Vitamine D bij multiple sclerose

Zo’n twintig jaar geleden viel het wetenschappers op dat multiple sclerose veel vaker voorkomt in landen die verder van de evenaar liggen. Daarom werd gesuggereerd dat een vitamine D tekort een rol zou kunnen spelen bij het ontstaan en verloop van deze ziekte. Sindsdien zijn er vergelijkende onderzoeken uitgevoerd die er op wijzen dat MS inderdaad vaker voorkomt bij mensen met een laag vitamine D gehalte. Recent genetisch onderzoek heeft de rol van vitamine D nog eens benadrukt. Ook zijn er enkele kleine studies verschenen over vitamine D suppletie bij MS.

Onderzoekers van de Oxford universiteit onderzochten het genetische materiaal van 43 MS patiënten en hun ouders uit families waar MS vaker voorkwam. Ze vonden een variant (mutatie) van het CYP27B1 gen dat codeert voor de actieve vorm van vitamine D (calcitriol). Met twee kopieën zorgt het voor rachitis en met één kopie voor een laag calcitriolgehalte. Men identificeerde 35 ouders met één gemuteerde variant van het gen en één gewone variant. In alle gevallen had het kind met MS de variant die codeert voor een vitamine D tekort geërfd.

“Het kan geen toeval zijn dat alle 35 kinderen die variant van het gen hebben geërfd. Het gen moet dus wel een oorzaak zijn van MS” “Grootschalig onderzoek met vitamine D suppletie zijn nu nodig om vast te stellen dat vitamine D MS kan voorkomen. Het bewijs is sterk genoeg.

Aldus één van de onderzoekers prof. Ebers
Niet alle genoemde ouders met het gen hadden overigens zelf multiple sclerose. Het hebben van deze zeldzame variant van het gen leidt dus niet noodzakelijkerwijs tot MS.

In twee onderzoeken heeft men getracht te bepalen of hoge doses vitamine D van nut zijn bij MS. In het eerste onderzoek werd vooral ook gekeken hoe veilig vitamine D is bij deze mensen. In dit onderzoek, dat een jaar duurde, kregen 24 MS patiënten eerst vitamine D in oplopende doses van 10 000 ie per dag tot 40 000 ie per dag; daarna, gedurende 12 weken 10 000 ie vitamine D per dag, waarna deze dosering weer langzaam werd afgebouwd. Ook kreeg men steeds 1200 mg calcium per dag. Deze groep werd vergeleken met 25 vergelijkbare MS patiënten. Ondanks dat het vitamine D gehalte (calcidiol) tijdelijk tot 413 nmol/L steeg werden er geen nadelige bijwerkingen geregistreerd. In de vitamine D groep kwamen minder terugvalperiodes voor dan in de controlegroep (16% van de patiënten t.o.v. 37%)

In het meest recente onderzoek bij MS patiënten werden twee doses vitamine D met elkaar vergeleken, 1000 ie vitamine D2 per dag en 6000 ie vitamine D2 per dag. In dit in Australië (waar vitamine D gehaltes hoger zijn dan hier) uitgevoerde onderzoek, steeg het vitamine D gehalte naar gemiddeld 69 nmol/L in de laaggedoseerde groep en naar 120 nmol/L in de hooggedoseerde groep. Na zes maanden werd, o.a. n.a.v. MRI scans, geconcludeerd dat de patiënten in de hooggedoseerde groep het niet beter hadden gedaan dan in de laaggedoseerde groep.
Voor mensen die al jaren aan MS lijden blijkt vitamine D dus helaas geen wondermiddel.

Neurology October 25, 2011 vol. 77 no. 17 1611-1618
Cochrane Database Syst Rev. 2010 Dec 8;(12):CD008422.
Annals of Neurology

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *