Beschermt selenium tegen kanker?

Onlangs werden de langverwachte resultaten gepubliceerd van de grootschalige SELECT studie. Dit onderzoek zou de mate van bescherming van extra selenium en vitamine E moeten vaststellen die deze voedingsstoffen bieden tegen prostaatkanker. Eerder onderzoek had namelijk veel bewijs geleverd voor de rol die het mineraal selenium speelt in de bescherming tegen kanker bij mannen. De resultaten waren echter teleurstellend. In dit dubbelblind onderzoek waarbij de 35000 mannen 200 ?g selenium, 400IE vitamine E, beiden of alleen placebo’s geslikt hadden gedurende gemiddeld 5½ jaar kwam prostaatkanker en andere soorten kanker in alle groepen ongeveer even vaak voor. Omdat dit het beste onderzoek is met de meeste bewijskracht heeft selenium nu voor sommigen afgedaan als potentiële kankerbeschermende voedingsstof. Maar is dit wel terecht?
Lippman c.s., JAMA. 2009;301(1)

De belangrijkste reden waarom verondersteld werd dat extra selenium de kans op kanker zou verminderen was een onderzoek uit 1996 waaruit bleek dat de mannen die, gedurende 4½ jaar 200 ?g selenium hadden geslikt minder risico hadden gelopen kanker te krijgen of hieraan te sterven. Het verschil tussen de seleniumgroep en de placebogroep was bij prostaatkanker maar liefst 65%. ( JAMA, 1996) Het kleinere aantal proefpersonen (1312) en de kleinere regio (Oostelijke VS) maken echter dat de bewijskracht minder groot is dan van de nieuwe SELECT studie.

Hoeveel is genoeg en zit dat in ons eten? Lees “Beschermt selenium tegen kanker?” verder

Groentes tegen kanker

Groente  zou bescherming moeten bieden tegen veel vormen van kanker. Volgens een overzichtsartikel laten de volgende categorieën groentes de meest consistente bescherming zien tegen maag-, slokdarm-, keel-, baarmoeder-, alvleesklier- en longkanker. In volgorde van geschatte effectiviteit:

  1. rauwe groente
  2. groentes uit de allium familie (uien, knoflook, prei)
  3. groene groentes
  4. wortelen
  5. koolgroentes
  6. tomaten

Canadese onderzoekers voerden recentelijk laboratoriumonderzoek uit om te zien welke groentes potentieel de sterkste anti-kankerwerking hebben. Men testte 34 groente-extracten op acht kankercellijnen.  De koolgroentes stonden nu niet op de vijfde plaats maar Lees “Groentes tegen kanker” verder

Curcumin bij darmaandoeningen

Een kleinschalig onderzoek versterkt eerdere vermoedens dat curcumin, een bestanddeel van het kruid kurkuma (koenjit, geelwortel), beschermt tegen darmkanker. Familiaire adenomateuze polyposis is een voorstadium van colorectaal carcinoom, de meest voorkomende soort darmkanker. Vijf patiënten met deze aandoening in een gevorderd stadium, die gekenmerkt wordt door meer dan 100 darmpoliepen, kregen 3 x daags 480mg curcumin en 20mg quercetine. Na zes maanden waren bij alle patiënten de hoeveelheid en de grootte van de poliepen afgenomen. Het aantal met gemiddeld 60% en de grootte van de overgebleven poliepen met gemiddeld 51%. Onderzoeker Giardiello van John Hopkins School of Medicine acht de curcumin hiervoor verantwoordelijk en niet de kleine hoeveelheid quercetine. (Clin Gastroeneterol Hepatol, 2006; Healthday.com, 2006)

Tientallen proeven met darmkankercellen en enkele dierproeven wijzen erop dat curcumin op verschillende wijze de kanker tegen zou kunnen gaan. Andere onderzoekingen met mensen zijn ons echter niet bekend. De farmaceutische industrie zoekt naar synthetische varianten van het kruidenextract want op het origineel is geen patent te verkrijgen. (o.a. Anticancer Res, 2006; Carcinogenesis, 2004; )

