine op positie 158 in het enzym. Dit veroorzaakt een afname in het vermogen van het enzym om deze neurotransmitters en catecholoestrogenen te metaboliseren. Door deze mutatie, die veel voorkomt, heb je als mens één van drie varianten van het gen. Deze worden het val/val ( de niet gemuteerde variant, circa 20%-25% van de mensen), het val/met (45%-50% van de bevolking) en het met/met (circa 30%) genotype genoemd. Aangenomen wordt dat dit consequenties heeft voor de psychische gesteldheid en de vatbaarheid voor psychische aandoeningen. Hierover wil ik het nu niet hebben maar wel over andere implicaties.

Cardiovasculaire aandoeningen

Meer lezen

Verzadigd vet update

Het idee dat verzadigd vet slecht is voor hart en bloedvaten ligt de laatste jaren sterk onder vuur van de meer vooruitstrevende voedingswetenschappers. Daarvan zijn de trouwe  lezers van deze pagina’s al op de hoogte. Een groot nieuw onderzoek, uitgevoerd door deels Nederlandse wetenschappers, bevestigt dit beeld.

In onderstaande tabel staan een aantal verzadigde vetten op volgorde van koolstofketenlengte. Van boterzuur tot laurinezuur  zijn de korte en middelange keten verzadigde vetten en myristinezuur tot beheenzuur zijn de lange keten verzadigde vetten.

De vetzuren met de kortste keten, zoals boterzuur, komen maar weinig in de voeding voor. Sterk ruikende kaas en boter die niet meer zo vers is bevatten boterzuur maar de meeste  korte keten vetzuren worden in de dikke darm geproduceerd door de darmflora van resistent zetmeel en andere makkelijk fermenteerbare vezels. Deze korte keten vetzuren zijn een belangrijke voedingsbron voor de darmen.

Meer lezen

Ashwagandha voor meer spierkracht en conditie

Ashwagandha is een lid van de familie van kruiden die wordt aangeduid als adaptogenen. De term adaptogeen wordt toegepast op een kruid met fytonutriënten die het metabolisme reguleren wanneer een lichaam wordt gestoord door fysieke of mentale stress, en het lichaam helpen zich aan te passen door (a) de systeemfuncties te normaliseren, (b) weerstand tegen dergelijke stress in de toekomst te ontwikkelen, en (c) verbeteren van de werking van het lichaam naar een hoger prestatieniveau . De adaptogene kruidenfamilie heeft veel leden, waaronder ashwagandha, rhodiola, ginseng en schisandra. Adaptogenen worden gewoonlijk gebruikt voor stress-verlichting, de gezondheid van de hersenen, bijniergezondheid en voor het verbeteren van de disfunctie van de HPA-as (hypothalamus-hypofyse-bijnier-as. Dit betreft vooral de aanmaak van de “stress”hormonen adrenaline en cortisol). Meer recentelijk worden adaptogenen gebruikt in sportsupplementen die gericht zijn op het verbeteren van de fysieke fitheid.

Spierkracht

Meer lezen

Glutamine tegen zenuwbeschadiging door chemotherapie

Het aminozuur L-glutamine kan mogelijk ernstige bijwerkingen van diverse soorten chemotherapie verminderen zonder dat de effectiviteit van de therapie erdoor wordt verminderd.
Door chemotherapie veroorzaakte perifere neuropathie (CIPN) is een ernstig nadelig effect dat optreedt door neurotoxische middelen die worden gebruikt voor de behandeling van kanker. De schade die deze middelen aan de zenuwcellen veroorzaken leiden tot het ervaren van sensorische symptomen zoals gevoelloosheid, tintelingen, branderig gevoel, pijn, verminderd huidsensatie en vermindering van de reflex (hyporeflexie). Deze symptomen beginnen meestal in de tenen en vingertoppen. Bij ernstige klachten wordt soms de hoeveelheid van de cytostatica verminderd. CIPN komt met name voor bij taxanen (paclitaxel, docetaxel), vinca-alkaloïden (vincristine, vinblastine, vinorel
bine) en platinaverbindingen (cisplatine, carboplatine, oxaliplatine). Enkele kleinere onderzoeken hebben laten zien dat L-glutamine deze bijwerkingen kunnen verminderen bij paclitaxel en oxaliplatine.

Glutamine is normaal gesproken een niet-essentieel aminozuur maar het kan voorwaardelijk essentieel worden bij patiënten met kanker die glutamine depletie ervaren als gevolg van verhoogde katabole (afbraak) stress. In vivo studies – dierproeven – suggereren dat glutamine de tumorgroei kan verminderen door het immuunsysteem van de gastheer te stimuleren. Er is ook gevonden dat het andere chemotherapeutische bijwerkingen vermindert, zoals spierpijn, gewrichtspijn, mucositis (ontstekingen aan de slijmvliezen), diarree, cardiotoxiciteit en ernstig gewichtsverlies. Bovendien is aangetoond dat glutamine de zenuwgroeifactor opwaarts reguleert in diermodellen. Een soortgelijk effect bij mensen kan een neurobeschermend voordeel verschaffen, waardoor CIPN wordt verminderd. Daarom hebben diverse onderzoekers experimenten uitgevoerd bij kankerpatiënten om te kijken of glutamine leidt tot vermindering van neuropathische klachten.

Meer lezen

Vitamines en mineralen bij brandwonden

In een attractiepark in Taiwan is in 2015 tijdens een concert een ernstig ongeluk gebeurd waarbij ongeveer 500 mensen brandwonden opliepen.  Een groep patiënten die extra vitamines en calcium en magnesium kregen herstelden sneller en liepen veel minder risico op sepsis en wondinfecties.

Meer lezen

Alfa-liponzuur verlaagt hoge bloeddruk en microalbuminurie

Beroerte

Onlangs is een onderzoek uitgevoerd bij mensen die recentelijk een beroerte hadden gehad. Alfa-liponzuur liet zowel de bloeddruk als het nuchtere bloedsuikergehalte dalen.

SBP = systolische bloeddruk. DBP= diastolische bloeddruk. FBS = nuchter bloedsuikergehalte. ( In Nederland wordt dit uitgedrukt in mmol/L 109,5 mg/dl = 6,1 mmol/L)

Het onderzoek had 67 deelnemers die gedurende 12 weken een placebo of een capsule met 600 mg alfa liponzuur dagelijks kregen. Ondanks medicatie was vooraf de bloeddruk nog aan de hoge kant. Zoals u in de grafiek kunt zien waren de bloeddruk en het bloedsuikergehalte verbeterd in de alfa-liponzuurgroep.

Meer lezen

Koolhydraatarm dieet verbruikt vaak meer energie

Een groep wetenschappers van Harvard voerde onlangs experimenten uit met mensen met overgewicht die wilden afvallen. Men wist aan te tonen dat op een dieet met weinig koolhydraten en relatief veel vet het energieverbruik een stuk groter was.

De groep onderzoekers stond onder leiding van Carla Ebbeling en David Ludwig. Deze Ludwig heeft ook populair wetenschappelijk boeken geschreven waaronder Altijd Trek? Hierin stelt hij dat het hoge insulinepeil door het hoge gehalte koolhydraten de oorzaak is van obesitas. Vooral omdat dit de eetlust stimuleert en omdat een overmaat aan insuline ervoor zorgt dat de opslag van calorieën in vet wordt gestimuleerd. Ludwig`s basisstrategie verloopt in 3 fasen:

  1. Duur: ongeveer 2 weken.  Het voedsel dient in die periode te bestaan uit 50% vet, 25% eiwit en 25% complexe koolhydraten met een relatief lage glycemische index.
  2. Duur: 1 maand of langer. De maaltijden dienen die maand te bestaan uit 40% vet, 25% eiwit en 35% complexe koolhydraten.
  3. Duur: voor de rest van je leven. Volg een voedingspatroon dat uit 40% vet, 20% eiwit en 40% complexe koolhydraten bestaat. Zorg daarnaast voor aangename lichaamsbeweging, goede slaap en weinig stress om het metabolisme te verhogen.

Hij ontwikkelde het ‘koolhydraat-insulinemodel van obesitas’. De verhoogde verhouding van insuline- tot glucagonconcentraties na consumptie van een maaltijd met een hoge glycemische belasting leidt de metabole brandstoffen weg van oxidatie en naar opslag in vetweefsel. Deze fysiologische toestand wordt verondersteld om honger en eetbuien te verhogen, lagere energie-uitgaven, en maken daardoor vatbaar voor gewichtstoename, vooral bij mensen met van nature hoge insulinesecretie.

Meer lezen

Acetyl l-carnitine tegen depressies

Foto: PDPics @ Pixabay

Acetyl-L-carnitine – een variant van de voedingsstof L-carnitine – blijkt volgens een meta-analyse een tamelijk sterke antidepressieve werking te hebben. Vooral bij mensen die niet meer zo jong zijn.

Uit onderzoek blijkt dat de vetstofwisseling belangrijk is voor wat neuroplasticiteit wordt genoemd. Hiermee wordt het herstel-, veranderings- en aanpassingsvermogen van de hersenen bedoeld. Verstoringen van dit lipidemetabolisme komen vaak voor bij depressieve personen. Aangezien carnitine een rol lijkt te spelen in dit lipidemetabolisme en bovendien in de stofwisseling in de hersenen van diverse neurotrofe factoren – met name zenuwgroeifactor (nerve growth factor) – en van neurotransmitters (acetylcholine, dopamine en GABA) zijn een aantal onderzoekers bezig met een mogelijke rol van carnitinesuppletie bij de behandeling van depressies. ALC (acetyl-L-carnitine) is in relatief hoge niveaus aanwezig in de hersenen en ook in de hypothalamus. ALC kan gemakkelijk de bloed-hersenbarrière passeren en dus zou aanvulling met deze verbinding het hersenmetabolisme mogelijk kunnen beïnvloeden. Daarom wordt in onderzoek bij neurologische en psychische aandoeningen deze vorm van carnitine gebruikt. De studies met mensen met depressies of aandoeningen waarbij chronische neerslachtigheid een aspect van het ziektebeeld is zijn onlangs in een overzichtsartikel en meta-analyse samengevoegd.

Meer lezen

Page 3 of 45

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén