Met dank aan Pieter Sipkes Cupido: cranberry’s

In een stormachtige novembernacht in 1845 spoelde op het strand van Terschelling een vaatje met cranberry’s aan. Het werd meegenomen door de jutter Pieter Sipkes Cupido, die de bessen plantte. Daarmee werd de kiem gelegd voor de befaamde Terschellinger cranberry cultuur. Om die reden wordt de cranberry daar nog steeds Pieter Sipkesheide genoemd, naar de eerlijke vinder van het vat. De cranberry was in 1845 in Nederland geen inheemse plant. Oorspronkelijk komt hij uit Noord-Amerika waar hij door de Pilgrim Fathers “craneberry” werd genoemd. De kleine paarse bloesems die in de lente uitspruiten doen namelijk aan de kop en snavel van de Sandhill crane – een kraanvogelsoort – denken. Craneberry werd uiteindelijk cranberry. In het Nederlands wordt hij kraanbes of veenbes genoemd en in het Latijn luidt de naam Vaccinium macrocarpon. 

Blaasbezwaren

Het gebruik van de cranberry als medicinale plant is bij de Noord-Amerikaanse Indianen al eeuwenlang bekend. In de U.S.A en in Canada ontstonden in de loop van de 19de eeuw commerciële veenbesculturen. In 1864 had Massachusetts al meer dan 3000 hectare veenbesvelden. Omdat de cranberry gebruikt werd als middel tegen scheurbuik op lange zeereizen, was er ook in Europa belangstelling voor commerciële teelt van de veenbes. De eerste pogingen werden ondernomen in Engeland en Duitsland. Na de ontdekking van de cranberry op Terschelling kreeg men ook in Nederland belangstelling voor de teelt. Er zijn drie soorten substanties in cranberry’s die verantwoordelijk zijn voor het positieve effect bij de behandeling en preventie van blaasontsteking. De proanthocyanidines, looizuurachtige verbindingen die behoren tot de groep van tanninen, voorkomen dat de Escherichia coli (E.coli bacteriën), de belangrijkste veroorzakers van urineweginfecties, zich kunnen hechten aan cellen in het urinekanaal.
De proanthocyanidines in cranberry’s zijn op een andere wijze (A-type) gebonden in vergelijking met die in andere fruitsoorten (B-type). Juist deze type-A proanthocyanidines zijn effectief in het voorkomen van kolonisatie door E.coli. Ook fructose in cranberry’s heeft enige anti-adhesieve eigenschappen, maar vooral mannose vermindert de hechting van pathogene bacteriën. Daardoor nemen de kolonisatiemogelijkheden van deze bacteriën af, waardoor ze via de urinestroom naar buiten worden gespoeld.  In een Fins onderzoek dat in 2001 gepubliceerd werd door dr. Tero Kontiokari, werden drie groepen van elk vijftig vrouwen gevolgd. De eerste groep dronk gedurende zes maanden dagelijks 200 ml water met 50 ml cranberry en vossebessesap – een zusje van cranberry. De tweede groep dronk vijf dagen per week 100ml van een Lactobacillusdrankje. En de derde [controle]groep dronk geen van beide drankjes. De eerste groep bleek 20% minder vatbaar voor een infectie, vergeleken met groep twee en  drie. In de loop van de onderzoeksperiode kreeg in de cranberrygroep 16 %, in de Lactobacillusgroep 39 % en in de controlegroep 36 % een urineweginfectie. Een duidelijk voordeel dus voor de cranberrygebruikers. Volgens Kontiokari is cranberrysap vooral effectief om na een blaasontsteking een nieuwe urineweginfectie te voorkomen.

Helicobacter pylori

De bacterieremmende eigenschappen van cranberrysap lijken ook therapeutische waarde te hebben bij het bestrijden van de Helicobacter pylori, de boosdoener bij onder meer maagzweren. In een land als China draagt ruim 70% van de volwassenen van middelbare leeftijd deze bacterie bij zich, tegen 20% tot 50% van de volwassenen in geïndustrialiseerde landen. Behalve met de maagzweer is H.pylori geassocieerd met maagkanker en het maaglymfoom. De eerstelijns behandeling van H.pylori is meestal opgebouwd uit een drietrapsraket: twee soorten antibiotica en een protonpompremmer, zoals omeprazol. Deze aanpak is in het algemeen effectief, maar gaat wel gepaard met bijwerkingen die soms ernstig zijn. Er bestaat daarom grote behoefte aan een alternatief op basis van een niet-toxisch en natuurlijk product met minder bijwerkingen. Dr. Vay Liang W. Go van de Universiteit van California (Los Angeles), maakt duidelijk dat cranberrysap mogelijk in deze behoefte kan voorzien. Zo werd vorig jaar een onderzoek bij muizen gepubliceerd dat aantoonde dat H.pylori gevoelig lijkt te zijn voor cranberrysap. Bij de muizen die waren geïnfecteerd met de bacterie en cranberrysap te drinken kregen, werd de H. pylori binnen 24 uur met 80% teruggedrongen. Vier weken na de behandeling bedroeg dit resultaat nog altijd een positieve 20%.

