Mogelijke relatie paracetamol met autisme en ADHD

Blootstelling aan paracetamol in de baarmoeder kan mogelijk het risico van een kind op ADHD en autismespectrumstoornis verhogen. Dit blijkt uit een Amerikaans onderzoek uitgevoerd door mensen van de Johns Hopkins University Bloomberg School of Public Health in Baltimore.
De onderzoekers analyseerden gegevens van de Boston Birth Cohort, een langetermijnstudie van factoren die de zwangerschap en de ontwikkeling van het kind beïnvloeden. Ze verzamelden navelstrengbloed van 996 geboorten en maten de hoeveelheid paracetamol en twee van de bijproducten in elk monster. Tegen de tijd dat de kinderen gemiddeld 8,9 jaar oud waren, werd bij 25,8% alleen de diagnose ADHD gesteld, 6,6% alleen met autismespectrumstoornis en 4,2% met beiden. De onderzoekers classificeerden de hoeveelheid paracetamol en de bijproducten in de monsters in 3 groepen van laag naar hoog. Vergeleken met het laagste derde deel, was het middelste derde deel van de blootstelling geassocieerd met ongeveer 2,26 keer het risico op ADHD. Het hoogste derde deel van de blootstelling was geassocieerd met 2,86 keer het risico. Evenzo was het autisme-risico hoger voor degenen in het middelste derde deel (2,14 keer) en het hoogste derde deel (3,62 keer).De auteurs concluderen dat hun resultaten eerdere studies ondersteunen die blootstelling aan paracetamol in de baarmoeder verbinden met ADHD en autismespectrumstoornis. Er is echter wel meer onderzoek nodig om een echt oorzaak-gevolg relatie tussen de twee factoren vast te stellen.

Association of Cord Plasma Biomarkers of In Utero Acetaminophen Exposure With Risk of Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder and Autism Spectrum Disorder in Childhood Yuelong Ji, PhD JAMA Psychiatry. Published online October 30, 2019

Omega-3 tegen depressies

De omega-3 vetzuren uit vis lijken op weg tot een standaard protocol voor de behandeling van ernstige depressies te gaan behoren. Een klinische praktijkrichtlijn van de International Society for Nutritional Psychiatry Research (ISNPR) beveelt omega-3 meervoudig onverzadigde vetzuren aan als aanvullende therapie voor ernstige depressieve stoornis (Major Depressive Disorder). Lees “Omega-3 tegen depressies” verder

Acetyl l-carnitine tegen depressies

Foto: PDPics @ Pixabay

Acetyl-L-carnitine – een variant van de voedingsstof L-carnitine – blijkt volgens een meta-analyse een tamelijk sterke antidepressieve werking te hebben. Vooral bij mensen die niet meer zo jong zijn.

Uit onderzoek blijkt dat de vetstofwisseling belangrijk is voor wat neuroplasticiteit wordt genoemd. Hiermee wordt het herstel-, veranderings- en aanpassingsvermogen van de hersenen bedoeld. Verstoringen van dit lipidemetabolisme komen vaak voor bij depressieve personen. Aangezien carnitine een rol lijkt te spelen in dit lipidemetabolisme en bovendien in de stofwisseling in de hersenen van diverse neurotrofe factoren – met name zenuwgroeifactor (nerve growth factor) – en van neurotransmitters (acetylcholine, dopamine en GABA) zijn een aantal onderzoekers bezig met een mogelijke rol van carnitinesuppletie bij de behandeling van depressies. ALC (acetyl-L-carnitine) is in relatief hoge niveaus aanwezig in de hersenen en ook in de hypothalamus. ALC kan gemakkelijk de bloed-hersenbarrière passeren en dus zou aanvulling met deze verbinding het hersenmetabolisme mogelijk kunnen beïnvloeden. Daarom wordt in onderzoek bij neurologische en psychische aandoeningen deze vorm van carnitine gebruikt. De studies met mensen met depressies of aandoeningen waarbij chronische neerslachtigheid een aspect van het ziektebeeld is zijn onlangs in een overzichtsartikel en meta-analyse samengevoegd.
Lees “Acetyl l-carnitine tegen depressies” verder

Voedingsstoffen bij ADHD update

Twee wetenschappers van Yale voerden een grondig onderzoek uit van de bestaande wetenschappelijke literatuur op het gebied van voedingsstoffen- en kruidenpreparatensuppletie bij ADHD. Zij hebben getracht te beoordelen hoe sterk het bewijs is voor de behandeling van kinderen met ADHD met deze veel gebruikte natuurlijke middelen.

Omega-3 vetzuren
Het meeste onderzoek is gedaan met de onverzadigde vetzuren EPA en DHA uit vis of algen. Alhoewel er enige tegenstrijdige resultaten worden gemeld komt men tot de conclusie dat er

“momenteel CEBM niveau 1 bewijs 1 is voor de effectiviteit van omega-3 vetzuren voor de behandeling van ADHD. Het huidige bewijs leidt tot advisering van een dosis van 1-2 gram per dag waarvan een groot deel het vetzuur EPA dient te zijn.”

De negatieve resultaten in enkele onderzoeken verklaart men uit het feit dat in die onderzoeken maar weinig kinderen met alleen ADHD meededen maar vooral kinderen met primair een andere afwijking zoals dyslexie en ontwikkelingsstoornissen waarbij de onverzadigde vetzuren geen rol spelen. Lees “Voedingsstoffen bij ADHD update” verder

Honger naar geweld

Midden jaren 70 van de vorige eeuw waren er zoveel anekdotes in omloop over de invloed van voeding op gedrag, dat de Amerikaanse criminoloog Schoenthaler van de California State University het tijd vond hier research naar te doen. In de jaren 80 begon hij zijn onderzoek onder jeugdige delinquenten in inrichtingen en toonde aan dat verbetering van de voeding plus – en vooral – het gebruik van extra vitaminen in de vorm van voedingssupplementen tot een dramatische afname leidde van allerlei vormen van crimineel gedrag. Specifiek kregen de deelnemers meer volkorenbrood en fruit,  maar minder suiker en frisdrank. Na wijziging van de maaltijdsamenstelling werd in elk van de deelnemende inrichtingen een afname van agressief asociaal gedrag met gemiddeld 48% gemeld. De verbeteringen bleken van blijvende aard en hielden minstens een jaar aan. Zo`n 15 jaar geleden schreef apotheker en doctor in de geneeskunde Gert Schuitemaker over de bevindingen van Schoenthaler een helder boek met bovengenoemde titel. Omdat dit thema maatschappelijk gesproken actueler is dan ooit kwamen acht Australische wetenschappers in mei van dit jaar met een nieuw rapport getiteld Micronutrient Therapy for Violent and Aggressive Male Youth: An Open-Label Trial.  
Lees “Honger naar geweld” verder

Magnesium tegen depressiviteit

Het mineraal magnesium is van belang voor een gezonde psychische gesteldheid. Een tekort wordt vooral in verband gebracht met stress en nervositeit. Ook is magnesium van belang voor een goed humeur. Een recent onderzoek liet verbeteringen zien met suppletie van magnesiumchloride bij depressiviteit.

Een onderzoeksgroep van de universiteit van Vermont recruteerde 126 mensen met lichte tot matige depressiviteit die hiervoor niet opgenomen waren maar thuis werden behandeld. Ongeveer tweederde gebruikte antidepressiva. De helft kreeg eerst de magnesium. Vier tabletten met 500 mg magnesiumchloride. Dit levert in totaal 248 mg magnesium per dag. De andere helft vormde in eerste instantie de controlegroep. Zij kregen overigens geen placebo. Na 6 weken werden de groepen omgewisseld.

Lees “Magnesium tegen depressiviteit” verder

Co-enzym Q10 bij fibromyalgie; psychische klachten

Dezelfde onderzoeksgroep die eerder ontdekte dat hoge doses co-enzym Q10 de lichamelijke klachten van fibromyalgie  verminderen en waarover we enkele jaren geleden verslag uitbrachten, heeft onlangs haar resultaten gepubliceerd met betrekking tot de psychische klachten die bij deze aandoening kunnen optreden.

Eerst deed men onderzoek met o.a. 20 fibromyalgiepatiënten. Deze werden in twee groepen verdeeld. De ene groep patiënten kreeg gedurende 40 dagen 3 x daags 100 mg co-enzym Q 10 en de andere groep placebos. Ook was er een controlegroep van gezonde mensen van ongeveer dezelfde leeftijd.

Het gehalte co-enzym Q10 in bloedplaatjes en het serotoninegehalte van bloedplaatjes voor en na suppletie

Lees “Co-enzym Q10 bij fibromyalgie; psychische klachten” verder