Acetylcysteïne bij schizofrenie

N-acetylcysteïne (NAC) kan mogelijk helpen om het lijden van chronische schizofreniepatiënten te verlichten.

NAC is het stabiele derivaat van het aminozuur l-cysteïne. Het wordt onder meer toegepast bij aandoeningen van de luchtwegen en van de lever. NAC kan het gehalte van het enzym glutathion verhogen. Uit eerder onderzoek is bekend  dat bij schizofreniepatiënten het gehalte van deze belangrijke antioxidant in de hersenen is verlaagd – hetzij door de ziekte zelf, hetzij door de medicatie. Dit zorgt voor meer oxidatieve stress in de hersenen en bovendien speelt glutathion een rol  in het glutamaat metabolisme in de hersenen, dat een rol speelt in schizofrenie. Daarom deed men in Australië onderzoek naar het effect van NAC bij dergelijke patiënten. Lees “Acetylcysteïne bij schizofrenie” verder

SAM-e samen met antidepressiva bij zware depressies

Het natuurlijke middel SAM-e (S-adenosyl methionine) kan mogelijk zwaar depressieve patiënten die niet voldoende baat hebben bij anti-depressiva helpen om weer beter te worden.

In één van de laatste en beste uitgevoerde studies met SAM-e werd dit middel gecombineerd met de medicatie die de patiënten al gebruikten. Het betrof een onderzoek onder 73 zwaar depressieve patiënten (Hamilton Depression Scale >17) die al vaker behandeld waren met medicijnen en hier geen of weinig baat bij hadden. Men kreeg in combinatie met de medicatie ( een verscheidenheid aan SSRI’s) twee maal daags 400 mg – 800 mg SAMe of placebo’s.

Vermindering van de symptomen in de loop van de zes weken

Lees “SAM-e samen met antidepressiva bij zware depressies” verder

Theanine, alertheid en nervositeit

Thee bevat caffeïne – groene thee ongeveer 25mg per kop- maar desondanks kunnen de meeste mensen vlak voor ze naar bed gaan nog gerust een beker groene thee drinken. Dit heeft zelfs nog een ontspannende werking. Hiervoor verantwoordelijk is het aminozuur l-theanine dat in kleine hoeveelheden in groene en witte thee aanwezig is. Het gehalte varieert van 10mg tot 50mg per kopje. De helaas vaak duurdere, zoetere soorten groene thee bevatten het hoogste theaninegehalte.

Sinds 1964 is l-theanine in Japan verkrijgbaar als supplement of als toevoeging aan voedingsmiddelen. In de loop van de tijd zijn er een aantal onderzoeken verschenen naar o.a. de psychische effecten van theanine. Onlangs verscheen opnieuw een dergelijk onderzoek dat typerend is voor soortgelijke studies:

Een groep gezonde studenten onderging eerst een test (manifest anxiety scale) die de mate van angstigheid en nervositeit mat. Lees “Theanine, alertheid en nervositeit” verder

Visolie tegen depressiviteit bij ziekte van Parkinson

Depressiviteit is een veel voorkomend psychisch verschijnsel van de ziekte van Parkinson. Uit onderzoek blijkt dat extra visolie het humeur kan verbeteren bij mensen die aan deze ziekte lijden.

In een 12 weken durend onderzoek onder 29 depressieve Parkinsonpatiënten, waarvan een deel anti-depressiva gebruikten, werd 1200mg omega-3 vetzuren (720mg EPA en 480mg DHA) per dag gegeven of placebocapsules. Bij 42% van de patiënten die de visolie gekregen had verminderden de depressieve klachten duidelijk. Bij hen verbeterden de scores op testen die de ernst van de depressieve klachten aangeeft met minstens 50% terwijl dit maar bij 6% van de mensen in de placebogroep het geval was.

J Affect Disord. 2008 Dec;111(2-3):351-9. Epub 2008 May 15.

Vitamine C verbetert humeur ziekenhuispatiënten

Vitamine C heeft zeer veel functies in het lichaam. Wat betreft het psychisch functioneren speelt het een rol in de vorming van neurotransmitters. Het is nodig voor de vorming van tyrosine uit het aminozuur fenylalanine. Tyrosine is weer een voorloper van de neurotransmitters dopamine en norepinefrine. Van oudsher is ook bekend dat scheurbuik – een extreem vitamine C tekort – gepaard gaat met ernstige psychische klachten. Ook vitamine D speelt een rol in het hersenmetabolisme en bij depressieve mensen treft men gemiddeld lagere vitamine D gehaltes aan. Het is echter onduidelijk of dit een gevolg dan wel een oorzaak is van depressieve klachten. Nu blijkt uit dubbelblind onderzoek onder ziekenhuispatiënten dat extra vitamine C het humeur snel kan verbeteren terwijl vitamine D op korte termijn dat effect niet heeft. Lees “Vitamine C verbetert humeur ziekenhuispatiënten” verder

Visolie beschermt tegen psychoses

De afgelopen 15 jaar zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd met visolie – vooral het omega-3 vetzuur EPA – bij schizofreniepatiënten. Deze hebben wisselende resultaten opgeleverd. We vermoeden dat bij mensen die antipsychotica tegen psychoses gebruiken van extra visolie slechts een gering positief effect op de psychische gesteldheid uit kan gaan. Wel blijft het verstandig voor hen om de inname van omega-3 vetzuren op peil te houden. Al was het alleen al vanwege de bescherming tegen dementie, depressiviteit en cardiovasculaire aandoeningen etc.
Antipsychotica worden soms ook gegeven aan mensen die nog nooit een psychose hebben gehad. Vooral jonge mensen met psychische problemen kunnen door een psychiater als een risicogeval voor mogelijke toekomstige psychoses worden beschouwd. Statistisch gezien hebben dergelijke patiënten 20% kans spoedig psychotisch te worden. Krijgen zij bijvoorbeeld een lage doses risperidon dan wordt dit percentage sterk verlaagd. Dit medicijn moet echter langdurig geslikt worden en kent dan diverse nadelige bijwerkingen zoals gewichtstoename, een grotere kans op diabetes en op den duur bewegingsstoornissen. Daarom deed men onderzoek naar het effect van extra visolie bij dergelijke patiënten.

 


Tachtig adolescenten en jong volwassenen die vanwege prepsychotische klachten een hoog risico op een psychose werd toegedicht werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg capsules met 700 mg EPA en 480 mg DHA per dag en de andere groep kreeg een placebo. Na 12 maanden bleek 4,9% uit de visoliegroep en 27,5% uit de placebogroep een psychose te hebben gekregen. Ook op allerlei andere aspecten van geestelijk en lichamelijk functioneren zoals nervositeit, humeur, concentratievermogen en misselijkheid scoorden de mensen in de visoliegroep beter dan in de placebogroep.
Arch Gen Psychiatry. 2010 Feb;67(2):146-54.

Vitamines tegen bijwerkingen neuroleptica

Antipsychotica kunnen hele vervelende en ernstige bijwerkingen hebben. Bij de klassieke antipsychotica zoals Haldol, Semap en Imap, zijn de stoornissen van het bewegingsapparaat zoals trillen, ongecontroleerde bewegingen en innerlijke onrust met bewegingsdrang (acathisie) vaak ernstiger en treden vaker op dan bij de nieuwere atypische middelen zoals risperidon en Zyprexa. Er is ook een verband tussen deze bewegingsstoornissen en belemmeringen in het denkvermogen t.g.v. de medicatie. Soms is voor behandelaars niet duidelijk welke symptomen met de ziekte en welke met de medicatie te maken hebben. Een chronische stoornis van het bewegingsapparaat als bijwerking van neuroleptica wordt tardieve dyskinesie genoemd. Bij dit soort symptomen kunnen enkele vitamines in hoge dosering verbeteringen teweegbrengen.

Vitamine B6 en Acathisie
Twee onderzoeken toonden verbetering door een kortdurende behandeling van 1200mg vitamine B6 per dag bij patiënten met de diagnose schizofrenie of schizoaffectieve stoornis die last hadden van acute acathisie (innerlijke onrust en bewegingsdrang). In het ene onderzoek trad bij 80% duidelijke vermindering van de klachten op t.o.v. 30% in de placebogroep. In het andere onderzoek waren deze percentages respectievelijk 56% en 6%. In dat onderzoek was ook een groep die voor de acathisie het antidepressivum mianserin (verwand aan Remeron) kreeg. In deze groep was de klachtenvermindering vergelijkbaar met de vitamine B6 groep.
J Clin Psychiatry. 2004 Nov;65(11):1550-4.
Clin Neuropharmacol. 2006 Mar-Apr;29(2):68-72.

Vitamine B6 en tardieve dyskinesie
Ook zijn er enkele onderzoeken die verbeteringen lieten zien door vitamine B6 bij tardieve dyskinesie. In het eerste onderzoek met 15 patiënten die anti-psychotica gebruikten voor schizofrenie of schizoaffectieve stoornis kreeg men gedurende twee periodes van 4 weken vitamine B6 of een placebo. De dosis vitamine B6 was gedurende de eerste week 100mg. Dit werd opgevoerd tot 400mg in de vierde week. De vitamine B6 verminderde de ongecontroleerde en abnormale bewegingen en spierspasmes in het gezicht, de armen en de benen aanmerkelijk. Op een schaal waarop deze symptomen werden beoordeeld daalde deze score van 7,1 naar 2,3. De parkinsonismeverschijnselen (trillen en rigiditeit) verminderden ook. Op die schaal van 21 naar 7,4. De onderzoekers achten 300mg vitamine B6 per dag effectief bij tardieve dyskinesie.
Am J Psychiatry 158:1511-1514, September 2001
Een anderzoek liet soortgelijke grote verbeteringen zien. Nu betrof het een iets groter onderzoek onder 50 patiënten waarbij gedurende 12 weken 1200mg vitamine B6 per dag werd geslikt.
J Clin Psychiatry. 2007 Nov;68(11):1648-54.

Vitamine E en tardieve dyskinesie Lees “Vitamines tegen bijwerkingen neuroleptica” verder

Voedingsstoffen bij ADHD

De voedingsstoffen magnesium, vitamine B6 en zink hebben alle drie vele functies in de hersenstofwisseling. Ze zijn alle drie betrokken bij de stofwisseling van de essentiële vetzuren. Een verstoring hiervan wordt als mogelijke oorzaak van ADHD –ernstige aandachts-, impulsiviteits-, en hyperactiviteitsproblemen – gezien. Ook zijn deze voedingsstoffen betrokken bij de melatonine- en dopaminesynthese die ook een rol spelen bij ADHD.
Een magnesiumtekort brengt bij dieren hyperactiveit teweeg. Daarom gingen wetenschappers het magnesiumgehalte bepalen van ADHD patiënten. Het bleek dat zij vaak een tekort aan dit mineraal hadden. Niet zozeer in het bloed(serum) als wel in de rode bloedcellen. Aangenomen wordt dat het magnesiumgehalte in de hersenen gerelateerd is aan het gehalte in de rode bloedlichaampjes.

magnesium in rode bloedcellen
magnesium in rode bloedcellen

Diverse klinische onderzoeken zijn uitgevoerd met magnesium. Bij de meesten werd tevens extra  vitamin B6 gegeven omdat deze vitamine betrokken is bij de opname van magnesium in de rode bloedcellen.  Een typische dosering is 6 mg magnesium  per kg lichaamsgewicht per dag plus 0,6 of 0,8 mg vitamine B6/ kg/dag. Deze onderzoeken lieten allen een positieve werking zien en dat na het stoppen van de behandeling de symptomen na enkele weken weer verergerden.
Journal of the American College of Nutrition, Vol. 23, No. 5, 545S-548S (2004)
Eksp Klin Farmakol. 2006 Jan-Feb;69(1):74-7.
Magnes Res. 2006 Mar;19(1):46-52.

Zink
De onderzoeken met zink zijn minder talrijk dan die met magnesium/vitamine B6 maar de twee studies die we hebben gevonden zijn wel van betere kwaliteit en met meer proefpersonen.
400 kinderen van rond de 10 jaar met ADHD werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg 40mg zink per dag en de andere groep een placebo. Na 12 weken werden op drie manieren het gedrag en de klachten van de kinderen beoordeeld. Door een test, een vragenlijst voor de ouders en een vragenlijst voor de onderwijzers. De kinderen in de zinkgroep scoorden beter wat betreft hyperactiviteit, impulsiviteit en sociaal gedrag dan de kinderen in de placebogroep. De zink had geen effect op het concentratievermogen. Uit verdere analyse bleek dat de wat oudere kinderen met overgewicht en een laag zinkgehalte bij aanvang het best reageerden op de zinksuppletie.
Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry. 2004 Jan;28(1):181-90.

In een ander onderzoek kregen kinderen met ADHD, die voordien nog geen medicatie hiervoor hadden gekregen, Ritalin plus 15mg zink per dag of Ritalin plus een placebo. Ook in dit onderzoek deden de kinderen die ook de zink hadden gekregen het een stuk beter, zoals te zien is in onderstaande grafiek.
zink-adhd
BMC Psychiatry. 2004 Apr 8;4:9.

Carnitine Lees “Voedingsstoffen bij ADHD” verder