Diabetes en cardiovasculaire problemen

Vanwege zijn hoge concentratie polyfenolen is er toenemend bewijs voor de potentiële werkzaamheid van cranberry bij cardiovasculaire problemen.

McKay – Blumberg en Ruel – Couillard, twee researchgroepen deden in 2007 onderzoek naar deze eigenschap. Een eenmalige dosis van 500 ml sap met een gehalte van 27% cranberry’s werd aan negen gezonde vrouwen gegeven. Het drankje was in staat de antioxidantencapaciteit in het bloedplasma flink te verhogen. Volgens de onderzoekers speelde daarbij ook de vitamine C in de cranberrysap een rol. Bij een andere groep zag men dat cranberrysap in staat is het bloedsuikergehalte in balans te houden, en afhankelijk van de dosering oxidatie te voorkomen van het LDL en VLDL- cholesterol in het bloedplasma. Aanvullende bewijzen voor cardiovasculaire bescherming van cranberry zullen echter nog geleverd moeten worden. En willen ze de toets der kritiek kunnen doorstaan dan moeten die vooral komen uit de hoek van de humane studies. Wat diabetes type 2 betreft zijn er de afgelopen zes jaar onderzoeken geweest, zoals die waarbij twaalf weken lang 240 ml cranberrysap werd gegeven aan 12 mannen en 15 vrouwen met diabetes. Maar helaas bleef daarbij een positief effect op het bloedsuikergehalte uit. Dit kan volgens de onderzoekers gelegen hebben aan de bewerking van het cranberrypoeder dat voor de test was gebruikt. In 2008  onderzochten Japanners via een dubbelblind onderzoek nog eens het effect van cranberry bij diabetici. Ook daarbij bleef het effect op het nuchtere bloedsuikergehalte onder de maat. Wel zag men een significante daling van het totaal cholesterol en de LDL, terwijl het “goede” HDL-cholesterol flink toenam. Wilson et al gaven in 2008 aan een groep diabetici een verdunde oplossing van 240 ml cranberry sap. Daarbij vertoonden de testpersonen een betere respons op glucose en insuline dan een andere groep die alleen suikerwater kreeg.

Kanker

De kankerbeschermende werking van cranberry verheugt zich in toenemende belangstelling van voedingswetenschappers. Vermoedelijk gaat het bij de kankerpreventieve werking van cranberry’s om de vermindering van oxidatieve stress of om andere biochemische mechanismen die nu nog onduidelijk zijn. De afgelopen tien jaar zijn er diverse in vitro-studies verschenen die aantonen dat cranberry actief is bij tumorcelproliferatie. Onlangs werden die resultaten aangevuld met humane onderzoeken die de tumorremmende werking van cranberry nog eens extra ondersteunden. Het eerste in vitro-onderzoek met Vaccinium-fruit verscheen in 1996. De Universiteit van Illinois [U.S.A.] publiceerde een rapport waarin te lezen stond dat extracten van cranberry, de blauwe bosbes en andere leden uit de Vacciniumfamilie in vitro in staat zijn de expressie van ornithine decarboxylase [ODC] af te remmen maar het enzym quinone reductase – belangrijk voor zijn ontgiftingscapaciteit ! – te stimuleren. Canadese wetenschappers vonden dat cranberry-extracten de groei van borstkankercellen konden afremmen, in het bijzonder  de celproliferatie van cellen van het type MCF-7 en MDA-MB-435. Latere studies doen vermoeden dat de kankerremmende capaciteit van cranberry ook te maken heeft met de aanwezige triterpenen en flavonoïden.

Mogelijke schaduwkanten

Ik schreef in mijn artikel “Houdt u van grapefruit” dat sommige voedingsubstanties zich ten opzichte van reguliere medicijnen nogal grillig kunnen gedragen.

