Trefwoordenarchief

Groente, fruit en darmkanker

Uit Australisch onderzoek blijkt dat koolgroentes en appels het risico op darmkanker verkleinen.

In het verleden is er al vaker onderzoek gedaan naar de invloed van voeding op het risico van darmkanker. Veel onderzoek laat zien dat rood vlees en vooral bewerkt vlees, zoals vleeswaren en worst, het risico vergroten. Wat betreft plantaardige voedingsmiddelen zijn de resultaten van onderzoek vaak niet zo eenduidig. Om hier meer duidelijkheid in te krijgen deed men in Australië onderzoek waarbij men de gegevens verzamelden van de consumptie  van twaalf categoriën groente en fruit. Ook werd onderscheid gemaakt tussen drie vormen van darmkanker. Men onderscheidde twee vormen van colonkanker, proximale en distale darmkanker die in respectievelijk het eerste en het tweede deel van de dikke darm ontstaan. De derde vorm was rectaalkanker (endeldarmkanker).
Men vergeleek het voedingspatroon wat betreft deze twaalf groepen groente en fruit van circa 800 darmkankerpatiënten met die van 1000 vergelijkbare mensen zonder de ziekte. De belangrijkste conclusies waren als volgt:

  • Alle groente en fruit tesamen verlaagde het risico op distale darmkanker maar niet op proximale en rectaalkanker.
  • Koolgroentes zoals spruitjes en broccoli verlaagden het risico op proximale en, in mindere mate, distale darmkanker.
  • Appels en caroteenrijke geel-oranje groentes zoals wortelen verlaagden het risico op distale darmkanker.
  • Bij rectaalkanker was er geen enkele groep groente of fruit die duidelijk bescherming lijkt te bieden terwijl het veel drinken van vruchtensap een risicoverhogend effect liet zien.

http://adajournal.org/webfiles/images/journals/yjada/yjada_pc_111_10.pdf

Gerelateerd:

Broccoli of spruitjes?

ARME DRUSUS CAESAR !

Groentes tegen kanker

 

Share

Curcumin bij darmaandoeningen

Een kleinschalig onderzoek versterkt eerdere vermoedens dat curcumin, een bestanddeel van het kruid kurkuma (koenjit, geelwortel), beschermt tegen darmkanker. Familiaire adenomateuze polyposis is een voorstadium van colorectaal carcinoom, de meest voorkomende soort darmkanker. Vijf patiënten met deze aandoening in een gevorderd stadium, die gekenmerkt wordt door meer dan 100 darmpoliepen, kregen 3 x daags 480mg curcumin en 20mg quercetine. Na zes maanden waren bij alle patiënten de hoeveelheid en de grootte van de poliepen afgenomen. Het aantal met gemiddeld 60% en de grootte van de overgebleven poliepen met gemiddeld 51%. Onderzoeker Giardiello van John Hopkins School of Medicine acht de curcumin hiervoor verantwoordelijk en niet de kleine hoeveelheid quercetine. (Clin Gastroeneterol Hepatol, 2006; Healthday.com, 2006)

Tientallen proeven met darmkankercellen en enkele dierproeven wijzen erop dat curcumin op verschillende wijze de kanker tegen zou kunnen gaan. Andere onderzoekingen met mensen zijn ons echter niet bekend. De farmaceutische industrie zoekt naar synthetische varianten van het kruidenextract want op het origineel is geen patent te verkrijgen. (o.a. Anticancer Res, 2006; Carcinogenesis, 2004; )

Ook vond onderzoek plaats met patiënten met een andere chronische darmaandoening: colitis ulcerosa. Een kleine 100 mensen in de latente fase van de ziekte werden in twee groepen verdeeld. Alle proefpersonen kregen de gebruikelijk onderhoudsmedicijnen (sulfasalazine of mesalamine) en de ene groep daarnaast 2 x daags 1 gram curcumin. De andere groep een placebo. De patiënten werden bij aanvang onderzocht, na 2 maanden en na 6 maanden – waarna de curcumin resp. de placebo werd gestopt. Bij de evaluatie na 6 maanden bleek dat bij 4,65% van de mensen uit de curcumingroep de darmontstekingen waren teruggekeerd. Dit was bij 20,51% van de mensen uit de placebogroep het geval. De onderzoekers concluderen dat curcumin een veelbelovende, veilige medicatie bij colitis ulcerosa in de remissiefase is. ( Clin Gastroenterol Hepatol, 2006) zie ook Boswellia

Share

Boswellia

De bast van de boswelliaboom

De bast van de boswelliaboom

De hars van de boom boswellia serrata wordt in de Indiase ayurvedische geneeskunde gebruikt voor de behandeling van ziektes die met ontstekingen gepaard gaan. Uit laboratoriumonderzoek blijkt dat boswelliazuren uit dit hars zich binden aan een enzyme, 5-lipoxygenase, dat z.g. leukotrienes produceert. Leukotrienes worden verantwoordelijk gehouden voor het in stand houden van chronische ontstekingen.
Uit dierproeven blijkt tevens dat boswellia een lichte pijnstillende werking heeft onafhankelijk van de ontstekingsremmende werking en dat het geen nadelige invloed heeft op de bloedstolling, de maag en de vorming van nieuw kraakbeen en gewrichtsvloeistof. Dit in tegenstelling tot veel ontstekingsremmende medicijnen.
Aangetoond is dat boswellia kan helpen bij chronische gewrichtsontstekingen, chronische darmontstekingen en astma.

Enkele onderzoeken:

Boswellia bij artrose: gecontroleerd (gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd, crossover) onderzoek werd uitgevoerd Lees verder

Share