Extra foliumzuur meer prostaatkanker?

In de VS wordt de B-vitamine foliumzuur sinds 1998 toegevoegd aan meel zodat daar de inname per persoon van deze vitamine  twee tot drie maal hoger is dan in  Europa, afhankelijk van de hoeveelheid brood en andere graanproducten die worden geconsumeerd. Dit  is vooral gedaan om het aantal geboorteafwijkingen die veroorzaakt worden door een tekort aan deze vitamine terug te dringen. Ook wordt een tekort in verband gebracht met andere aandoeningen zoals achteruitgang van het denkvermogen op latere leeftijd. Daarom wordt er ook in Nederland overwogen om brood en pasta te verrijken met foliumzuur.  Er zijn echter ook tegenstanders van dit voornemen. Foliumzuur is een vitamine met een aparte geaardheid. De vorm die bij verrijking en in supplementen wordt gebruikt – foliumzuur- wordt veel beter opgenomen dan de meest natuurlijk vorm – folaat – die in bladgroente zit. Er bestaan vermoedens dat veel foliumzuur reeds aanwezige darmkanker verergert. Nu lijkt nieuw onderzoek  er  op te wijzen dat bij prostaatkanker iets soortgelijks gebeurt.

In een gerandomiseerd onderzoek onder 643 Amerikanen dat 10 jaar duurde kwam onder de mannen die 1000µg foliumzuur per dag extra  hadden gebruikt ongeveer drie maal zo veel prostaatkanker voor dan in de placebogroep (9,7% om 3,3%).  Personen die bij aanvang van de studie, in 1995, de hoogste inname van de vitamine hadden leken hier echter weer door beschermd te worden. Het lijkt dus dat te weinig folaat het risico op prostaatkanker verhoogt en te veel extra foliumzuur het risico ook sterk verhoogt.

Journal of the National Cancer Institute, 2009

Optimale hoeveelheid omega-3 vetzuren

De gezondheidsraad heeft de aanbevolen hoeveelheid omega-3 vetzuren (EPA en DHA) in december 2006 verdubbeld naar 450mg per dag. Persoonlijk schat ik al jaren de behoefte aan deze vetzuren twee tot vier maal hoger in.   Dit baseerde ik in eerste instantie o.a. op de Italiaanse GISSI Prevenzione trials :

In dit Italiaanse onderzoek werden 11000 mensen die recentelijk een hartaanval hadden gehad in 4 groepen verdeeld. Eén groep kreeg visoliecapsules te slikken met per dag 1000mg omega-3 vetzuren (EPA+DHA), een tweede groep kreeg 300mg vitamine E per dag, de derde groep beiden en de vierde groep niets.  Na 3 ½ jaar werd het aantal hartaanvallen, beroertes en sterftes door hart- en vaatziektes geteld. De vitamine E leek de kans hierop niet te hebben beïnvloed. De extra visolie bleek echter bij deze mensen met een toch al behoorlijk gezond mediterraan dieet (weinig rood vlees, boter en snoepgoed; veel groente, fruit, brood, knoflook, olijfolie, vis en wijn) de sterfte door hartaanvallen en de sterfte in het algemeen met 20 % te hebben verminderd. Dit kwam voornamelijk door een daling  van het aantal gevallen van dodelijke hartstilstand met 45%.

Een grootschalig vervolgonderzoek genaamd GISSI-Hf trial  bij een kleine 7000 mensen met hartfalen toonde aan dat visolie (1000mg omega-3 vetzuren per dag) wel de sterfte onder mensen met een ernstig verzwakt hart vermindert – zij het slechts gering (9%) – en de  statine rosuvastatine (Crestor) niet. Dit dubbelblind onderzoek duurde 4 jaar. Een verschil met het eerste GISSI onderzoek is dat in dit vervolgonderzoek de patiënten er bij aanvang een stuk slechter aan toe waren. Zo stierf 3 op de 10 patiënten in de placebo- en Crestorgroep tijdens het onderzoek waardoor een relatieve geringe vermindering van sterfte met 9% in absolute termen toch de moeite waard is.
(Lancet. 1999 Aug 7;354(9177):447-55.The Lancet, 2008; link 1, link 2)

Bij deze twee groepen mensen had 1000mg EPA en DHA per dag extra dus een duidelijk gunstig effect terwijl vis toch al een onderdeel van het dieet was. Het betrof echter wel een groep met specifieke klachten.

De vetzuursamenstelling is ook voor andere aandoeningen van belang en de verhouding tussen de verschillende soorten vet die men eet is mogelijk nog van groter belang dan de hoeveelheid. Op basis van vele studies deden onderzoekers een ingewikkelde landenvergelijking om hier voor verschillende diëten wat meer duidelijkheid in te krijgen. Lees “Optimale hoeveelheid omega-3 vetzuren” verder

Vitamine D tekort, griep en verkoudheid

“Zon”vitamine D lijkt nu ook al bescherming te bieden tegen infecties van de luchtwegen. Vooral mensen die lijden aan astma of COPD zouden baat moeten hebben bij extra vitamine D.

Men vond het verband toen men het vitamine D gehalte van het opgeslagen bloed van 19000 personen, die meegedaan hadden aan een bevolkingsonderzoek, ging vergelijken met het antwoord op één van de vele vragen die bij dat bevolkingsonderzoek werden gesteld: “Bent  u de afgelopen dagen verkouden of grieperig geweest?” Mensen met minder dan 10ng/ml actieve vitamine D in hun bloed – wat als veel te weinig wordt beschouwd –  beantwoordden die vraag zo’n 40% vaker met “ja” dan mensen met meer dan  30ng/ml.

Zo heel groot is dit verschil niet maar het verschil werd veel groter als alleen gekeken werd naar degenen die leden aan astma of COPD. Lees “Vitamine D tekort, griep en verkoudheid” verder

Beschermt selenium tegen kanker?

Onlangs werden de langverwachte resultaten gepubliceerd van de grootschalige SELECT studie. Dit onderzoek zou de mate van bescherming van extra selenium en vitamine E moeten vaststellen die deze voedingsstoffen bieden tegen prostaatkanker. Eerder onderzoek had namelijk veel bewijs geleverd voor de rol die het mineraal selenium speelt in de bescherming tegen kanker bij mannen. De resultaten waren echter teleurstellend. In dit dubbelblind onderzoek waarbij de 35000 mannen 200 ?g selenium, 400IE vitamine E, beiden of alleen placebo’s geslikt hadden gedurende gemiddeld 5½ jaar kwam prostaatkanker en andere soorten kanker in alle groepen ongeveer even vaak voor. Omdat dit het beste onderzoek is met de meeste bewijskracht heeft selenium nu voor sommigen afgedaan als potentiële kankerbeschermende voedingsstof. Maar is dit wel terecht?
Lippman c.s., JAMA. 2009;301(1)

De belangrijkste reden waarom verondersteld werd dat extra selenium de kans op kanker zou verminderen was een onderzoek uit 1996 waaruit bleek dat de mannen die, gedurende 4½ jaar 200 ?g selenium hadden geslikt minder risico hadden gelopen kanker te krijgen of hieraan te sterven. Het verschil tussen de seleniumgroep en de placebogroep was bij prostaatkanker maar liefst 65%. ( JAMA, 1996) Het kleinere aantal proefpersonen (1312) en de kleinere regio (Oostelijke VS) maken echter dat de bewijskracht minder groot is dan van de nieuwe SELECT studie.

Hoeveel is genoeg en zit dat in ons eten? Lees “Beschermt selenium tegen kanker?” verder

Korte, intensieve training beter?

Alhoewel lichaamsbeweging niet het onderwerp van deze site is vond ik  het volgende onderzoek opmerkelijk genoeg goed nieuws voor degenen die niet veel zin of tijd hebben om te sporten maar toch gezond willen blijven.

Op de site van het Diabetes Fonds staat dat minimaal een half uur per dag matige lichaamsbeweging ideaal is om diabetes te voorkomen.  Uit enkele onderzoeken blijkt echter dat intensieve kortdurende inspanning ook het risico op diabetes type 2 zou moeten kunnen verkleinen. Recentelijk is een onderzoek gepresenteerd waaruit bleek dat  zelfs slechts 15 minuten intensieve intervaltraining drie keer per week snel een bijzonder gunstig effect kan hebben op de suikerstofwisseling. Lees “Korte, intensieve training beter?” verder

Groentes tegen kanker

Groente  zou bescherming moeten bieden tegen veel vormen van kanker. Volgens een overzichtsartikel laten de volgende categorieën groentes de meest consistente bescherming zien tegen maag-, slokdarm-, keel-, baarmoeder-, alvleesklier- en longkanker. In volgorde van geschatte effectiviteit:

  1. rauwe groente
  2. groentes uit de allium familie (uien, knoflook, prei)
  3. groene groentes
  4. wortelen
  5. koolgroentes
  6. tomaten

Canadese onderzoekers voerden recentelijk laboratoriumonderzoek uit om te zien welke groentes potentieel de sterkste anti-kankerwerking hebben. Men testte 34 groente-extracten op acht kankercellijnen.  De koolgroentes stonden nu niet op de vijfde plaats maar Lees “Groentes tegen kanker” verder

Curcumin bij darmaandoeningen

Een kleinschalig onderzoek versterkt eerdere vermoedens dat curcumin, een bestanddeel van het kruid kurkuma (koenjit, geelwortel), beschermt tegen darmkanker. Familiaire adenomateuze polyposis is een voorstadium van colorectaal carcinoom, de meest voorkomende soort darmkanker. Vijf patiënten met deze aandoening in een gevorderd stadium, die gekenmerkt wordt door meer dan 100 darmpoliepen, kregen 3 x daags 480mg curcumin en 20mg quercetine. Na zes maanden waren bij alle patiënten de hoeveelheid en de grootte van de poliepen afgenomen. Het aantal met gemiddeld 60% en de grootte van de overgebleven poliepen met gemiddeld 51%. Onderzoeker Giardiello van John Hopkins School of Medicine acht de curcumin hiervoor verantwoordelijk en niet de kleine hoeveelheid quercetine. (Clin Gastroeneterol Hepatol, 2006; Healthday.com, 2006)

Tientallen proeven met darmkankercellen en enkele dierproeven wijzen erop dat curcumin op verschillende wijze de kanker tegen zou kunnen gaan. Andere onderzoekingen met mensen zijn ons echter niet bekend. De farmaceutische industrie zoekt naar synthetische varianten van het kruidenextract want op het origineel is geen patent te verkrijgen. (o.a. Anticancer Res, 2006; Carcinogenesis, 2004; )

Ook vond onderzoek plaats met patiënten met een andere chronische darmaandoening: colitis ulcerosa. Een kleine 100 mensen in de latente fase van de ziekte werden in twee groepen verdeeld. Alle proefpersonen kregen de gebruikelijk onderhoudsmedicijnen (sulfasalazine of mesalamine) en de ene groep daarnaast 2 x daags 1 gram curcumin. De andere groep een placebo. De patiënten werden bij aanvang onderzocht, na 2 maanden en na 6 maanden – waarna de curcumin resp. de placebo werd gestopt. Bij de evaluatie na 6 maanden bleek dat bij 4,65% van de mensen uit de curcumingroep de darmontstekingen waren teruggekeerd. Dit was bij 20,51% van de mensen uit de placebogroep het geval. De onderzoekers concluderen dat curcumin een veelbelovende, veilige medicatie bij colitis ulcerosa in de remissiefase is. ( Clin Gastroenterol Hepatol, 2006) zie ook Boswellia

Edit 2019: Crohn
Geelwortelextract lijkt geen effect te hebben op de ziekte van Crohn. Dit blijkt uit een dubbelblind onderzoek onder 62 patiënten die gedurende 6 maanden 3 gram curcumin of een placebo hadden gekregen. er was geen verschil met de placebogroep.
Clin Gastroenterol Hepatol. 2019 Aug 27. pii: S1542-3565(19)30916-4. doi: 10.1016/j.cgh.2019.08.041. [Epub ahead of print]
Oral Curcumin No More Effective Than Placebo in Preventing Recurrence of Crohn’s Disease After Surgery in a Randomized Controlled Trial.
Bommelaer G 

Liponzuur en diabetes

Alfa-Liponzuur is een krachtige antioxidant. Het reinigt het lichaam van potentieel schadelijke stoffen als hydroxyl radicalen, hypochloorzuur, peroxynitriet en andere vrije radicalen. Ook kan liponzuur andere antioxidanten, zoals vitamine C en glutathion, nadat ze hun werk hebben gedaan, opnieuw inschakelen. Diabetici ondergaan een veel grotere belasting van oxidatieve stress dan gezonde mensen, hetgeen een belangrijke reden is voor het ontstaan van complicaties zoals schade aan de ogen, de bloedvaten en de nieren. Ook kan liponzuur de opname van glucose in de cellen bevorderen op een vergelijkbare manier als insuline en de gevoeligheid voor insuline verbetert. Experimentele en klinische studies hebben aangetoond dat liponzuur de glucoseopname bij diabetes type 2 patiënten verbetert en dat extra liponzuur de symptomen van diabetescomplicaties zoals staarvorming, vasculaire schade (bloedvaten) en polyneuropathie (gevoelloosheid en pijn door schade aan de zenuwen) aanmerkelijk vermindert. (Nutrition, 2001) De meest gebruikelijke doses in klinische studies zijn 400 mg-600 mg liponzuur per dag.

Zo ook in een onderzoek dat een andere diabetescomplicatie bestudeerde: nephropathie (nierschade). In een open (niet dubbelblind) onderzoek onder 84 diabetici – zowel type 1 als type 2 – kreeg de ene helft 600mg liponzuur per dag gedurende 18 maanden. In deze groep daalde het plasma thrombomodulinegehalte en bleef het albuminegehalte in de urine ongewijzigd. Beiden metingen stegen d.w.z. verslechterden in de controlegroep.
Bron
Een ander onderzoek gebruikte een nog hogere dosis: 2 x daags 600mg liponzuur.  Men testte de gevoeligheid voor insuline van de twaalf diabetici (type 2) die de liponzuur kregen voor en na de proefperiode van vier weken en vergeleek deze met de cijfers van twaalf personen die geen diabetes hadden maar verder vergelijkbaar waren wat betreft leeftijd, gewicht, bloeddruk etc..  Op twee wijzen werd deze gevoeligheid voor insuline gemeten en beiden verbeterden sterk door de liponzuur. Het glucosemetabolisme steeg van 3,2 naar 5,9 en de insuline sensitivity index steeg van 4,7 naar 7,7. In de controlegroep waren deze cijfers respectievelijk 6,7 voor het glucosemetabolisme en 9,5 voor de insuline sensitivity index.  Insulineresistentie (verminderde gevoeligheid voor insuline) is niet alleen een belangrijke factor bij het ontstaan van diabetes maar is ook een belangrijke risicofactor voor aderverkalking. Het is één van de kenmerken van metabool syndroom.
Hormones, 2006