Zo meldde P. Grant in januari 2004 in The Journal of Heart Valve Disease – jan:13 (1):25-6 dat cranberry niet goed samengaat met sommige bloedverdunnende medicijnen. Die conclusie werd en wordt echter niet door alle onderzoekers gedeeld. Maar voorzichtigheid is de moeder van de porseleinen medicijnkast en daarom raad ik  aan cranberry liever niet te gebruiken in combinatie met medicijnen als acenocoumarol en fenprocoumon. Van deze middelen is bekend dat ze frequent met andere medicijnen een interactie hebben, waardoor het bloedverdunnend effect wordt versterkt, maar ook verzwakt kan worden. Een ander mogelijk bezwaar dat wellicht te weinig aandacht krijgt is het feit dat een groeiend aantal mensen gebukt gaat onder fructose-intolerantie. En cranberry’s zijn rijk aan dit bestanddeel. Een kilo cranberry’s bevat gemiddeld 75 gram fructose, waarmee het een topper is onder de fruitsoorten.

In elk geval concluderen onderzoekers dat regelmatige consumptie van cranberrysap H. pylori-infecties kan uitroeien en mogelijk een kosteneffectieve alternatieve therapie is zonder de bijwerkingen van de gangbare behandeling. Het exacte werkingsmechanisme is nog niet helemaal duidelijk, maar lijkt te worden veroorzaakt door de werking van de proanthocyanidinen, het hoge gehalte aan vitamine C en/of aan de antioxidatieve bioflavonoïden.

Wat een zegen dus dat de Terschellinger strandjutter in die koude novembernacht in 1845 de moed had om zijn warme bed te verlaten om de cranberry’s in veiligheid te brengen.  Met dank aan Pieter Sipkes Cupido !

Edit  september 2016
Niet alleen bij de afbraak van antistollingsmiddelen – zie hier boven – beïnvloedt cranberry het enzym CYP2C9 . Ook bij het gebruik van medicijnen als amitryptilline, diazepam, diclofenac en tamoxifen dient de nodige voorzichtigheid in acht te worden genomen. Laboratoriumonderzoek ( in vitro) naar het ook door CYP2C9 gemetaboliseerde diclofenac met menselijke lever-ribosomen toonde aan dat cranberry de afbraak van diclofenac remt.
“Echter op grond van de beschikbare literatuur kunnen we geen eenduidige conclusie trekken over de mogelijke beïnvloeding van CYP2C9 door cranberrysap. De klinische effecten lijken mee te vallen. Echter bij conflicterende aanwijzingen voor mogelijke schadelijke effecten is het advies om bij geneesmiddelengebruik – speciaal bij polyfarmacie ( meer dan 5 medicijnen ) – geen cranberrysap te gebruiken” zegt integraal werkend apotheker Han Siem van de Huizerapotheek.
Als het om receptmedicijnen gaat moet de informatievoorziening in eerste instantie bij het verstrekken van het geneesmiddel gebeuren. Maar helaas ontbreekt het daar in sommige apotheken nog wel eens aan. Lees dus vooral nauwkeurig de bijsluiters van medicijnen, en vraag bij twijfel altijd advies aan de dienstdoende apotheker of zijn assistent. Daarnaast zijn waarschuwingen op de verpakkingen van voedingssupplementen een goede aanvulling. Wie medicijnen slikt doet er altijd goed aan om het gebruik van kruidenpreparaten en voedingssupplementen aan de arts te melden – Voedingswaarde, augustus 2015

Referenties:

British Medical Journal 2001;322 (7302):1571

Chinese Journal of Digestive Diseases 2003;4:136-139

Nutritional Review 2007; 65:490-502

Molecular Nutrition and Food Research 2007;51:692-701

Planta Medica 1996; 62:212-6

Journal of Nutrition 2004: 134:1529-35

 

Share

3 reacties “Met dank aan Pieter Sipkes Cupido: cranberry’s

  1. Sinds vorige week gebruik ik cranberrysap. Ik kreeg t van ‘n goede viriendin toen ik weer in t ziekenhuis lag. 2 flessen zijn al op, natuurlijk flink aanlengen met water, want ‘t is hartstikke zuur. Ik heb crohn colitis , daar zijn ze nog niet uit, fistels abcessen en n stoma. Deze week wist ik niet wat me overkwam; géén kolieken !!!!!Gisteren geen cranberrysap gedronken, t was op, en vannacht weer hondsziek geworden. Ik sla ‘t in–is besteld– en voor mij is ‘t duidelijk dat dit een wondermiddel is. idd e coli en helicobacter , dat is nu met proeven bewezen, dat die vernietigd worden door de cranberry. Succes mensen ; terug naar de natuur.

  2. Kees, het is er mij in eerste instantie om te doen geweest de farmacologische werkzaamheid van de cranberry te beschrijven waarbij ik getracht heb het verhaal in een historische context te plaatsen. De rol van Pieter Sipkes Cupido is een typische Terschellinger overlevering die historisch helaas niet meer te verifiëren valt. Zie het werk van E.J. Weeda e.a. “Nederlandse Ecologische Flora” -1988; 3:51-52
    gr. Anthon

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *