Anders denken, anders doen…

1173326_fit_the_piecesIeder mens ziet er anders uit en daar doen we nooit moeilijk over. Maar als je tot een groep behoort die anders is, wil  iedereen ineens weten waarin je anders bent. En soms weet je dat zelf niet eens. Als je blind bent, is het heel moeilijk te snappen hoe het is om te zien. En als je doof bent, kun je je moeilijk voorstellen wat geluid is. En als je autisme hebt is het moeilijk om te weten hoe andere mensen denken en de wereld beleven. Mensen met en zonder autisme kunnen veel van elkaar leren. De een is niet beter dan de ander, is te lezen op de site van de Stichting Autisme en ik.

Anders denken

Autisme is een ontwikkelingsstoornis die vanaf de geboorte aanwezig is , maar zich vaak pas vanaf het derde levensjaar manifesteert. Er treden [soms ernstige] beperkingen op in de sociale en communicatieve sfeer met beperkte zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, interesse en bezigheden. Hierdoor kan een autist vaak moeilijk functioneren in de maatschappij. Bij jongens lijkt dit probleem vier keer vaker  voor te komen dan bij meisjes. In het autistisch spectrum kent men drie hoofdvormen:  klassiek autisme, het syndroom van Asperger en PDD-NOS, een afkorting voor het Engelse “pervasive developmental disorder, not otherwise specified”.  De uitdrukking spectrum geeft aan dat er veel variaties van autisme bestaan. Asperger verschilt ten opzichte van autisme hierin dat vertraging in de mentale ontwikkeling en het gebruik van taal minder vaak voorkomt. PDD-NOS is de term die gebruikt wordt als niet alle criteria voor autisme en Asperger meetbaar zijn. Binnen de psychiatrie gaan er stemmen op om de genoemde aanduidingen te laten vallen en eenvoudig te spreken van milde, matige of ernstige vormen van autisme. Ouders van autistische kinderen zien dikwijls dat hun kroost geen interactie met anderen heeft of lange tijd zeer intensief gefocust is op één zaak. In veel gevallen ontwikkelt het kind zich na de geboorte normaal, maar wordt later plotseling stil,  in zichzelf gekeerd, maakt moeilijk oogcontact, en is ongevoelig voor sociale prikkels en het spontaan maken van vrienden. Of is op een excessieve wijze bezig met speelgoed of het verzamelen van objecten. Doen dergelijke verschijnselen zich voor dan is professionele hulp dringend aan te raden. Tegenwoordig kan in veel gevallen autisme al op een leeftijd van 18 maanden worden vastgesteld, soms zelfs vroeger als het kind nog maar 12 maanden oud is. Een vroege diagnose is van invloed op het verloop. Er kan dan direct hulp worden geboden in de vorm van gedragstherapie, zodat dergelijke kinderen worden geholpen de nodige sociale en communicatieve vaardigheden te ontwikkelen. Veel autistische kinderen blijken met de juiste ondersteuning in hun latere leven uitstekend met hun beperking om te kunnen gaan en leiden dikwijls een normaal of bijna normaal leven. Zelfs een aantal  grootheden uit de geschiedenis hadden vermoedelijk een vorm van autisme, zoals Albert Einstein, Andy Warhol en Leonardo da Vinci. En zonder Bill Gates geen Microsoft….

