Hildegard von Bingen, bitch of bink?

Wie zich verdiept in de geschiedenis van de geneeskunde, ontmoet vele figuren die een positieve bijdrage hebben geleverd in de strijd tegen ziekten. We zijn hen grote dank verschuldigd voor hun inzet om de medische wetenschap op een hoger level te tillen. Want zonder al die Pasteurs, Semmelweissen, Flemmings , Listers en Jenners zouden we nu nog “geopereerd” worden met als enig verdovingsmiddel een flinke slok jenever. Of overleden zijn aan de gevolgen van ongewassen doktershanden met daarop hele eskaders microscopisch kleine, maar uiterst boosaardige ziekteverwekkers. Of allang het loodje hebben gelegd ten gevolge van het trekken van een kies of een te lang aanhoudend hoestje.
Maar dit zijn allemaal mannen. Waar blijven de vrouwen die zich verdienstelijk hebben gemaakt om het lot van de lijdende mensheid te verlichten? Geen paniek dames! Graag vraag ik nu uw gewaardeerde aandacht voor iemand die door haar geneeskundige inzichten met kop [eh pardon, lieftallig hoofdje] en schouders uitstak boven haar medische tijdgenoten:

Hildegard's klooster Rupertsberg

Hildegard von Bingen
Hildegard is een echte Middeleeuwse, geboren in 1098 in Bermersheim bei Alzey in Midden-Duitsland. Ze kwam als tiende kind van een adellijke familie ter wereld, en werd als achtjarige naar haar tante Jutta gestuurd. Die was moeder-overste van het kleine klooster op de Disibodenberg, zo genoemd naar de Ierse 7de eeuwse kluizenaar Disibod. Hildegard woonde daar met zestien andere leerling-nonnen en leefde volgens de regels van de Benedictijnerorde, je weet wel die monniken die zulke lekkere likeur maken. Ze kreeg onderricht in Latijn, het lezen en interpreteren van Bijbelteksten en de Rooms-Katholieke liturgie. Al op haar vijftiende legt ze de eeuwige gelofte af van kuisheid, gehoorzaamheid en armoede. Als tante Jutta in 1136 sterft, neemt Hildegard de leiding van het klooster over. De jonge Hildegard blijkt een andere opvatting over gehoorzaamheid te hebben dan Kuno, de abt van het nabijgelegen mannen-klooster, want in 1147 besluit ze geheel tegen zijn zin tot het oprichten van een zelfstandige vrouwengemeenschap op de Rupertsberg bij Bingen. De toeloop van dames die non willen worden is zo groot dat zij in 1165 een dochterklooster opent in Eibingen. Je voelt de bui al hangen: tussen Hildegard en Kuno botert het niet, en de onenigheid tussen die twee zou daarna nog jaren voor problemen zorgen. Maar zoals later blijkt liet ze de kaas echter niet van haar Duitse brood eten.

Kloostertuin
Of Hildegard bekend was met de medische geschriften van de oude Grieken en Romeinen die voor haar hadden geleefd valt niet met zekerheid te zeggen. Als dat wel zo is, dan kunnen we zonder overdrijving zeggen dat haar kennis over de kruidengeneeskunde die van haar voorgangers verre overtreft ! Ze gebruikte de kloostertuin als proefveld voor haar onderzoek naar allerlei gewassen, droogde, versneed, en verwerkte ze tot tincturen en extracten. Verder onderzocht ze welke delen van een plant [wortels, bladeren, stengel of de bloem] het beste gebruikt en vermengd konden worden met andere kruiden en hoe het eindproduct kon worden aangewend tegen allerlei kwalen.

Toen Hildegard in 1147 een nieuw klooster stichtte zette ze ook daar haar botanische activiteiten voort.

Hier schreef zij haar beide plantkundige verhandelingen. Pas veel later toen die als boek in druk verschenen kregen ze de titel “Causae et Curae” [De oorzaak van ziekten en hun behandelingen] en “Liber subtilitatum diversarum naturaram creaturarum” [Boek over de aard en geneeskracht van verschillende scheppingen], ook wel de “Physica”genoemd. Laatst genoemd werk behandelt in 9 hoofdstukken, die weer onderverdeeld zijn in 500 afdelingen, geneeskrachtige planten [waaronder 230 kruiden], bomen [63 hoofdstukken], edelstenen, vissen, vogels, zoogdieren, reptielen en de oorsprong van metalen. “Causae et Curae” beschrijft alle toen bekende ziekten en de middelen die er tegen gebruikt kunnen worden.