Ook vond onderzoek plaats met patiënten met een andere chronische darmaandoening: colitis ulcerosa. Een kleine 100 mensen in de latente fase van de ziekte werden in twee groepen verdeeld. Alle proefpersonen kregen de gebruikelijk onderhoudsmedicijnen (sulfasalazine of mesalamine) en de ene groep daarnaast 2 x daags 1 gram curcumin. De andere groep een placebo. De patiënten werden bij aanvang onderzocht, na 2 maanden en na 6 maanden – waarna de curcumin resp. de placebo werd gestopt. Bij de evaluatie na 6 maanden bleek dat bij 4,65% van de mensen uit de curcumingroep de darmontstekingen waren teruggekeerd. Dit was bij 20,51% van de mensen uit de placebogroep het geval. De onderzoekers concluderen dat curcumin een veelbelovende, veilige medicatie bij colitis ulcerosa in de remissiefase is. ( Clin Gastroenterol Hepatol, 2006) zie ook Boswellia

Edit 2019: Crohn
Geelwortelextract lijkt geen effect te hebben op de ziekte van Crohn. Dit blijkt uit een dubbelblind onderzoek onder 62 patiënten die gedurende 6 maanden 3 gram curcumin of een placebo hadden gekregen. er was geen verschil met de placebogroep.
Clin Gastroenterol Hepatol. 2019 Aug 27. pii: S1542-3565(19)30916-4. doi: 10.1016/j.cgh.2019.08.041. [Epub ahead of print]
Oral Curcumin No More Effective Than Placebo in Preventing Recurrence of Crohn’s Disease After Surgery in a Randomized Controlled Trial.
Bommelaer G 

Lycopeen

spagtomgezondheidseffecten van voedingsstof uit tomaten

De tot de carotenoïden behorende roodkleurige voedingsstof lycopeen is een belangrijke antioxidant. Van nature komt deze voedingsstof in menselijk weefsel in grotere hoeveelheden voor dan de andere carotenoïden zoals bèta caroteen. Dit kan wijzen op een grotere betekenis voor de gezondheid. Het komt vooral voor in tomaten. De opname, vanuit de darmen, van de carotenoïden is erg slecht bij rauwe groenten en fruit. Daarom zijn de beste bronnen van lycopeen gerechten met gebakken tomaten of tomatenpuree of oliehoudende tomatenlycopeencapsules. Lees “Lycopeen” verder

Studies uit het archief-kanker

Geselecteerd uit de archiefpagina over voedingsstoffen en kanker  buiten de blog die nu is verwijderd.

Vorming van kankerverwekkende stoffen in de maag: Nitrieten zijn aanwezig in speeksel en in de voeding. Ze worden ook vaak aan voedingsmiddelen zoals vleeswaren toegevoegd als conserveringsmiddel. In de maag kunnen nitrieten door een chemische reactie omgezet worden in de kankerverwekkende nitrosamines. Bekend is dat vitamine C dit verhindert en de nitrieten omzet in onschadelijke verbindingen. Het maagslijmvlies scheidt hiervoor ook vitamine C af. (bron).
Dit wordt gedeeltelijk bevestigd door recent laboratoriumonderzoek. De vorming van drie  kankerverwekkende nitrosamines werd grotendeels of helemaal verhinderd door toegevoegde vitamine C. Echter als het maagsap voor 10% bestond uit vetzuren bleek toegevoegde vitamine C de vorming van nitrosamines juist te verveelvoudigen. Volgens de onderzoekers verklaart dit mogelijk het in de praktijk tegenvallende kankerremmende effect van vitamine C. (Gut,2007) Vet blijft relatief lang in de maag. Extra vitamine C veel korter. Om oa maagkanker te voorkomen lijkt het daarom verstandig om vitamine C voor en niet na de maaltijd in te nemen. Al kan uit dit onderzoek niet worden opgemaakt bij welk vet percentage van de voeding de genoemde reacties optreden en of deze nitrosamines niet snel als gas het
lichaam verlaten.

Vitamine D + calcium – minder kanker: In een vier jaar durend onderzoek werd nagegaan of hoge doses vitamine D en calcium de kans op kanker vermindert. 1180 vrouwen van boven de 55 jaar werden in drie groepen Lees “Studies uit het archief-kanker” verder

Co-enzym Q10, vitamines B2 en B3 bij borstkanker

Het is goed mogelijk dat extra co-enzym Q10, vitamine B2 (riboflavine) en vitamine B3 (nicotinamide of nicotinezuur) de terugkeer van tumoren en het optreden van uitzaaiingen bij borstkanker helpt voorkomen, zo blijkt uit een Indiaas onderzoek.

Na de eerste behandeling van borstkanker die kan bestaan uit chirurgie, bestraling en/of chemotherapie komt bij een aantal vrouwen de kanker terug. Uit onderzoek blijkt dat er een sterk verband is tussen de hoeveelheid van bepaalde antistoffen in het bloed en de kans op regressie. Ook is gebleken dat bepaalde medicijnen, zoals tamoxifen (een oestrogeenremmend medicijn), het gehalte van deze antistoffen (CEA en CA) laat dalen en de kans op terugkeer van de ziekte verkleint. Nu werd onderzocht of de combinatie van 100 mg co-enzym Q10, 10 mg vitamine B2 en 50 mg vitamine B3 invloed heeft op de gehaltes van CEA en CA. Lees “Co-enzym Q10, vitamines B2 en B3 bij borstkanker” verder

Vet en borstkanker

Als onderdeel van de Amerikaanse zogenaamde “Nurses’ Health Study” werd gekeken of de vetinname van belang is voor het risico op borstkanker. Van 88795 vrouwen werd door ingevulde vragenlijsten in 1980, 1984, 1986 en 1990 vastgesteld wat de gemiddelde vetinname was. In de loop van veertien jaar kregen 2956 vrouwen borstkanker. Degenen die 20% of minder van de calorieën uit vet haalden hadden 15% meer risico gelopen borstkanker te krijgen dan degenen waarvan de voeding voor 30,1%-35% uit vet bestond, bij dezelfde totale calorie-inname. Verder werd berekend dat bij een 5% stijging van de vetinname t.o.v. de koolhydraat- en eiwitinname (dus circa 30 gram meer vet en 60 gram minder koolhydraten en eiwitten) er 4% minder borstkanker voorkwam. Onderverdeeld naar verschillende soorten vet waren er geen opzienbarende verschillen. Meervoudig onverzadigd vet kwam iets gunstiger uit de bus dan andere soorten vet maar dit kan aan het mogelijk meer eten van salades gelegen hebben door de mensen die veel van dit soort vetten gebruiken. (JAMA abstracts, 1999)
Een ander, Frans, onderzoek vond een ander verband. Niet tussen Lees “Vet en borstkanker” verder

Knoflook

Knoflook wordt al sinds mensenheugenis beschouwd als een voedingsmiddel met geneeskrachtige eigenschappen. Zo bestaan er  talrijke verwijzingen door Egyptenaren naar geschreven en gebeitelde bronnen die de waarde weergeven van knoflook als middel om kracht en uithoudingsvermogen te ontwikkelen. Niet alleen de werkman at graag knoflook ook de Egyptische elite liet zich de groente goed smaken. Zelfs in het graf van farao Toetanchamon vond men tussen al het goud dat er blonk teentjes knoflook. Of dit bijgedragen heeft aan de conservering van zijn stoffelijk overschot, lijkt mij onwaarschijnlijk, maar in een Egyptisch handboek voor arts en apotheker, de Codex Ebers [ ca. 1500 v.Chr.] vond men wel meer dan twintig recepten op basis van knoflook die o.a. gebruikt werden bij infecties, hoofdpijn, darmparasieten, hoge bloeddruk en kwaadaardige tumoren.
Sinds die tijd tot op de dag van vandaag wordt knoflook zowel inwendig als uitwendig gebruikt als middel tegen infectieziektes. In WO2 nog op grote schaal door de Russen toen penicilline nog slechts beperkt voorradig was. Momenteel wordt in de biologische landbouw knoflookpoeder als alternatief voor andere antibiotica gebruikt.

De chemie van knoflook is complex en veel moet er nog over ontdekt worden. De belangrijkste geneeskrachtige stoffen lijken de zwavelhoudende aminozuren te zijn. Alliine is hiervan de bekendste. Dit ondergaat na het pletten of persen een reactie met het aanwezige alliinase waarna allicine ontstaat. Deze allicine kan weer veranderen in stoffen als ajoenes, vinyldithiines, oligosulfides en polysulfides. Verschillende bereidingswijzen brengen verschillende actieve stoffen in het lichaam. Hetzelfde geldt voor de verschillende soorten supplementen. Zo bestaan er gevriesdroogde, geurarme knoflookextracten (Pure-Gar en Kwai) die met name het originele alliine bevatten en nog het meest op rauwe knoflook lijken. Andere extracten zoals maceraat en Allimax bevatten vooral allicine en de Japanse gerijpte knoflookextracten (Kyolic) bevatten de stoffen die weer uit de allicine zijn getransformeerd.

Cholesterol
Het meeste onderzoek is uitgevoerd op het gebied van hart- en vaatziektes. Lees “Knoflook” verder