Autisme, een toenemend probleem

Groei diagnoses autisme VS

Het aantal kinderen dat gediagnosticeerd wordt met autisme neemt wereldwijd enorm toe. In de V.S. steeg het aantal kinderen met deze ontwikkelingsstoornis in de 90er jaren dramatisch naar 9 per 1000 vergeleken met 1 – 2 per 1000 kinderen wereldwijd. De oorzaak daarvan is onduidelijk en zeer controversieel. Volgens een aantal onderzoekers heeft dit probleem zeker een genetische achtergrond, maar spelen ook voedingskeuzes  en milieufactoren een belangrijke rol. Wat dit laatste betreft wijzen sommige wetenschappers naar de toenemende vervuiling in de vorm van zware metalen, pesticiden maar ook kindervaccinaties als de grote boosdoeners. Wie het weet mag het zeggen. Kinderen met autisme hebben in elk geval begeleiding nodig in de vorm van schoolprogramma’s die speciaal aan hun behoeften zijn aangepast. Vanuit de voedingswetenschap worden ook enkele suggesties aangedragen die kunnen leiden tot verbetering van de hersenfunctie. Met dergelijke maatregelen wordt autisme weliswaar in strikte zin niet genezen, maar sommige kinderen ondervinden een zeker welbevinden als voedselintoleranties worden opgespoord en bepaalde voedingsadditieven worden geëlimineerd. Bij een aantal blijkt overgevoeligheid voor gluten en melk- in het bijzonder caseïne-eiwit- een belangrijke factor te zijn. Worden die substanties van het eetlijstje geschrapt dan treedt soms een dramatische verbetering op. Een merkwaardig verschijnsel daarbij is een sterk afgenomen uitscheiding van peptides via de urine. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat kinderen die autistisch zijn lijden aan een of meer defecten om peptidasen die zich in melk en tarwe bevinden, in hun lichaam af te breken. Deze peptides vinden via de bloedstroom dan hun weg naar de hersenen waar zij een ernstige verstoring in de stofwisseling teweeg brengen. Het is om die reden de moeite waard eens een gluten en caseïnevrije proefperiode van een maand of drie in te lassen. In sommige gevallen kan dat tot aangename verrassingen leiden. Ook andere voedselallergieën kunnen een rol van betekenis spelen. Omdat bij autisten een toegenomen doorlaatbaarheid van de darmwand is waargenomen is het aan te bevelen zulke allergieën zo veel mogelijk op te sporen.

Voedingssupplementen, een overzicht

  1. Omega-3-vetzuren, [EPA + DHA} die veel in vette vis voorkomen, kunnen als voedingssupplement een positieve rol spelen bij autisme. Enkele klinische studies die dit aantonen zijn helaas nog te kleinschalig om een overtuigend bewijs te leveren. Bij één dubbelblind onderzoek werd aan 13 autistische kinderen in de leeftijd van 5 – 17 jaar  die flinke woedeaanvallen vertoonden en agressief gedrag aan de dag legden, zes weken lang dagelijks 1,5 gram EPA en DHA gegeven. Bij de omega-3-slikkers nam de hyperactiviteit en het repetitieve en ritualistische gedrag af, ten opzichte van de kinderen die een neppil [placebo] kregen. In een ander streng gecontroleerd onderzoek kregen 27 kinderen van 3 tot 8 jaar 12 weken lang elke dag 1,3 gram EPA+DHA. Daarbij nam hun hyperactiviteit duidelijk af. Vermoedelijk zijn de resultaten bij jonge kinderen beter dan bij oudere. Een studie bij jong volwassenen liet geen positieve uitslagen zien.
  2. Vitamine B6 en magnesium. Onderzoeken bij autistische kinderen hebben uitgewezen dat er sprake kan zijn van abnormaliteiten in de serotoninehuishouding en andere neurotransmitters. In verschillende dubbelblinde klinische trials is getracht die verstoringen op te heffen met vitamine B6 suppletie. De resultaten geven te kennen dat een kleine groep daar positief op reageert. Zo’n 20 % ziet verbetering van de symptomen, terwijl ongeveer 10% zeer goede resultaten boekt. In deze gevallen blijkt vitamine B6 het beste te werken in combinatie met magnesium. Recentere studies bevestigen de synergie tussen beide voedingsnutriënten.
  3. Foliumzuur, vitamine B12 en vitamine C. De verstoringen in de serotoninehuishouding en de andere neurotransmitters kunnen volgens wetenschappers ook te wijten zijn aan de afname van het enzym tryptofaan-hydroxylase. Dit enzym is voor zijn werking afhankelijk van een molecuul dat bekend staat als tetrahydrobiopterin [BH4] en bij autisten duidelijk te laag is. In de 80er jaren is daarom geprobeerd om autistische kinderen te behandelen met een dagelijkse dosis van 20 mg/kg BH4. De meerderheid  [63%] van de onderzoeksgroep reageerde daar positief op. Op dit moment wordt de BH4 therapie verder onderzocht en als de resultaten goed uitpakken zal dit preparaat een wijdere toepassing krijgen. BH4 is momenteel niet vrij verkrijgbaar, maar foliumzuur, vitamine B12 en vitamine C zijn wel in staat de hersenen te stimuleren om lichaamseigen BH4 aan te maken.
  4. Melatonine. Bij een aantal autisten zijn slaapproblemen een dagelijks terugkerend probleem. Klinische studies tonen aan dat ook de productie van melatonine bij hen verstoord is. Zoals u kunt lezen in mijn artikel “Schapen tellen” laat onderzoek zien dat melatonine belangrijk is om de kwaliteit van de slaap te verbeteren. Verschillende meta-analyses geven te kennen dat melatonine in een dosis van 0.75 mg tot 6 mg bij autisten een verbeterde slaap, een stabieler gedrag na het ontwaken en weinig bijwerkingen geeft. Studies, waarbij drie dubbelblind uitgevoerde lieten een duidelijke verbetering zien. Bij een dosering van 2 – 5 mg melatonine vergeleken met een placebo werd de  tijd om in slaap te komen korter en de slaapperiode langer en dieper.
  5. L-carnosine is een eiwitje waarvan de toepassing bij autisme reden tot een bescheiden optimisme geeft. Tijdens een acht weken durend onderzoek bleek het bij 31 kinderen spraak, sociale vaardigheden en gedrag te verbeteren.

Autisme is zo gek nog niet

Het voedingssupplementenoverzicht is bedoeld om een beeld te geven van de huidige orthomoleculaire stand van zaken met betrekking tot het autistisch spectrum. Het toepassen daarvan dient uitsluitend te geschieden onder toezicht van een ter zake kundig arts of therapeut. Die is tevens in staat om eventuele reguliere medicatie af te stemmen op het gebruik van bovengenoemde voedingssupplementen. Over autisme en hoe daar in het dagelijks leven mee om te gaan heeft Caroline van der Velde twee mooie boeken geschreven: “Pubergids Autisme” en “Oudergids Autisme” . Caroline heeft zelf een autistische puberzoon en is een professionele begeleider van kinderen met autisme. Aan haar boek ontleen ik een paar aanhalingen om de verschillende eigenschappen te laten zien  tussen mensen met en zonder autisme.

Autisten:
1. zijn heel betrouwbaar

 

2. hebben vaak een buitengewoon geheugen voor details, zoals namen, data of schema’s. [zie de hoofdpersoon in de film “Rainman”]
3. kunnen luisteren zonder te oordelen

4. praten zonder anderen te willen beïnvloeden

5. bedenken originele, unieke oplossingen

6. zijn trouw aan hun eigen opvattingen

7. zijn zichzelf en doen geen moeite indruk te maken

8. zeggen wat ze bedoelen

9. houden van structuur

10.zien de details waaruit de wereld is opgebouwd

Niet-autisten:
1. kunnen liegen en doen alsof

 

2. hebben vaak moeite om dingen gestructureerd te onthouden.

3. hebben doorgaans snel een oordeel en een mening klaar

4. bedoelen vaak iets anders dan ze zeggen

5. denken meestal volgens bepaalde patronen

6. kunnen zich gemakkelijk aanpassen aan de mening van anderen

7. proberen indruk op elkaar te maken

8. zenden dubbele boodschappen uit

9. zijn soms chaotisch

10.zien details als onderdeel van een groter geheel

 

 

U hoeft het natuurlijk niet met alles eens te zijn….

Bronnen:

www.autismeenik.nl

The Encyclopedia of Natural Medicine ,third edition, 2012 by dr. Joseph Pizarro & dr. Michael Murray, New York

 

Gerelateerd: Is het misschien een B12 tekort?

Vitamine D bij autisme

Share

12 reacties “Anders denken, anders doen…

  1. met name mbt de vaccinaties heb ik met beide kinderen me afgevraagd of ik er goed aan gedaan heb, zeker omdat ze allebei adhd en een vorm van autisme hebben …
    is dit eigenlijk ooit wel eens door de overheid onderzocht ??????????

    “De oorzaak is onduidelijk en zeer controversieel. Volgens een aantal onderzoekers heeft dit probleem zeker een genetische achtergrond, maar spelen ook voedingskeuzes en milieufactoren een belangrijke rol. Wat dit laatste betreft wijzen sommige wetenschappers naar de toenemende vervuiling in de vorm van zware metalen, pesticiden maar ook kindervaccinaties als de grote boosdoeners. “

  2. Monica, zoals ik al schreef is het onderwerp controversieel, en wordt ook binnen de kringen der orthomoleculaire voedingswetenschap verschillend over deze kwestie gedacht. Of de overheid de relatie autisme – vaccinaties ooit heeft laten onderzoeken is mij niet bekend. Als dat wel zo is denk ik dat deze aangelegenheid gezien de commerciele belangen die daarbij een rol spelen niet erg hoog op het prioriteitenlijstje van het RIVM zal staan.
    gr. Anthon

  3. Kees, de moeilijkheid bij dergelijke onderzoeken is altijd de vraag “Who says and for what reason ?” Welingelichte personen die in staat zijn reserach-resultaten in alle redelijkheid tegen elkaar af te wegen moeten m.i. gezonde evenwichtige beslissingen kunnen nemen.
    Adriaan en ik zijn “mensen van het midden” – zie de rubriek “Over Vita-info”op deze site, en vooral het begrip “Integrative Medicine”. Ik ben bijna 65, ben tegen alles ingeënt, evenals mijn drie dochters en twee kleindochters. Toch sluit ik mogelijke “nare ontdekkingen” van hulpstoffen die in vaccins worden gebruikt niet uit. De toekomst zal [moeten] leren hoe wij dan tegen vaccinaties aankijken.
    gr. Anthon

  4. Ja, de verdenking van een relatie tussen vaccinatie en autisme was grotendeels gebaseerd op een onderzoek dat later frauduleus bleek te zijn.
    De meest recente meta-analyse naar de relatie tussen het rode hond-mazelen-bof vaccin concludeert dat een verband met autisme onwaarschijnlijk is. De onderzoekers stellen wel dat onvoldoende wordt geregistreerd wat de (mogelijke) effecten van vaccinatie zijn. Men kon bijv. geen betrouwbare gegevens vinden over de effectiviteit van het vaccin tegen de rode hond.
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22336803

  5. Zelf ben ik pas zestig en ben pas laat, op mijn dertigste toen er in mijn omgeving een polio-epidemie heerste, ingeent. Mijn vier kinderen en negen kleinkinderen zijn allemaal wel op de reguliere momenten ingeent. Daarbij zijn twee kinderen van dezelfde ouders, autistisch. Uiteraard probeer ook ik er achter te komen wat de oorzaak zou kunnen zijn, maar vooral hoe hun lot te verbeteren. Natuurlijk is het zo maar mogelijk dat vaccinatie bij deze twee kinderen, door andere omstandigheden, zoals lichamelijke constitutie, anders hebben uitgepakt. Wie zal het zeggen.

    Ik reageerde slechts op de vraag of dit ooit al eens werd onderzocht en leverde twee verwijzingen.

  6. Dat uitkomsten van testen, trials en rechearch altijd skeptisch moeten worden gelezen is evident. Te vaak blijkt onvoldoende inzicht in het toepassen van bijvoorbeeld statistieken te leiden tot onverwachte, maar vooral ook onware uitkomsten. Zelfs de wijze waarop de testen tot standkomen en zijn samengesteld laat vaak te wensen over en zet menigeen op het verkeerde been.

    Napraten en de dwang om als wetenschapper op regelmatige basis te moeten publiceren, leidt tot de meest curieuze uitkomsten, die vervolgens, wanneer dit zo in de kraam te pas komt, volgaarne gebruikt wordt als ‘bewijs’ voor allerlei bedenkelijke theorieen. Dit gebeurt vooral in de medische wereld, maar ook in de voedingsdeskundige wereld, die zich vooral wentelt in de vele (pseudo) wetenschappelijke uitspraken.

  7. Beste Kees, het blijft bij geneeskundige behandelingen – of het nu gaat om “regulier” of “alternatief”- ik spreek liever van “complementair”- altijd een kosten-batenanalyse. In beide kampen komen we van tijd tot tijd flinke “wildgroei” tegen. In het medisch-academische circuit komt op dit moment via de media van alles boven drijven dat voor het grote publiek lang verborgen is gebleven. Bekende t.v.programma’s als Radar, Zembla etc. zijn wat dit betreft nuttige informatiebronnen. In de voedingswetenschap komen we eveneens soms uitgesproken bizarre meningen tegen, die in eerste instantie op de lachspieren werken, maar bij nadere beschouwing slechts de wenkbrauwen doen fronsen. Adriaan en ik proberen daarom al vele jaren zo evenwichtig en voorzichtig mogelijk door dat medische/voedingskundige oerwoud te wandelen. De neerslag van die wandeling kun je terug vinden in onze honderden artikelen op deze site. Zoals je kunt lezen hebben we dan ook regelmatig onze meningen en opvattingen moeten bijstellen of geheel herzien. Maar wetenschap is een dynamisch bedrijf; daarom blijft het fascinerend om er dagelijks mee bezig te zijn,
    gr. Anthon

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *