Rubriek: hartfalen

Bacteriën in de darm beïnvloeden hersenen en hart

Yersinia enterocolitica, één van de schadelijke bacteriën die mogelijk in verband staat met hartfalen

Yersinia enterocolitica, één van de schadelijke bacteriën die mogelijk in verband staan met hartfalen

De orthomoleculaire voedingswetenschap schrijdt met rasse schreden voort, hoewel het woordje “denderen” beter op zijn plaats is. Bijna dagelijks rollen via vakliteratuur en digitale nieuwsbrieven tientallen onderzoeksrapporten over mijn schrijftafel. Ik loop er soms amechtig achteraan in een poging al die fascinerende nieuwe inzichten zo goed mogelijk bij te houden. Zo is er recentelijk heel wat research verricht op het gebied van het microbioom, de verzameling van miljarden micro-organismen die zich genesteld hebben in onze darmen. In wat aanvankelijk een ongestructureerde bende leek, hebben onderzoekers allerlei patronen kunnen identificeren, waarvan sommige verband houden met ziekte. Het Amerikaanse “Human Microbiome Project” heeft onlangs veel inzichten opgeleverd over hoe epigenetische factoren zoals voeding en het gebruik van anti/probiotica het darmmilieu kunnen beïnvloeden en welke gevolgen dit heeft voor de gezondheid van de gastheer. 

Brain meets gut Lees verder

Share

Co-enzym Q10 halveert sterfte bij hartfalen

Een hoge dosering van de voedingsstof co-enzym Q10 kan bij ernstig hartfalen de kwaliteit van leven verbeteren en het leven aanmerkelijk verlengen, zo blijkt uit de resultaten van een groot Deens onderzoek dat enkele dagen geleden is gepresenteerd op een wetenschappelijk congres in Lissabon.

Al tientallen jaren verschijnen sporadisch kleine onderzoeken die  verbeteringen laten zien bij patiënten met hartfalen door extra Q10. Dit onderzoek was echter dermate groot en professioneel opgezet en de resultaten zijn zo duidelijk dat gehoopt wordt dat co-enzym Q10 tot de standaardmedicatie gaat behoren bij hartfalen.

Aan het onderzoek deden 420 patiënten met ernstig hartfalen (New York Heart Association klasse 3 en 4) mee uit negen landen. Lees verder

Share

Carnitine vermindert sterfte, hartritmestoornissen

L-carnitine wordt voor een natuurlijke voedingsstof opvallend vaak toegepast bij hartkwalen. In de afgelopen jaren zijn er veel – vaak relatief kleine- wetenschappelijke onderzoeken verschenen die gunstige resultaten lieten zien. Wetenschappers van de gerenommeerde Mayo Clinic voerde een meta-analyse uit van alle gedegen onderzoeken waarbij carnitine was getest als secundair preventiemiddel bij cardiovasculaire aandoeningen. Hiermee wordt bedoeld dat de proefpersonen al eerder ernstige klachten zoals een hartaanval of beroerte hadden gehad en waarbij gekeken werd of extra l-carnitine  hartpatiënten bescherming biedt.

Dertien onderzoeken met in totaal 3629 patiënten werden opgenomen in de meta-analyse. De meest gebruikte dosering was 2 gram per dag. De duur varieerde van enkele maanden tot een jaar. In elf van deze onderzoeken werd de totale sterfte beoordeeld. Deze was – statistisch significant – 27% lager (odds ratio) bij de personen die de carnitine gekregen hadden dan in de placebogroepen.  Ook het optreden van angina pectoris – pijn op de borst- en de gevaarlijke hartritmestoornis ventrikelfibrilleren werd door de carnitine verminderd. Lees verder

Share

A star is born

Hartfalen

En dan heb ik het niet over sterren uit de gelijknamige muziekfilm uit 1937 met remakes uit 1954 en 1976, maar over een nieuwe ster aan het orthomoleculaire firmament d-ribose genaamd, een amino-suiker die vooral werkzaam is bij hartproblemen. En hoewel deze ster inmiddels helder schijnt moet ik toegeven dat ik er nog nooit van had gehoord. Tot ik onlangs het boek Reverse Heart Disease Now van de cardiologen Sinatra en Roberts in handen kreeg. In hun beschrijving van dit wonderlijke stofje met vermelding van diverse casussen van personen met ernstig hartfalen ben ik bijzonder geïnteresseerd geraakt, en ik geef u dan ook graag een resumé van hun bevindingen.

D-ribose is onderdeel van adenosinetrifosfaat [ATP], een substantie die de lichaamscellen gebruiken voor de energieopwekking. Het is in staat om in snel tempo zieke harten op te peppen. Elke cel in het menselijk lichaam maakt, afhankelijk van zijn plaats en functie, in geringe mate een hoeveelheid van deze suikermolecuul. De lever, de bijnieren en het vetweefsel produceren het meest – genoeg om als leveranciers van hormonen en vetzuren te dienen. Andere organen en weefsels bevatten veel minder d-ribose.

Vitale substantie Lees verder

Share

Vitamine D, sterfte en hart- en vaatziekten

Uit onderzoek, waarover we op deze site melding maakten, werd al een sterk verband aangetoond tussen een laag vitamine D gehalte en een groter risico op cardiovasculaire aandoeningen. Recent is er een nieuwe studie gepubliceerd over onderzoek dat niet alleen een mogelijk verband zocht tussen hart- en vaatziektes en vitamine D maar ook keek naar het supplementgebruik en de sterfte in het algemeen. Vanwege het eerdere onderzoek hadden de onderzoekers verwacht minder cardiovasculaire aandoeningen en een geringere sterfte te vinden bij mensen met hoge vitamine D gehaltes. De gevonden relatie was echter verrassend sterker dan men had verwacht. Lees verder

Share

Vitamines en andere voedingsstoffen bij chronisch hartfalen

Bij hartfalen pompt de linker hartkamer bij elke hartslag minder dan 40% van het aanwezige bloed het lichaam in terwijl dit bij een gezond hart 50% is .Dit percentage wordt de linkerventrikelejectiefractie (LVEF) genoemd. Dertig oudere mensen met chronisch hartfalen deden mee aan een dubbelblind onderzoek waarbij nu eens niet één vitamine maar een combinatie van voedingsstoffen gegeven werd. De dagdosering was 250 mg calcium, 150 mg magnesium, 15 mg zink, 1,2 mg koper, 50mcg selenium, 800 mcg vitamine A, 200mg vitamine B1, 2mg vitamine B2, 200 mg vitamine B6, 5mg foliumzuur, 200mcg vitamine B12, 500mg vitamine C, 400mg vitamine E, 10mcg vitamine D (400 IE) en 150 mg co-enzym Q10. Voor en na het negen maanden durende onderzoek werden allerlei tests en metingen gedaan. Bij degenen die de vitamines en andere voedingsstoffen gekregen hadden was de pompwerking van het hart na negen maanden verbeterd. Zo steeg, in de vitaminegroep, de LVEF van gemiddeld 25,6% naar 30,9% terwijl deze in de placebogroep daalde van 26,6% naar 26,2% . Symptomen als vermoeidheid en kortademigheid verbeterden ook in de vitaminegroep. Deze verbeteringen waren pas meetbaar na 4 maanden maar ook weer niet van dien aard dat men aanmerkelijk sneller kon lopen. (European Heart Journal, 2005)

Share