Liponzuur en diabetes

Alfa-Liponzuur is een krachtige antioxidant. Het reinigt het lichaam van potentieel schadelijke stoffen als hydroxyl radicalen, hypochloorzuur, peroxynitriet en andere vrije radicalen. Ook kan liponzuur andere antioxidanten, zoals vitamine C en glutathion, nadat ze hun werk hebben gedaan, opnieuw inschakelen. Diabetici ondergaan een veel grotere belasting van oxidatieve stress dan gezonde mensen, hetgeen een belangrijke reden is voor het ontstaan van complicaties zoals schade aan de ogen, de bloedvaten en de nieren. Ook kan liponzuur de opname van glucose in de cellen bevorderen op een vergelijkbare manier als insuline en de gevoeligheid voor insuline verbetert. Experimentele en klinische studies hebben aangetoond dat liponzuur de glucoseopname bij diabetes type 2 patiënten verbetert en dat extra liponzuur de symptomen van diabetescomplicaties zoals staarvorming, vasculaire schade (bloedvaten) en polyneuropathie (gevoelloosheid en pijn door schade aan de zenuwen) aanmerkelijk vermindert. (Nutrition, 2001) De meest gebruikelijke doses in klinische studies zijn 400 mg-600 mg liponzuur per dag.

Zo ook in een onderzoek dat een andere diabetescomplicatie bestudeerde: nephropathie (nierschade). In een open (niet dubbelblind) onderzoek onder 84 diabetici – zowel type 1 als type 2 – kreeg de ene helft 600mg liponzuur per dag gedurende 18 maanden. In deze groep daalde het plasma thrombomodulinegehalte en bleef het albuminegehalte in de urine ongewijzigd. Beiden metingen stegen d.w.z. verslechterden in de controlegroep.
Bron
Een ander onderzoek gebruikte een nog hogere dosis: 2 x daags 600mg liponzuur.  Men testte de gevoeligheid voor insuline van de twaalf diabetici (type 2) die de liponzuur kregen voor en na de proefperiode van vier weken en vergeleek deze met de cijfers van twaalf personen die geen diabetes hadden maar verder vergelijkbaar waren wat betreft leeftijd, gewicht, bloeddruk etc..  Op twee wijzen werd deze gevoeligheid voor insuline gemeten en beiden verbeterden sterk door de liponzuur. Het glucosemetabolisme steeg van 3,2 naar 5,9 en de insuline sensitivity index steeg van 4,7 naar 7,7. In de controlegroep waren deze cijfers respectievelijk 6,7 voor het glucosemetabolisme en 9,5 voor de insuline sensitivity index.  Insulineresistentie (verminderde gevoeligheid voor insuline) is niet alleen een belangrijke factor bij het ontstaan van diabetes maar is ook een belangrijke risicofactor voor aderverkalking. Het is één van de kenmerken van metabool syndroom.
Hormones, 2006

Vitamine K toont anti-diabetes effect

In dit dubbelblind onderzoek onder 355 ouderen zonder diabetes werd gekeken of extra vitamine K van invloed is op de insulineresistentie en daarmee op de ontwikkeling van diabetes type 2. De controlegroep kreeg naast extra vitamine D en calcium een multivitamine zonder vitamine K. In de andere groep kreeg men hetzelfde. Alleen bevatte hun dagelijkse vitaminetablet ook 500mcg vitamine K1. Na 3 jaar bleek dat bij de mannen die de vitamine K hadden gekregen de insulineresistentie en daarmee het risico op diabetes was afgenomen. Bij de vrouwen had de vitamine dit effect niet. Dit verschil tussen mannen en vrouwen verklaren de onderzoekers uit het hogere percentage lichaamsvet bij de vrouwen waardoor deze vetoplosbare vitamine in eerste instantie wordt opgeslagen in vetweefsel. De onderzoekers vermoeden dat een ontstekingsverminderende werking van vitamine K het gunstige effect verklaart. In hetzelfde onderzoek werd gekeken of vitamine K van invloed is op de botdichtheid. Dit bleek niet het geval te zijn. (Diabetes Care, 2008) Boerenkool, spinazie, spruitjes en broccoli zijn rijk aan vitamine K.

Thiamine bij diabetes

Diabetici blijken veel lagere gehaltes van vitamine B1 (thiamine) in hun bloed te hebben dan anderen. Tot voor kort bleef dit onopgemerkt ook als de vitaminegehaltes door bloedonderzoek bepaald werden. Een veel gebruikte test blijkt een hoog thiaminegehalte te suggereren terwijl er juist erg weinig van de vitamine aanwezig is. Onderzoekers van een Engelse universiteit kwamen er vorig jaar achter dat diabetici (zowel type 1 als type 2) 75% lagere thiaminegehaltes in het bloed hebben dan gezonde mensen. (BBC Health) Nu is een onderzoek afgerond dat gunstige effecten van extra vitamine B1 liet zien.
Eén van de complicaties van diabetes is nierfalen. Microalbuminuria is een voorstadium daarvan. De urine bevat dan meer albumine, een bloedeiwit.

Albuminuria kan een vroege indicator zijn van beginnend diabetisch nierlijden. (bron)

40 diabetici type 2 met microalbuminuria kregen in een dubbelblind onderzoek 3 x daags 100mg thiamine of placebos gedurende 3 maanden. Toen bleek dat het albuminegehalte in de vitamine B1 groep met gemiddeld 41% was afgenomen en bij 35% van deze mensen was het gehalte genormaliseerd. In de placebogroep trad geen verbetering op. De werking berust vermoedelijk op het terugdraaien van schade aan de kleine bloedvaatjes naar de nieren waardoor deze weer beter gaan functioneren. Thiamine had geen effect op de bloeddruk of de cholesterolgehaltes. Ook waren er geen nadelige bijwerkingen.
High-dose thiamine therapy for patients with type 2 diabetes and microalbuminuria: a randomised, double-blind placebo-controlled pilot study”
Authors: N. Rabbani, S.S. Alam, S. Riaz, J.R. Larkin, M.W. Akhtar, T. Shafi, P.J. Thornalley

Aspirine en antioxidanten bij diabetes

Aspirine in een lage dosering (100mg) wordt door veel artsen standaard voorgeschreven bij diabetici die een relatief groot risico lopen op hart- en vaatziektes. Ook is bekend dat deze mensen een slechte antioxidantstatus hebben. Vooral worden bij hen lage vitamine C gehaltes gevonden. In een langjarig onderzoek werd nu onderzocht of aspirine (100mg acetylsalicylzuur) en/of een vitamine/mineralencombinatie (100mg vitamine C, 200mg vitamine E, 25mg pyridoxine hcl (B6), 10mg nicotinamide (B3), 800mcg natrium seleniet en 10mg zinksulfaat) van invloed is op het risico op een hartaanval of een beroerte.
De 1200 proefpersonen, allen diabetici, hadden bij de start nog geen hartklachten maar de werking van de bloedvaten was al wel meetbaar slechter dan bij gezonde mensen. Op het eind van de studie, die voor de deelnemers gemiddeld 6,7 jaar duurde, bleek dat er geen verschil was tussen de risicos in de vier interventiegroepen (aspirine+placebo; aspirine+antioxidanten; placebo+antioxidanten; placebo+placebo) voor wat betreft een hartaanval, een beroerte, een amputatie of sterfte daaraan.
British Medical J 2008;337:a1840
Wat opvalt aan de vitamine/mineralen combinatie is het lage vitamine C gehalte en het hoge seleniumgehalte. Diverse onderzoeken hebben gunstige effecten op oa de bloedvaten aangetoond bij diabetici met doses vanaf 500mg (zie o.a.). Selenium kan daarentegen volgens een onderzoek juist de kans op diabetes vergroten bij een erg hoge inname (circa 400mcg per dag). De kans is daarom aanwezig dat 800mcg per dag extra de onderliggende ziekte verergert. Niet geheel zeker is dat in het artikel de elementaire mineralengehaltes vermeld staan maar waarschijnlijk is het wel. Anders zou het zinkgehalte maar 2mg zijn.

Bakkie troost of koppie gif? koffie en de gezondheid

“Erg slecht voor de gezondheid, maar onontbeerlijk om ‘s-morgens tot je positieven te komen “, riep een collega laatst tegen me, toen hij de smaakmogelijkheden op de koffiemachine overzag.

Omdat ik wel zin had in een praatje haalde ik quasi-geschrokken mijn uitgestoken vinger van de keuzeknop “espresso” en keek hem doordringend aan.

“Hoezo slecht voor de gezondheid ?”.  “Ach, jongen,vervolgde hij: “wat je allemaal niet van koffie kunt krijgen, dat hou je niet voor mógelijk !” Intussen hield hij met ware doodsverachting de keuzeknop “koffie-extra sterk” langdurig ingedrukt. “Wat krijg je er dan van ?” wilde ik weten en trok een zo ernstig mogelijk gezicht. “Dat zou jij als rustend apotheker toch moeten weten !” antwoordde hij. In zijn verontwaardiging over mijn gebrek aan kennis ging hij aan het feit voorbij dat ik slechts voor assistent geleerd heb. “Noem eens een paar akelige ziektes” vroeg ik, nieuwsgierig geworden. Hij begon in hoog tempo een lange lijst met afschuwelijke kwalen over mij uit te braken, waarvan ik in elk geval deze heb onthouden:

Maagzweren.

Hoge bloeddruk

Hartaanvallen

Kanker

Botontkalking

“Klinkt goed”, zei ik, onder de indruk van zijn medisch-farmaceutische expertise.

Omdat ik het gesprek niet te lang wilde maken, loyaal als ik ben aan mijn broodheer en de aan mij opgelegde werktijden, ging ik [nu serieus] verder, door te vertellen dat dit soort meldingen altijd op hun “soortelijk gewicht” beoordeeld moeten worden.

De middeleeuwse geneesheer en chemicus Paracelsus deed in de 15de eeuw de nog altijd geldige uitspraak “dosis sola facit venenum” , hetgeen zeer vrij vertaald Lees “Bakkie troost of koppie gif? koffie en de gezondheid” verder

Atkins, the Zone, vetarm of mediterraan dieet?

Tot voor enkele jaren werden diëten die veel verzadigd vet en eiwitten bevatten door de gevestigde wetenschap afgedaan als riskant. Slecht voor het cholesterolgehalte, voor hart en bloedvaten, voor de nieren en de lever, zo zei men. Vanaf 2002 zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd bij mensen met overgewicht met diëten bestaande uit extreem weinig koolhydraten, zoals Atkins’ fase 1 en en fase 2, of een meer gematigde versie met half zoveel koolhydraten als gebruikelijk. Eens kijken wat deze onderzoeken hebben opgeleverd en hoe de koolhydraatarme diëten presteren t.o.v. de andere diëten. Niet alleen wat betreft gewichtsvermindering maar ook: wat zijn de effecten op de risicofactoren voor hart- en vaatziektes?

Een grootschalig onderzoek onder jonge vrouwen (20-50 jaar) met overgewicht maar zonder diabetes vergeleek vier populaire Amerikaanse diëten die variëren in richtlijnen, waaronder het koolhydraatgehalte. Atkins , de Zone (40% koolhydraten met caloriebeperking), Learn (55-60% koolhydraten met caloriebeperking en Ornish (max. 10% vet zonder caloriebeperking waardoor dit dieet in de praktijk de meeste koolhydraten bevat). In dit één jaar durend onderzoek was het aantal mensen dat met het dieet ophielden erg laag, vermoedelijk vanwege de goede begeleiding en de betaling die de deelnemers ontvingen. Wel zie je dat de mensen zich maar gedeeltelijk aan de richtlijnen hielden. Vooral geldt dit voor de extreme Atkins en Ornish diëten. Toch zijn de praktische verschillen duidelijk. Na zes maanden waren de percentages koolhydraten van de totale calorieinname bijv.: Atkins 29,5%, Zone 43,7%, Learn 48% en Ornish 53%. De dagelijks geconsumeerde hoeveelheid verzadigd vet was toen gemiddeld respectievelijk 28 gram, 20 gram, 19 gram en 16 gram.
De gewichtsafname:

De percentages lichaamsvet waren na 12 maanden: Atkins -2,9%. Zone -1,3%, LEARN -1%, Ornish -1,5%. Lees “Atkins, the Zone, vetarm of mediterraan dieet?” verder