Nieuwe inzichten
Hildegard interesseert zich niet alleen voor de farmaceutische bereidingswijze van al die kruiden en planten, maar ook voor de vraag- en dat is voor die tijd splinternieuw – waarin het mannenlijf fysiologisch gezien verschilt van het vrouwenlichaam en waarom vrouwen andere kwalen krijgen dan mannen.
Met de beantwoording van die vragen ontwerpt zij een nieuwe ziekteleer [waarbij de onderscheiden sexualiteit tussen man en vrouw een belangrijke factor is] die revolutionair genoemd mag worden. Want mannen en vrouwenkwalen werden in die dagen allemaal over dezelfde therapeutische kam geschoren.
Ook in de beschrijving van geneeskrachtige planten [nomenclatuur]slaat Hildegard een nieuwe weg in: naast het normale gebruik om kruiden en ziekten Latijnse namen te geven geeft ze er regelmatig de Duitse omschrijving bij, zoals “wegerich” [weegbree], “gelwesucht” [geelzucht] of “gicht” [jicht]. Ze wil dat Duitsers in hun eigen taal kunnen lezen en begrijpen wat ze mankeren.

Voeding als medicijn
Ze slaat nog meer vernieuwende en verrassende wegen in, namelijk die van de preventieve geneeskunde volgens de holistische visie. Het gaat haar daarbij in het bijzonder om de rol van goede voeding en een goed functionerende spijsvertering. Ook een juiste balans tussen waken en slapen en een correcte lichaamshouding beschouwt zij als uitermate belangrijk. Bij haar telt niet de ziekte als verschijnsel, maar de zieke mens in zijn geheel, de samenhang tussen een gezonde geest en een gezond lichaam. Ze nam dan ook vele uren de tijd om zich een beeld te vormen van het ziekteverloop en de achtergronden van een patiënt. Daarna stelde ze pas een diagnose. Even een vraagje tussen door: wanneer heeft jouw huisarts uitgebreid de tijd genomen om naar je te luisteren alvorens over te gaan tot behandeling ?

Licht, lucht en hygiëne
Hildegard is ook een groot voorstander van huizen met veel licht en ventilatie. Wel eens een Middeleeuwse woning bezocht ? Het waren sombere en bedompte behuizingen die qua interieur en bouw zwaar op het gemoed van een mens drukt ! Hildegard wil dat veranderen. En: alles moet binnen en buiten schoon en netjes zijn, en er moet hygiëne worden betracht. Ze is geen propagandist van askese [strenge onthouding], houdt van genieten, maar alles met mate. In een evenwichtig leven ziet zij een krachtig werkend medicijn. Is iemand echter flink ziek dan doen volgens haar een paar dagen vasten wonderen. Ook weer niet te lang , anders verzwakt de patiënt te veel. Zo moeten volgens haar ook werk en ontspanning in een gezonde balans verkeren. Om gezond te blijven dienen lichaam en geest in harmonie met elkaar te zijn. Aanzet tot de leer der psychosomatiek ?

Volgens Hildegard wordt de mens pas ziek als al deze factoren uit balans raken. Nooit gaat het bij haar om de behandeling van één ziek orgaan, maar altijd om de genezing van de zieke mens in zijn totaliteit.
Het idee van medisch specialisten die ons lichaam onderling verdeeld hebben in kleine stukjes zou haar niet alleen verbaasd maar ook tegen de borst hebben gestuit. Voor haar geen hartspecialisten, nierdokters, maag en darmartsen of keel, neus en oorspecialisten !
Ze schrijft: “Zoals de kosmos en al het bestaande door de verschillende elementen zijn samengebonden en alleen in onderlinge verbondenheid begrepen kan worden, zo bestaat ook het menselijk lichaam uit bouwstenen die zo zijn geplaatst dat ze elkaar op harmonische wijze aanvullen, precies als de onderdelen van de overige schepping. In de mens zijn vuur, water, lucht en aarde werkzaam en daaruit bestaan we”

Dat in die laatste zin de beschrijving doorklinkt van de [achterhaalde] filosofische opvattingen van Empedocles is haar niet helemaal kwalijk te nemen. Tenslotte is zij een kind van haar tijd en de ontdekking van de chemische elementen vond pas plaats in de 19de eeuw, lang na haar overlijden.

Godsvertrouwen

De schepping

In de visie van Hildegard waren alle geneesmiddelen –ze kende er zo’n 2000- tevens “seelenheilmittel”, want die medicijnen waren immers door God geschapen en door Hem buiten beschouwing te laten zou elk medisch advies zinloos zijn en een behandeling zonder resultaat blijven. Daarom baseerde ze haar therapieën altijd op een rotsvast vertrouwen in God.

Kwam er een patiënt op haar spreekuur met een kwaal waarvoor geen enkel uitzicht op genezing bestond, dan ontnam ze zo iemand nooit de hoop op verbetering. Uitzichtloze gevallen bestonden voor haar niet ! Zij was overtuigd van de genezende kracht van geloof en vertrouwen in een Hogere Macht.

Tegen ernstig zieke mensen zei ze altijd:” Als je toch eens wist hoe goed God is ! Niemand kan je beter helpen dan Hij. Zoek je hulp bij God en niet bij de dingen van deze wereld. Maar omdat je alleen op jezelf vertrouwt en niet op God, daarom wordt je zieker en zieker totdat je sterft”. Voer voor oncologen ?

Conclusie
Het gebruik van goede voeding, het bevorderen van een juiste balans tussen lichaam en geest, adviezen voor voldoende nachtrust en ontspanning, het propageren van maatregelen ter voorkoming van ziekte, het in de behandeling benadrukken van de fysiologische verschillen tussen man en vrouw, genoeg tijd maken voor de patiënt en het communiceren in een verstaanbare taal i.p.v. medisch vakjargon, het onvoorwaardelijk vertrouwen in God, dat was wat Hildegard von Bingen voorstond. Met deze opvattingen was zij haar tijd ver vooruit en kan daarom met recht één van de vele grondleggers van de natuurgeneeskunde worden genoemd. Hildegard was een sterke persoonlijkheid. In de ogen van sommigen van haar tijdgenoten vermoedelijk een eigenwijze tante. Voor abt Kuno van Disibodenberg in elk geval een bitch, want als ze meende in haar recht te staan luisterde ze naar niemand. Aan het einde van haar leven komt ze daarom nog eens in moeilijkheden doordat ze een geëxcommuniceerde kennis in gewijde grond begraaft. Dat mag volgens de katholieke leer niet. Daarvoor worden zij en haar mede-nonnen, o.a. door Kuno gestraft. Die krijgt hierdoor de kans zich vóór haar overlijden nog eens extra op haar te wreken. De straf voor het klooster van Hildegard is het verbieden van het gezongen koorgebed, het opdragen van de mis en het verbod op het luiden van de klokken. Een buitenproportionele straf. Het zal Hildegard “wurst” wezen want ze geeft geen duimbreed toe en de klokken worden gewoon geluid. Later wordt die bestraffing door de bisschop van Mainz teruggedraaid, die er de onredelijkheid van inziet..

Op 17 september van het jaar 1179 sterft ze op de leeftijd van 81 jaar. En daarmee kwam een einde aan het leven van een vrouw met een unieke persoonlijkheid. De bekende Duitse cineaste Margarethe von Trotta maakte in 2009 een fraai filmisch portret van deze bijzondere non, getiteld “Vision – Aus dem Leben der Hildegard von Bingen” Daarin worden weliswaar niet zozeer haar medische kwaliteiten, als wel haar diepgevoelde Godsbeleving en muzikale gaven belicht. Maar hoe het ook zij: Hildegard, is naar mijn gevoelen beslist geen bitch, maar een “bink” want ze hoort thuis in de galerij van andere grote “mannen” uit de geschiedenis van de geneeskunde !

Op je gezondheid !

Literatuur

Die geschichte der Apotheke,von der magische Heilkunst zur modernen Pharmazie – Friedemann Bedürftig
Köln 2005

Share

2 reacties “Hildegard von Bingen, bitch of bink?

  1. Klopt .
    Hildegard von Bingen heeft veel aan de natuurgeneeskunde bijgedragen en is zeker een van de vrouwen die hierin toen al ver vooruit was .
    Iemand met baanbrekende en /of innoverende gedachtes wordt vaak eerst uitgelachen, niet serieus genomen om er daarna achter te komen dat er veel van waarheid in hun verhaal steekt !

  2. Mooie samenvatting over een heel bijzondere vrouw. Leuk om te lezen vind ik.
    Hopelijk krijgt de holistische mensvisie, die zij in de 12e eeuw al zo duidelijk toelichtte, binnenkort meer concreet vorm in de (reguliere) geneeskunde. We zijn nog niet zo ver vrees ik, 9 eeuwen later! Maar ik ben hoopvol, zeker als ik dit lees.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *