Aspirine en antioxidanten bij diabetes

Aspirine in een lage dosering (100mg) wordt door veel artsen standaard voorgeschreven bij diabetici die een relatief groot risico lopen op hart- en vaatziektes. Ook is bekend dat deze mensen een slechte antioxidantstatus hebben. Vooral worden bij hen lage vitamine C gehaltes gevonden. In een langjarig onderzoek werd nu onderzocht of aspirine (100mg acetylsalicylzuur) en/of een vitamine/mineralencombinatie (100mg vitamine C, 200mg vitamine E, 25mg pyridoxine hcl (B6), 10mg nicotinamide (B3), 800mcg natrium seleniet en 10mg zinksulfaat) van invloed is op het risico op een hartaanval of een beroerte.
De 1200 proefpersonen, allen diabetici, hadden bij de start nog geen hartklachten maar de werking van de bloedvaten was al wel meetbaar slechter dan bij gezonde mensen. Op het eind van de studie, die voor de deelnemers gemiddeld 6,7 jaar duurde, bleek dat er geen verschil was tussen de risicos in de vier interventiegroepen (aspirine+placebo; aspirine+antioxidanten; placebo+antioxidanten; placebo+placebo) voor wat betreft een hartaanval, een beroerte, een amputatie of sterfte daaraan.
British Medical J 2008;337:a1840
Wat opvalt aan de vitamine/mineralen combinatie is het lage vitamine C gehalte en het hoge seleniumgehalte. Diverse onderzoeken hebben gunstige effecten op oa de bloedvaten aangetoond bij diabetici met doses vanaf 500mg (zie o.a.). Selenium kan daarentegen volgens een onderzoek juist de kans op diabetes vergroten bij een erg hoge inname (circa 400mcg per dag). De kans is daarom aanwezig dat 800mcg per dag extra de onderliggende ziekte verergert. Niet geheel zeker is dat in het artikel de elementaire mineralengehaltes vermeld staan maar waarschijnlijk is het wel. Anders zou het zinkgehalte maar 2mg zijn.

Visolie tegen schade door luchtverontreiniging

Het is bekend dat fijnstof bijdraagt aan het onstaan van cardiovasculaire- en luchtwegaandoeningen en de symptomen ervan verergeren. De levensverwachting van mensen die wonen of werken in gebieden met hoge concentraties fijnstof in de lucht is daardoor lager. Verondersteld wordt dat het schadelijke effect van fijnstof verband houdt met ontstekingsprocessen en met een vermindering van de hoeveelheid antioxidantenzymen in het lichaam. Een onderzoek, uitgevoerd in Mexico, mat het effect van visoliecapsules op meetfactoren die de mate van oxidatieve stress en het gehalte antioxidantenzyme (SOD, glutathione) bepalen. De proefpersonen waren mensen die woonden in een verzorgingstehuis in een gebied met veel smog. Men kreeg afwisselend gedurende enkele maanden geen capsules, visoliecapsules met circa 1500mg omega-3 vetzuren per dag of sojaolie (combinatie van omega-3-6-9). Het bleek dat na 3 maanden gebruik de mensen die de visolie gekregen hadden aanzienlijk betere meetresultaten lieten zien. Zo waren de gehaltes van de koper/zink SOD (superoxide dismultase) enzymen met 49% gestegen in de visoliegroep en het gehalte lipoperoxidestoffen – een meetfactor voor oxidatieve stress – met 72% gedaald. De cijfers bij gebruik van de sojaolie waren iets beter dan als er geen supplementen werden gebruikt maar een stuk minder dan in de visoliegroep.
(Environmental Health Perspectives, 2008)

Aangetoond is dat klachten t.g.v. COPD (chronisch obstructieve longziekte dwz Lees “Visolie tegen schade door luchtverontreiniging” verder

Boswellia

De bast van de boswelliaboom
De bast van de boswelliaboom

De hars van de boom boswellia serrata wordt in de Indiase ayurvedische geneeskunde gebruikt voor de behandeling van ziektes die met ontstekingen gepaard gaan. Uit laboratoriumonderzoek blijkt dat boswelliazuren uit dit hars zich binden aan een enzyme, 5-lipoxygenase, dat z.g. leukotrienes produceert. Leukotrienes worden verantwoordelijk gehouden voor het in stand houden van chronische ontstekingen.
Uit dierproeven blijkt tevens dat boswellia een lichte pijnstillende werking heeft onafhankelijk van de ontstekingsremmende werking en dat het geen nadelige invloed heeft op de bloedstolling, de maag en de vorming van nieuw kraakbeen en gewrichtsvloeistof. Dit in tegenstelling tot veel ontstekingsremmende medicijnen.
Aangetoond is dat boswellia kan helpen bij chronische gewrichtsontstekingen, chronische darmontstekingen en astma.

Enkele onderzoeken:

Boswellia bij artrose: een gecontroleerd (gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd, crossover) onderzoek werd uitgevoerd Lees “Boswellia” verder

Co-enzym Q10, vitamines B2 en B3 bij borstkanker

Het is goed mogelijk dat extra co-enzym Q10, vitamine B2 (riboflavine) en vitamine B3 (nicotinamide of nicotinezuur) de terugkeer van tumoren en het optreden van uitzaaiingen bij borstkanker helpt voorkomen, zo blijkt uit een Indiaas onderzoek.

Na de eerste behandeling van borstkanker die kan bestaan uit chirurgie, bestraling en/of chemotherapie komt bij een aantal vrouwen de kanker terug. Uit onderzoek blijkt dat er een sterk verband is tussen de hoeveelheid van bepaalde antistoffen in het bloed en de kans op regressie. Ook is gebleken dat bepaalde medicijnen, zoals tamoxifen (een oestrogeenremmend medicijn), het gehalte van deze antistoffen (CEA en CA) laat dalen en de kans op terugkeer van de ziekte verkleint. Nu werd onderzocht of de combinatie van 100 mg co-enzym Q10, 10 mg vitamine B2 en 50 mg vitamine B3 invloed heeft op de gehaltes van CEA en CA. Lees “Co-enzym Q10, vitamines B2 en B3 bij borstkanker” verder

Atkins, the Zone, vetarm of mediterraan dieet?

Tot voor enkele jaren werden diëten die veel verzadigd vet en eiwitten bevatten door de gevestigde wetenschap afgedaan als riskant. Slecht voor het cholesterolgehalte, voor hart en bloedvaten, voor de nieren en de lever, zo zei men. Vanaf 2002 zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd bij mensen met overgewicht met diëten bestaande uit extreem weinig koolhydraten, zoals Atkins’ fase 1 en en fase 2, of een meer gematigde versie met half zoveel koolhydraten als gebruikelijk. Eens kijken wat deze onderzoeken hebben opgeleverd en hoe de koolhydraatarme diëten presteren t.o.v. de andere diëten. Niet alleen wat betreft gewichtsvermindering maar ook: wat zijn de effecten op de risicofactoren voor hart- en vaatziektes?

Een grootschalig onderzoek onder jonge vrouwen (20-50 jaar) met overgewicht maar zonder diabetes vergeleek vier populaire Amerikaanse diëten die variëren in richtlijnen, waaronder het koolhydraatgehalte. Atkins , de Zone (40% koolhydraten met caloriebeperking), Learn (55-60% koolhydraten met caloriebeperking en Ornish (max. 10% vet zonder caloriebeperking waardoor dit dieet in de praktijk de meeste koolhydraten bevat). In dit één jaar durend onderzoek was het aantal mensen dat met het dieet ophielden erg laag, vermoedelijk vanwege de goede begeleiding en de betaling die de deelnemers ontvingen. Wel zie je dat de mensen zich maar gedeeltelijk aan de richtlijnen hielden. Vooral geldt dit voor de extreme Atkins en Ornish diëten. Toch zijn de praktische verschillen duidelijk. Na zes maanden waren de percentages koolhydraten van de totale calorieinname bijv.: Atkins 29,5%, Zone 43,7%, Learn 48% en Ornish 53%. De dagelijks geconsumeerde hoeveelheid verzadigd vet was toen gemiddeld respectievelijk 28 gram, 20 gram, 19 gram en 16 gram.
De gewichtsafname:

De percentages lichaamsvet waren na 12 maanden: Atkins -2,9%. Zone -1,3%, LEARN -1%, Ornish -1,5%. Lees “Atkins, the Zone, vetarm of mediterraan dieet?” verder

Op dieet eenvoudig twee maal zoveel afvallen?

Een onderzoek waarbij onder begeleiding mensen met ernstig overgewicht gestimuleerd werden af te vallen lijkt te bewijzen dat het opschrijven van wat je eet wel bijzonder nuttig is: degenen die deze aanbeveling opvolgden vielen 8kg i.p.v. 4kg af.
Het onderzoek/de therapie was opgezet door Kaiser Permanente, de grootste zorginstelling van de VS. Van de 1700 deelnemers had het merendeel ernstig overgewicht (BMI>30) en hoge bloeddruk. Vanwege dit laatste was het dieet dat gevolgd diende te worden het Dash dieet waar de meesten zich echter niet precies aan hielden:gemiddeld at men 2,9 porties groente en fruit per dag. Niet slecht maar minder dan de helft van wat zou moeten. Naast het eten van veel groente en fruit, volkorenproducten en mager vlees moest men 180 minuten per week aan lichaamsbeweging doen – meestal wandelen- een voedingsdagboek bijhouden en wekelijkse groepsbijeenkomsten bijwonen. Na zes maanden was het gewicht met gemiddeld 5,8kg afgenomen. Het belangrijkste “lifestyle” kenmerk dat bepalend was of men 8 dan wel 4 kg was afgevallen was dus het bijhouden van het voedingsdagboek.

Het hoeft geen formeel dagboek te zijn. De daad van het opschrijven van wat je eet is voldoende. Het kan ook op een notitieblok of in e-mail of sms aan jezelf

zegt Dr. Keith Bachman van Kaiser Permanente.
Nu was dit geen dubbelblind onderzoek waarbij aan de helft opgedragen werd alles op te schrijven. Nee, iedereen werd verzocht het te doen. De meer gemotiveerden zullen zowel het dieet als de andere aanbevelingen nauwkeuriger hebben willen opvolgen waardoor het voedingsdagboek lang niet bepalend zal zijn geweest voor het verschil van 4kg. Toch denk ik dat het bijzonder nuttig is systematisch bij te houden wat je eet. Je wordt dan steeds met de neus op de feiten gedrukt.

AmericanJPreventive Medicine
News.Yahoo.
Science Daily

Vet en borstkanker

Als onderdeel van de Amerikaanse zogenaamde “Nurses’ Health Study” werd gekeken of de vetinname van belang is voor het risico op borstkanker. Van 88795 vrouwen werd door ingevulde vragenlijsten in 1980, 1984, 1986 en 1990 vastgesteld wat de gemiddelde vetinname was. In de loop van veertien jaar kregen 2956 vrouwen borstkanker. Degenen die 20% of minder van de calorieën uit vet haalden hadden 15% meer risico gelopen borstkanker te krijgen dan degenen waarvan de voeding voor 30,1%-35% uit vet bestond, bij dezelfde totale calorie-inname. Verder werd berekend dat bij een 5% stijging van de vetinname t.o.v. de koolhydraat- en eiwitinname (dus circa 30 gram meer vet en 60 gram minder koolhydraten en eiwitten) er 4% minder borstkanker voorkwam. Onderverdeeld naar verschillende soorten vet waren er geen opzienbarende verschillen. Meervoudig onverzadigd vet kwam iets gunstiger uit de bus dan andere soorten vet maar dit kan aan het mogelijk meer eten van salades gelegen hebben door de mensen die veel van dit soort vetten gebruiken. (JAMA abstracts, 1999)
Een ander, Frans, onderzoek vond een ander verband. Niet tussen Lees “Vet en borstkanker” verder

Knoflook

Knoflook wordt al sinds mensenheugenis beschouwd als een voedingsmiddel met geneeskrachtige eigenschappen. Zo bestaan er  talrijke verwijzingen door Egyptenaren naar geschreven en gebeitelde bronnen die de waarde weergeven van knoflook als middel om kracht en uithoudingsvermogen te ontwikkelen. Niet alleen de werkman at graag knoflook ook de Egyptische elite liet zich de groente goed smaken. Zelfs in het graf van farao Toetanchamon vond men tussen al het goud dat er blonk teentjes knoflook. Of dit bijgedragen heeft aan de conservering van zijn stoffelijk overschot, lijkt mij onwaarschijnlijk, maar in een Egyptisch handboek voor arts en apotheker, de Codex Ebers [ ca. 1500 v.Chr.] vond men wel meer dan twintig recepten op basis van knoflook die o.a. gebruikt werden bij infecties, hoofdpijn, darmparasieten, hoge bloeddruk en kwaadaardige tumoren.
Sinds die tijd tot op de dag van vandaag wordt knoflook zowel inwendig als uitwendig gebruikt als middel tegen infectieziektes. In WO2 nog op grote schaal door de Russen toen penicilline nog slechts beperkt voorradig was. Momenteel wordt in de biologische landbouw knoflookpoeder als alternatief voor andere antibiotica gebruikt.

De chemie van knoflook is complex en veel moet er nog over ontdekt worden. De belangrijkste geneeskrachtige stoffen lijken de zwavelhoudende aminozuren te zijn. Alliine is hiervan de bekendste. Dit ondergaat na het pletten of persen een reactie met het aanwezige alliinase waarna allicine ontstaat. Deze allicine kan weer veranderen in stoffen als ajoenes, vinyldithiines, oligosulfides en polysulfides. Verschillende bereidingswijzen brengen verschillende actieve stoffen in het lichaam. Hetzelfde geldt voor de verschillende soorten supplementen. Zo bestaan er gevriesdroogde, geurarme knoflookextracten (Pure-Gar en Kwai) die met name het originele alliine bevatten en nog het meest op rauwe knoflook lijken. Andere extracten zoals maceraat en Allimax bevatten vooral allicine en de Japanse gerijpte knoflookextracten (Kyolic) bevatten de stoffen die weer uit de allicine zijn getransformeerd.

Cholesterol
Het meeste onderzoek is uitgevoerd op het gebied van hart- en vaatziektes. Lees “Knoflook” verder