Arginine en vitamines tegen pre-eclampsie

Pre-eclampsie, een zwangerschapscomplicatie die bij circa 1 op de 20 eerste zwangerschappen voorkomt,  kan grotendeels voorkomen worden door extra arginine en vitamines vanaf de 20ste week van de zwangerschap.

Pre-eclampsie – vroeger ook wel zwangerschapsvergiftiging genoemd – wordt gekenmerkt door een plotselinge stijging van de bloeddruk, eiwituitscheiding via de urine en het vasthouden van vocht. Het kan leiden tot de nog ernstigere aandoeningen eclampsie en HELPP syndroom. Omdat een minder goede werking van de bloedvaten en een slechte doorbloeding een belangrijke rol spelen bij pre-eclampsie werd vermoed dat het aminozuur arginine, dat  als voorloper van stikstofmonoxide (NO) een vaatverwijdende werking heeft, mogelijk pre-eclampsie zou kunnen voorkomen. Mogelijk kunnen ook vitamines van belang zijn om pre-eclampsie te voorkomen o.a. vanwege de antioxidante werking. Eerdere studies met diverse vitamines hebben tegenstrijdige resultaten laten zien.

In dit onderzoek deden meer dan 600 zwangere vrouwen mee met een verhoogd risico op pre-eclampsie, hetzij vanwege pre-eclampsie tijdens een eerdere zwangerschap hetzij omdat het in de naaste familie voorkomt. Vrouwen met zwangerschapsdiabetes werden uitgesloten van deelname. Vanaf het tijdstip van deelname, dat varieerde van de 14de tot de 32ste week van de zwangerschap kreeg men per dag 2 koeken te eten. In dit dubbelblind onderzoek waren er drie verschillende versies van de koeken. In de arginine+vitamines groep bevatten deze 6,6 gram arginine per dag en de volgende vitamines :
Vitamine C 500 mg
Vitamine E 400 ie
Niacine (B3) 50 mg
Vitamine B-6 4 mg
Vitamine B-12 9,6 µg
Foliumzuur 400 µg

In de koeken van een derde van de deelnemers zaten alleen de vitamines en niet de arginine en de derde groep – de placebogroep – kreeg koeken zonder de actieve voedingsstoffen.

Na afloop bleek dat in de arginine+vitamines groep pre-eclampsie in 13% van de zwangerschappen was opgetreden. In de groep die alleen de vitamines hadden gekregen was dit percentage 23% en in de placebogroep 30%. Uit nadere analyse bleek dat als pas na de 24ste week van de zwangerschap was begonnen met de suppletie er geen voordeel meer was. Ook bleek dat in de arginine+vitamines groep er minder vroeggeboren kinderen waren en geen doodgeboren kinderen. In de placebogroep was dit 2 maal voorgekomen en in de vitaminegroep 3 keer.

Voedingsmiddelen die relatief veel arginine bevatten zijn o.a. spinazie, schaaldieren, magere vis, sojaproteïne, kalkoen en kip.

British Medical Journal 2011; 342:d2901

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *