Vitamines tegen bijwerkingen neuroleptica

Antipsychotica kunnen hele vervelende en ernstige bijwerkingen hebben. Bij de klassieke antipsychotica zoals Haldol, Semap en Imap, zijn de stoornissen van het bewegingsapparaat zoals trillen, ongecontroleerde bewegingen en innerlijke onrust met bewegingsdrang (acathisie) vaak ernstiger en treden vaker op dan bij de nieuwere atypische middelen zoals risperidon en Zyprexa. Er is ook een verband tussen deze bewegingsstoornissen en belemmeringen in het denkvermogen t.g.v. de medicatie. Soms is voor behandelaars niet duidelijk welke symptomen met de ziekte en welke met de medicatie te maken hebben. Een chronische stoornis van het bewegingsapparaat als bijwerking van neuroleptica wordt tardieve dyskinesie genoemd. Bij dit soort symptomen kunnen enkele vitamines in hoge dosering verbeteringen teweegbrengen.

Vitamine B6 en Acathisie
Twee onderzoeken toonden verbetering door een kortdurende behandeling van 1200mg vitamine B6 per dag bij patiënten met de diagnose schizofrenie of schizoaffectieve stoornis die last hadden van acute acathisie (innerlijke onrust en bewegingsdrang). In het ene onderzoek trad bij 80% duidelijke vermindering van de klachten op t.o.v. 30% in de placebogroep. In het andere onderzoek waren deze percentages respectievelijk 56% en 6%. In dat onderzoek was ook een groep die voor de acathisie het antidepressivum mianserin (verwand aan Remeron) kreeg. In deze groep was de klachtenvermindering vergelijkbaar met de vitamine B6 groep.
J Clin Psychiatry. 2004 Nov;65(11):1550-4.
Clin Neuropharmacol. 2006 Mar-Apr;29(2):68-72.

Vitamine B6 en tardieve dyskinesie
Ook zijn er enkele onderzoeken die verbeteringen lieten zien door vitamine B6 bij tardieve dyskinesie. In het eerste onderzoek met 15 patiënten die anti-psychotica gebruikten voor schizofrenie of schizoaffectieve stoornis kreeg men gedurende twee periodes van 4 weken vitamine B6 of een placebo. De dosis vitamine B6 was gedurende de eerste week 100mg. Dit werd opgevoerd tot 400mg in de vierde week. De vitamine B6 verminderde de ongecontroleerde en abnormale bewegingen en spierspasmes in het gezicht, de armen en de benen aanmerkelijk. Op een schaal waarop deze symptomen werden beoordeeld daalde deze score van 7,1 naar 2,3. De parkinsonismeverschijnselen (trillen en rigiditeit) verminderden ook. Op die schaal van 21 naar 7,4. De onderzoekers achten 300mg vitamine B6 per dag effectief bij tardieve dyskinesie.
Am J Psychiatry 158:1511-1514, September 2001
Een anderzoek liet soortgelijke grote verbeteringen zien. Nu betrof het een iets groter onderzoek onder 50 patiënten waarbij gedurende 12 weken 1200mg vitamine B6 per dag werd geslikt.
J Clin Psychiatry. 2007 Nov;68(11):1648-54.

Vitamine E en tardieve dyskinesie Lees “Vitamines tegen bijwerkingen neuroleptica” verder

Voedingsstoffen bij ADHD

De voedingsstoffen magnesium, vitamine B6 en zink hebben alle drie vele functies in de hersenstofwisseling. Ze zijn alle drie betrokken bij de stofwisseling van de essentiële vetzuren. Een verstoring hiervan wordt als mogelijke oorzaak van ADHD –ernstige aandachts-, impulsiviteits-, en hyperactiviteitsproblemen – gezien. Ook zijn deze voedingsstoffen betrokken bij de melatonine- en dopaminesynthese die ook een rol spelen bij ADHD.
Een magnesiumtekort brengt bij dieren hyperactiveit teweeg. Daarom gingen wetenschappers het magnesiumgehalte bepalen van ADHD patiënten. Het bleek dat zij vaak een tekort aan dit mineraal hadden. Niet zozeer in het bloed(serum) als wel in de rode bloedcellen. Aangenomen wordt dat het magnesiumgehalte in de hersenen gerelateerd is aan het gehalte in de rode bloedlichaampjes.

magnesium in rode bloedcellen
magnesium in rode bloedcellen

Diverse klinische onderzoeken zijn uitgevoerd met magnesium. Bij de meesten werd tevens extra  vitamin B6 gegeven omdat deze vitamine betrokken is bij de opname van magnesium in de rode bloedcellen.  Een typische dosering is 6 mg magnesium  per kg lichaamsgewicht per dag plus 0,6 of 0,8 mg vitamine B6/ kg/dag. Deze onderzoeken lieten allen een positieve werking zien en dat na het stoppen van de behandeling de symptomen na enkele weken weer verergerden.
Journal of the American College of Nutrition, Vol. 23, No. 5, 545S-548S (2004)
Eksp Klin Farmakol. 2006 Jan-Feb;69(1):74-7.
Magnes Res. 2006 Mar;19(1):46-52.

Zink
De onderzoeken met zink zijn minder talrijk dan die met magnesium/vitamine B6 maar de twee studies die we hebben gevonden zijn wel van betere kwaliteit en met meer proefpersonen.
400 kinderen van rond de 10 jaar met ADHD werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg 40mg zink per dag en de andere groep een placebo. Na 12 weken werden op drie manieren het gedrag en de klachten van de kinderen beoordeeld. Door een test, een vragenlijst voor de ouders en een vragenlijst voor de onderwijzers. De kinderen in de zinkgroep scoorden beter wat betreft hyperactiviteit, impulsiviteit en sociaal gedrag dan de kinderen in de placebogroep. De zink had geen effect op het concentratievermogen. Uit verdere analyse bleek dat de wat oudere kinderen met overgewicht en een laag zinkgehalte bij aanvang het best reageerden op de zinksuppletie.
Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry. 2004 Jan;28(1):181-90.

In een ander onderzoek kregen kinderen met ADHD, die voordien nog geen medicatie hiervoor hadden gekregen, Ritalin plus 15mg zink per dag of Ritalin plus een placebo. Ook in dit onderzoek deden de kinderen die ook de zink hadden gekregen het een stuk beter, zoals te zien is in onderstaande grafiek.
zink-adhd
BMC Psychiatry. 2004 Apr 8;4:9.

Carnitine Lees “Voedingsstoffen bij ADHD” verder

EPA Visolie en borderline stoornis

Mensen die lijden aan de psychische aandoening met de ongelukkige naam borderline persoonlijkheidsstoornis kunnen te kampen hebben met stemmingswisselingen, verlatingsangst, woedeaanvallen, zelfvernietigingsdrang en psychotische verschijnselen. Dertig jonge vrouwen die aan deze ziekte leden en hiervoor op dat moment geen medicijnen ontvingen deden mee aan een dubbelblind onderzoek. Twintig personen kregen een visolie-extract te slikken met 1000mg EPA per dag (het extract bevatte geen DHA); de andere tien kregen placebo’s. Tijdens het acht weken durende onderzoek werden geregeld tests uitgevoerd om de agressiviteit en de depressiviteit van de vrouwen te meten. De verminderde agressie en depressie die in beiden groepen optrad was aanmerkelijk groter in de EPA groep dan in de placebogroep. Opmerkelijk was ook dat reeds na twee weken de gemeten agressiviteit in de EPA visolie groep sterk was gedaald terwijl dit in de placebogroep nog constant was gebleven. Nadelige bijwerkingen zijn niet gemeld. (Am J Psychiatry, 2003)

In een andere onderzoek met min of meer soortgelijke patiënten hadden de omega 3 vetzuren ook een gunstige werking. Lees “EPA Visolie en borderline stoornis” verder

Omega-3 vetzuren en depressiviteit

Uit diverse studies komt naar voren dat mensen die lijden aan depressies lage gehaltes van de vetzuren uit vis (EPA en DHA) in hun bloed en celmembranen hebben. Dit bleek o.a. uit de Rotterdam Studie. Men vergeleek 264 personen van 60 jaar en ouder die leden aan depressies met 461 mensen zonder symptomen van depressiviteit.Voor mensen waarbij geen artherosclerose (aderverkalking) was vastgesteld en geen verhoogde C-reactive proteïne, gold dat depressieve personen een hoger gehalte omega-6 vetzuren (linolzuur en arachidonzuur) t.o.v. omega-3 vetzuren (EPA,DHA en alfa linoleenzuur) hadden dan niet depressieve personen en lagere gehaltes omega-3 vetzuren. Bij mensen met aderverkalking bestond dit verband niet. Ook de niet-depressieven met dichtslibbende aderen hadden relatief lage omega-3 en hoge omega-6 vetzuren. Hieruit concluderen de onderzoekers dat het verband Lees “Omega-3 vetzuren en depressiviteit” verder

Sint-janskruid

Omschrijving: Sint-janskruid als farmaceutische specialité wordt vervaardigd uit de hele of gesneden rijpe knoppen van Hypericum perforatum, geoogst in de bloeitijd. Toepassingen van preparaten vervaardigd op basis van alcoholische aftreksels (50-60% ethanol of 80% methanol) en tincturen (49-50% ethanol)

 

Klinische studies Lees “Sint-janskruid” verder

St Janskruid, superieur antidepressivum

Enkele jaren geleden schreef ik in samenwerking met een collega deze studie over st janskruid als middel tegen depressiviteit.. Vele bewijzen konden we vinden over de effectiviteit van St Janskruid tegen lichte en matige depressiviteit, terwijl de resultaten bij zware depressiviteit wisselend zijn. Bij een nog kort durende zware depressie bestaat er kans op verbetering door St Janskruid maar bij een zware depressie die al lange tijd duurt biedt ook St Janskruid niet veel hoop. In het algemeen houden de resultaten van St Janskruid minstens gelijke tred met de synthetische antidepressiva. Het grote voordeel t.o.v. deze medicatie zijn de veel geringere bijwerkingen, zowel wat betreft aantal als ernst.

Nu is er een Cochrane review verschenen over deze toepassing Lees “St Janskruid, superieur antidepressivum” verder