Liponzuur bij Alzheimer

Alfa-liponzuur is  een voedingsstof die als anti-oxidant en coënzyme betrokken is bij tal van lichaamsprocessen. Het wordt als supplement vooral toegepast tegen zenuwschade bij diabetes. Momenteel vindt onderzoek plaats om te kijken of het van nut kan zijn bij de ziekte van Alzheimer.
Liponzuur bezit  eigenschappen die ingrijpen in een aantal processen die betrokken zijn bij het ontstaan en de progressie van Alzheimer. Door activatie van het enzyme choline acetyltransferase verhoogt liponzuur het gehalte van de neurotransmitter acetylcholine dat bij Alzheimer is verlaagd. Liponzuur bindt oxidatieve metaalverbindingen en vermindert zodoende de oxidatieve stress. Ook verhoogt deze voedingsstof het gehalte van het antioxidantenzyme glutathion. Mede daardoor kan liponzuur de expressie van ontstekingsbevorderende proteïnes, zoals TNF (tumor necrosis factor) verminderen.

Daarom werd in Australië eerst een klein één jaar durend onderzoek uitgevoerd onder negen Alzheimerpatiënten die per dag 600mg alfa-lipozuur kregen. Uit twee neuropsychologische testen bleek de ziekte te zijn gestabiliseerd bij deze mensen.
Hierna werd het onderzoek uitgebreid naar 43 patiënten die 4 jaar werden gevolgd. In de patiënten met milde dementie verliep de voortschrijding van de ziekte zeer traag zoals bleek uit de twee neuropsychologische testen (ADAScog: +1.2 punten/jaar, MMSE: -0.6 punten/jaar). Mensen die bij aanvang reeds ernstiger dementieverschijnselen vertoonden verslechterden sneller maar nog altijd veel minder snel dan vergelijkbare patiënten.
Het betrof geen gerandomiseerd dubbelblind onderzoek waardoor de resultaten met enige reserve dienen te worden beoordeeld.

De onderzoekers stellen verder dat

Gegevens uit laboratoriumonderzoek en diermodellen wijzen er op dat liponzuur gecombineerd kan worden met voedingsstoffen als curcumin (kurkuma, kerrie), epigallocatechine gallate (groene thee), en DHA (visolie) om synergetisch de oxidatieve stress, de ontstekingsreacties en de amyloid-beta belasting te  verminderen en zodoende een combinatie van voordelen zouden kunnen bieden bij de behandeling van Alzheimer.

Bron en bron

Liponzuur en diabetes

Alfa-Liponzuur is een krachtige antioxidant. Het reinigt het lichaam van potentieel schadelijke stoffen als hydroxyl radicalen, hypochloorzuur, peroxynitriet en andere vrije radicalen. Ook kan liponzuur andere antioxidanten, zoals vitamine C en glutathion, nadat ze hun werk hebben gedaan, opnieuw inschakelen. Diabetici ondergaan een veel grotere belasting van oxidatieve stress dan gezonde mensen, hetgeen een belangrijke reden is voor het ontstaan van complicaties zoals schade aan de ogen, de bloedvaten en de nieren. Ook kan liponzuur de opname van glucose in de cellen bevorderen op een vergelijkbare manier als insuline en de gevoeligheid voor insuline verbetert. Experimentele en klinische studies hebben aangetoond dat liponzuur de glucoseopname bij diabetes type 2 patiënten verbetert en dat extra liponzuur de symptomen van diabetescomplicaties zoals staarvorming, vasculaire schade (bloedvaten) en polyneuropathie (gevoelloosheid en pijn door schade aan de zenuwen) aanmerkelijk vermindert. (Nutrition, 2001) De meest gebruikelijke doses in klinische studies zijn 400 mg-600 mg liponzuur per dag.

Zo ook in een onderzoek dat een andere diabetescomplicatie bestudeerde: nephropathie (nierschade). In een open (niet dubbelblind) onderzoek onder 84 diabetici – zowel type 1 als type 2 – kreeg de ene helft 600mg liponzuur per dag gedurende 18 maanden. In deze groep daalde het plasma thrombomodulinegehalte en bleef het albuminegehalte in de urine ongewijzigd. Beiden metingen stegen d.w.z. verslechterden in de controlegroep.
Bron
Een ander onderzoek gebruikte een nog hogere dosis: 2 x daags 600mg liponzuur.  Men testte de gevoeligheid voor insuline van de twaalf diabetici (type 2) die de liponzuur kregen voor en na de proefperiode van vier weken en vergeleek deze met de cijfers van twaalf personen die geen diabetes hadden maar verder vergelijkbaar waren wat betreft leeftijd, gewicht, bloeddruk etc..  Op twee wijzen werd deze gevoeligheid voor insuline gemeten en beiden verbeterden sterk door de liponzuur. Het glucosemetabolisme steeg van 3,2 naar 5,9 en de insuline sensitivity index steeg van 4,7 naar 7,7. In de controlegroep waren deze cijfers respectievelijk 6,7 voor het glucosemetabolisme en 9,5 voor de insuline sensitivity index.  Insulineresistentie (verminderde gevoeligheid voor insuline) is niet alleen een belangrijke factor bij het ontstaan van diabetes maar is ook een belangrijke risicofactor voor aderverkalking. Het is één van de kenmerken van metabool syndroom.
Hormones, 2006

Vitamine K toont anti-diabetes effect

In dit dubbelblind onderzoek onder 355 ouderen zonder diabetes werd gekeken of extra vitamine K van invloed is op de insulineresistentie en daarmee op de ontwikkeling van diabetes type 2. De controlegroep kreeg naast extra vitamine D en calcium een multivitamine zonder vitamine K. In de andere groep kreeg men hetzelfde. Alleen bevatte hun dagelijkse vitaminetablet ook 500mcg vitamine K1. Na 3 jaar bleek dat bij de mannen die de vitamine K hadden gekregen de insulineresistentie en daarmee het risico op diabetes was afgenomen. Bij de vrouwen had de vitamine dit effect niet. Dit verschil tussen mannen en vrouwen verklaren de onderzoekers uit het hogere percentage lichaamsvet bij de vrouwen waardoor deze vetoplosbare vitamine in eerste instantie wordt opgeslagen in vetweefsel. De onderzoekers vermoeden dat een ontstekingsverminderende werking van vitamine K het gunstige effect verklaart. In hetzelfde onderzoek werd gekeken of vitamine K van invloed is op de botdichtheid. Dit bleek niet het geval te zijn. (Diabetes Care, 2008) Boerenkool, spinazie, spruitjes en broccoli zijn rijk aan vitamine K.

Echinacea beschermt tegen verkoudheid

verkoudheidEen meta-analyse, waarbij de resultaten van 14 verschillende onderzoeken werden beoordeeld, concludeert dat echinacea behoorlijke bescherming biedt tegen verkoudheid. De kans verkouden te worden was gemiddeld 58% kleiner bij de mensen die het werkzame kruidenextract geslikt hadden dan in de placebogroepen (circa 30% risico met echinacea t.o.v. circa 50% risico met placebo). Bij degenen die toch verkouden werden duurde de verkoudheid korter. In één van de veertien onderzoeken werd een combinatie van vitamine C en echinacea gegeven. Dit onderzoek mat een bescherming van 86%. (Lancet infectious Diseases, 2007; BBC Health) Als je verschillende onderzoeken over echinacea bekijkt lijkt het dat echinacea minder effectief is bij kinderen en jong volwassenen dan bij mensen die al wat ouder zijn. Ook is de dosering van belang. Zo bleek uit een onderzoek – niet mbt verkoudheid maar bij griep – dat de patiënten die 450mg echinaceawortel gekregen hadden het niet meetbaar beter deden dan de placebogroep maar dat degenen die de dubbele dosering gekregen hadden zowel na 4 dagen als na 8 dagen aanmerkelijk beter scoorden dan de mensen in de placebogroep (Escop Monographs,2003 p.139)

Uit diverse dierproeven blijkt dat echinacea de afweer kan stimuleren. Met name blijkt dat bij oudere muizen echinacea purpurea wortel het aantal natural killer cellen – de eerstelijns verdediging tegen tumoren en door virussen geïnfecteerde cellen – doet toenemen met circa 30% . (ESCOP, 2003, p 139 en Exp Gerontol. 2000 Aug;35(5):627-39
Het aantal natural killer cellen neemt af bij het ouder worden maar veel minder bij gezonde ouderen.
http://www.springerlink.com/content/p520t52634556834/

In een andere recente dierproef kregen muizen vanaf 7 weken (puberteit) tot de 14de maand een niet al te hoge dosis echinacea purpureawortel door het eten (2mg per dag). Na 10 maanden was 21% van de identiek gehuisvestte en gevoede muizen gestorven en geen van de muizen uit de echinaceagroep. Na 13 maanden waren deze percentages 54% respectievelijk 26%. De onderzoekers denken dat het op peil blijven van het aantal natural killercellen door de echinacea hiervoor zorgde.Biogerontology. 2005;6(3):157-63

Vitamines en andere voedingsstoffen bij chronisch hartfalen

Bij hartfalen pompt de linker hartkamer bij elke hartslag minder dan 40% van het aanwezige bloed het lichaam in terwijl dit bij een gezond hart 50% is .Dit percentage wordt de linkerventrikelejectiefractie (LVEF) genoemd. Dertig oudere mensen met chronisch hartfalen deden mee aan een dubbelblind onderzoek waarbij nu eens niet één vitamine maar een combinatie van voedingsstoffen gegeven werd. De dagdosering was 250 mg calcium, 150 mg magnesium, 15 mg zink, 1,2 mg koper, 50mcg selenium, 800 mcg vitamine A, 200mg vitamine B1, 2mg vitamine B2, 200 mg vitamine B6, 5mg foliumzuur, 200mcg vitamine B12, 500mg vitamine C, 400mg vitamine E, 10mcg vitamine D (400 IE) en 150 mg co-enzym Q10. Voor en na het negen maanden durende onderzoek werden allerlei tests en metingen gedaan. Bij degenen die de vitamines en andere voedingsstoffen gekregen hadden was de pompwerking van het hart na negen maanden verbeterd. Zo steeg, in de vitaminegroep, de LVEF van gemiddeld 25,6% naar 30,9% terwijl deze in de placebogroep daalde van 26,6% naar 26,2% . Symptomen als vermoeidheid en kortademigheid verbeterden ook in de vitaminegroep. Deze verbeteringen waren pas meetbaar na 4 maanden maar ook weer niet van dien aard dat men aanmerkelijk sneller kon lopen. (European Heart Journal, 2005)

Visolie en vegetarisch dieet bij reumatische artritis

Reumapatiënten vinden baat bij een dieet zonder vlees en suppletie met extra visolie. Volgens sommige onderzoekers hebben mensen met reuma baat bij een vegetarisch dieet omdat het minder arachidonzuur bevat. Dit omega-6 vetzuur, dat het lichaam grotendeels zelf maakt van linolzuur, wordt geacht ontstekingen te verergeren terwijl de omega-3 vetzuren uit vis, EPA en DHA, ontstekingsreacties verminderen. In dit onderzoek volgden 30 van de 60 proefpersonen die leden aan reumatische artritis gedurende 8 maanden een vegetarisch dieet Lees verder “Visolie en vegetarisch dieet bij reumatische artritis”

Visolie en de bloedvaten

Men bestudeerde het gezamelijke en afzonderlijke effect van lichaamsbeweging en visoliecapsules op het gewicht en op meetbare risicofactoren van hart- en vaatziektes van 80 proefpersonen. Deze mensen hadden last van overgewicht en van één of meer van het volgende: hoge bloeddruk, verhoogd plasma triacylglycerol en verhoogd cholesterol (>5,5). De proefpersonen werden in vier groepen verdeeld . Groep één kreeg visoliecapsules met 1900mg EPA+DHA per dag, groep twee kreeg alleen zonnebloemoliecapsules (de placebogroep), Groep drie kreeg de visolie met de opdracht 3 x per week 3 kwartier te wandelen en de laatste groep kreeg de placebo-zonnebloemoliecapsules + deze lichaamsbeweging. Bij het begin van het onderzoek en na 6 en 12 weken werden o.a. de genoemde vetzuren gemeten alsmede de bloeddruk, het vetgehalte en de werking van de bloedvaten.
Het bleek dat Lees verder “Visolie en de bloedvaten”

Omega-3 vetzuren en depressiviteit

Uit diverse studies komt naar voren dat mensen die lijden aan depressies lage gehaltes van de vetzuren uit vis (EPA en DHA) in hun bloed en celmembranen hebben. Dit bleek o.a. uit de Rotterdam Studie. Men vergeleek 264 personen van 60 jaar en ouder die leden aan depressies met 461 mensen zonder symptomen van depressiviteit.Voor mensen waarbij geen artherosclerose (aderverkalking) was vastgesteld en geen verhoogde C-reactive proteïne, gold dat depressieve personen een hoger gehalte omega-6 vetzuren (linolzuur en arachidonzuur) t.o.v. omega-3 vetzuren (EPA,DHA en alfa linoleenzuur) hadden dan niet depressieve personen en lagere gehaltes omega-3 vetzuren. Bij mensen met aderverkalking bestond dit verband niet. Ook de niet-depressieven met dichtslibbende aderen hadden relatief lage omega-3 en hoge omega-6 vetzuren. Hieruit concluderen de onderzoekers dat het verband Lees verder “Omega-3 vetzuren en depressiviteit”