Vitamine K toont anti-diabetes effect

In dit dubbelblind onderzoek onder 355 ouderen zonder diabetes werd gekeken of extra vitamine K van invloed is op de insulineresistentie en daarmee op de ontwikkeling van diabetes type 2. De controlegroep kreeg naast extra vitamine D en calcium een multivitamine zonder vitamine K. In de andere groep kreeg men hetzelfde. Alleen bevatte hun dagelijkse vitaminetablet ook 500mcg vitamine K1. Na 3 jaar bleek dat bij de mannen die de vitamine K hadden gekregen de insulineresistentie en daarmee het risico op diabetes was afgenomen. Bij de vrouwen had de vitamine dit effect niet. Dit verschil tussen mannen en vrouwen verklaren de onderzoekers uit het hogere percentage lichaamsvet bij de vrouwen waardoor deze vetoplosbare vitamine in eerste instantie wordt opgeslagen in vetweefsel. De onderzoekers vermoeden dat een ontstekingsverminderende werking van vitamine K het gunstige effect verklaart. In hetzelfde onderzoek werd gekeken of vitamine K van invloed is op de botdichtheid. Dit bleek niet het geval te zijn. (Diabetes Care, 2008) Boerenkool, spinazie, spruitjes en broccoli zijn rijk aan vitamine K.

Echinacea beschermt tegen verkoudheid

verkoudheidEen meta-analyse, waarbij de resultaten van 14 verschillende onderzoeken werden beoordeeld, concludeert dat echinacea behoorlijke bescherming biedt tegen verkoudheid. De kans verkouden te worden was gemiddeld 58% kleiner bij de mensen die het werkzame kruidenextract geslikt hadden dan in de placebogroepen (circa 30% risico met echinacea t.o.v. circa 50% risico met placebo). Bij degenen die toch verkouden werden duurde de verkoudheid korter. In één van de veertien onderzoeken werd een combinatie van vitamine C en echinacea gegeven. Dit onderzoek mat een bescherming van 86%. (Lancet infectious Diseases, 2007; BBC Health) Als je verschillende onderzoeken over echinacea bekijkt lijkt het dat echinacea minder effectief is bij kinderen en jong volwassenen dan bij mensen die al wat ouder zijn. Ook is de dosering van belang. Zo bleek uit een onderzoek – niet mbt verkoudheid maar bij griep – dat de patiënten die 450mg echinaceawortel gekregen hadden het niet meetbaar beter deden dan de placebogroep maar dat degenen die de dubbele dosering gekregen hadden zowel na 4 dagen als na 8 dagen aanmerkelijk beter scoorden dan de mensen in de placebogroep (Escop Monographs,2003 p.139)

Uit diverse dierproeven blijkt dat echinacea de afweer kan stimuleren. Met name blijkt dat bij oudere muizen echinacea purpurea wortel het aantal natural killer cellen – de eerstelijns verdediging tegen tumoren en door virussen geïnfecteerde cellen – doet toenemen met circa 30% . (ESCOP, 2003, p 139 en Exp Gerontol. 2000 Aug;35(5):627-39
Het aantal natural killer cellen neemt af bij het ouder worden maar veel minder bij gezonde ouderen.
http://www.springerlink.com/content/p520t52634556834/

In een andere recente dierproef kregen muizen vanaf 7 weken (puberteit) tot de 14de maand een niet al te hoge dosis echinacea purpureawortel door het eten (2mg per dag). Na 10 maanden was 21% van de identiek gehuisvestte en gevoede muizen gestorven en geen van de muizen uit de echinaceagroep. Na 13 maanden waren deze percentages 54% respectievelijk 26%. De onderzoekers denken dat het op peil blijven van het aantal natural killercellen door de echinacea hiervoor zorgde.Biogerontology. 2005;6(3):157-63

Vitamines en andere voedingsstoffen bij chronisch hartfalen

Bij hartfalen pompt de linker hartkamer bij elke hartslag minder dan 40% van het aanwezige bloed het lichaam in terwijl dit bij een gezond hart 50% is .Dit percentage wordt de linkerventrikelejectiefractie (LVEF) genoemd. Dertig oudere mensen met chronisch hartfalen deden mee aan een dubbelblind onderzoek waarbij nu eens niet één vitamine maar een combinatie van voedingsstoffen gegeven werd. De dagdosering was 250 mg calcium, 150 mg magnesium, 15 mg zink, 1,2 mg koper, 50mcg selenium, 800 mcg vitamine A, 200mg vitamine B1, 2mg vitamine B2, 200 mg vitamine B6, 5mg foliumzuur, 200mcg vitamine B12, 500mg vitamine C, 400mg vitamine E, 10mcg vitamine D (400 IE) en 150 mg co-enzym Q10. Voor en na het negen maanden durende onderzoek werden allerlei tests en metingen gedaan. Bij degenen die de vitamines en andere voedingsstoffen gekregen hadden was de pompwerking van het hart na negen maanden verbeterd. Zo steeg, in de vitaminegroep, de LVEF van gemiddeld 25,6% naar 30,9% terwijl deze in de placebogroep daalde van 26,6% naar 26,2% . Symptomen als vermoeidheid en kortademigheid verbeterden ook in de vitaminegroep. Deze verbeteringen waren pas meetbaar na 4 maanden maar ook weer niet van dien aard dat men aanmerkelijk sneller kon lopen. (European Heart Journal, 2005)

Visolie en vegetarisch dieet bij reumatische artritis

Reumapatiënten vinden baat bij een dieet zonder vlees en suppletie met extra visolie. Volgens sommige onderzoekers hebben mensen met reuma baat bij een vegetarisch dieet omdat het minder arachidonzuur bevat. Dit omega-6 vetzuur, dat het lichaam grotendeels zelf maakt van linolzuur, wordt geacht ontstekingen te verergeren terwijl de omega-3 vetzuren uit vis, EPA en DHA, ontstekingsreacties verminderen. In dit onderzoek volgden 30 van de 60 proefpersonen die leden aan reumatische artritis gedurende 8 maanden een vegetarisch dieet Lees “Visolie en vegetarisch dieet bij reumatische artritis” verder

Visolie en de bloedvaten

Men bestudeerde het gezamelijke en afzonderlijke effect van lichaamsbeweging en visoliecapsules op het gewicht en op meetbare risicofactoren van hart- en vaatziektes van 80 proefpersonen. Deze mensen hadden last van overgewicht en van één of meer van het volgende: hoge bloeddruk, verhoogd plasma triacylglycerol en verhoogd cholesterol (>5,5). De proefpersonen werden in vier groepen verdeeld . Groep één kreeg visoliecapsules met 1900mg EPA+DHA per dag, groep twee kreeg alleen zonnebloemoliecapsules (de placebogroep), Groep drie kreeg de visolie met de opdracht 3 x per week 3 kwartier te wandelen en de laatste groep kreeg de placebo-zonnebloemoliecapsules + deze lichaamsbeweging. Bij het begin van het onderzoek en na 6 en 12 weken werden o.a. de genoemde vetzuren gemeten alsmede de bloeddruk, het vetgehalte en de werking van de bloedvaten.
Het bleek dat Lees “Visolie en de bloedvaten” verder

Omega-3 vetzuren en depressiviteit

Uit diverse studies komt naar voren dat mensen die lijden aan depressies lage gehaltes van de vetzuren uit vis (EPA en DHA) in hun bloed en celmembranen hebben. Dit bleek o.a. uit de Rotterdam Studie. Men vergeleek 264 personen van 60 jaar en ouder die leden aan depressies met 461 mensen zonder symptomen van depressiviteit.Voor mensen waarbij geen artherosclerose (aderverkalking) was vastgesteld en geen verhoogde C-reactive proteïne, gold dat depressieve personen een hoger gehalte omega-6 vetzuren (linolzuur en arachidonzuur) t.o.v. omega-3 vetzuren (EPA,DHA en alfa linoleenzuur) hadden dan niet depressieve personen en lagere gehaltes omega-3 vetzuren. Bij mensen met aderverkalking bestond dit verband niet. Ook de niet-depressieven met dichtslibbende aderen hadden relatief lage omega-3 en hoge omega-6 vetzuren. Hieruit concluderen de onderzoekers dat het verband Lees “Omega-3 vetzuren en depressiviteit” verder

Glucosamine en chondroïtine bij artrose

Het grootste onderzoek naar de effecten van glucosamine en chondroïtine bij artrose is het volgende uit 2006. In een dubbelblind onderzoek werden 1583 mensen met artrose in vijf groepen verdeeld. Groep 1 kreeg 1500 mg glucosaminehydrochloride per dag, groep 2 1200 mg chondroïtinesulfaat, groep 3 beiden, groep 4 200mg Celebrex (celexoxib, een COX-2 remmer vergelijkbaar met Vioxx) en groep 4 kreeg een placebo. De meesten, namelijk 1229 personen, hadden een lichte vorm van artrose. Na 24 weken rapporteerden 60% van de personen uit de placebogroep vermindering van pijn. Dit percentage was 63,9 in de glucosaminegroep, 65,3 in de chondroïtinegroep, 66,5% in de groep die zowel glucosamine als chondroïtine gekregen hadden en 70% in de Celebrexgroep. Mede gezien het hoge percentage personen dat de placebo [het nepmiddel] geslikt hadden en hier baat bij gevonden dachten te hebben was de respons in de andere groepen – m.u.v. de celebrexgroep – niet aanmerkelijk beter. Dit was anders als men alleen keek naar de 354 personen met matige en ernstige artrose. In de groep die zowel glucosamine als chondroïtine gekregen hadden meldden 79,2% van de patiënten verbetering t.o.v. 54,3% in de placebogroep.

Helaas werd in dit onderzoek geen onderverdeling gemaakt in de mate van pijnvermindering waardoor het gemeten placebo-effect erg groot was. 20% minder pijn telde hetzelfde als 80% minder pijn. Dit kwam de meetbaarheid van de werkzaamheid van de middelen niet ten goede. Ook jammer dat men glucosaminehydrochloride gebruikte en niet het vermoedelijk beter werkzame glucosaminesulfaat. (N Engl J Med, 2006)
( De vereniging tegen de kwakzalverij presenteert dit onderzoek als bewijs dat glucosamine en chondroïtine niet helpen bij artrose en betichten het gebruik ervan als kwakzalverij. Deze niet bepaald wetenschappelijke instelling – al pretendeert men dit wel te zijn – zou toch beter moeten weten. Niet alleen vanwege de bevinding dat de mensen met de ernstigste klachten wel duidelijk baat hadden bij de glucosamine en chondroïtine maar ook zou men moeten weten dat de veel vaker voorgeschreven middelen dan celebrex (vanwege de prijs en de veiligheid) zoals diclofenac, ibuproven, naproxen en paracetamol in studies ook enkele procenten minder dan celebrex presteren. Dat bestempelt men echter niet als kwakzalverij terwijl de nadelen van die medicaties veel groter zijn.)

Volgens dit overzichtsartikel zijn glucosamine en chondroïtine geen wondermiddelen maar

Op basis van de resultaten van gerandomiseerde onderzoeken en meta-analyses kunnen we concluderen dat glucosaminesulfaat (maar niet glucosaminehydrochloride) en chondroïtinesulfaat kleine tot middelgrote symptomatische verlichting geven bij artrose (osteoartritis), alhoewel dit nog door sommigen in twijfel getrokken wordt. Met betrekking tot de gewrichtsstructuur verbeterende effecten is er overtuigend bewijs dat glucosaminesulfaat en chondroïtinesulfaat de progressie van artrose kunnen belemmeren.

Update feb 2009: Ook een nieuw twee jaar durend onderzoek kwam tot dezelfde conclusie met betrekking tot chondroïtinesulfaat. De helft van de 622 proefpersonen met knieartrose kregen 800 mg chondroïtinesulfaat per dag. Na twee jaar was de ruimte in het kniegewricht bijna niet verder afgenomen (gemiddeld -0,07mm). In de placebogroep was dit -0,31mm.  Ook de pijn nam sneller en is sterkere mate af in de chondroïtinegroep.  Ook in de placebogroep nam overigens  in het eerste jaar de pijn af.

De zuiverheid van diverse chondroïtine en glucosaminepreparaten verschilt sterk.

Lycopeen

spagtomgezondheidseffecten van voedingsstof uit tomaten

De tot de carotenoïden behorende roodkleurige voedingsstof lycopeen is een belangrijke antioxidant. Van nature komt deze voedingsstof in menselijk weefsel in grotere hoeveelheden voor dan de andere carotenoïden zoals bèta caroteen. Dit kan wijzen op een grotere betekenis voor de gezondheid. Het komt vooral voor in tomaten. De opname, vanuit de darmen, van de carotenoïden is erg slecht bij rauwe groenten en fruit. Daarom zijn de beste bronnen van lycopeen gerechten met gebakken tomaten of tomatenpuree of oliehoudende tomatenlycopeencapsules. Lees “Lycopeen” verder