Voedingsstoffen bij ADHD
13 February, 2010
De voedingsstoffen magnesium, vitamine B6 en zink hebben alle drie vele functies in de hersenstofwisseling. Ze zijn alle drie betrokken bij de stofwisseling van de essentiële vetzuren. Een verstoring hiervan wordt als mogelijke oorzaak van ADHD -ernstige aandachts-, impulsiviteits-, en hyperactiviteitsproblemen – gezien. Ook zijn deze voedingsstoffen betrokken bij de melatonine- en dopaminesynthese die ook een rol spelen bij ADHD.
Een magnesiumtekort brengt bij dieren hyperactiveit teweeg. Daarom gingen wetenschappers het magnesiumgehalte bepalen van ADHD patiënten. Het bleek dat zij vaak een tekort aan dit mineraal hadden. Niet zozeer in het bloed(serum) als wel in de rode bloedcellen. Aangenomen wordt dat het magnesiumgehalte in de hersenen gerelateerd is aan het gehalte in de rode bloedlichaampjes.
Diverse klinische onderzoeken zijn uitgevoerd met magnesium. Bij de meesten werd tevens extra vitamin B6 gegeven omdat deze vitamine betrokken is bij de opname van magnesium in de rode bloedcellen. Een typische dosering is 6 mg magnesium per kg lichaamsgewicht per dag plus 0,8 mg vitamine B6/ kg/dag. Deze onderzoeken lieten allen een positieve werking zien en dat na het stoppen van de behandeling de symptomen na enkele weken weer verergerden.
Journal of the American College of Nutrition, Vol. 23, No. 5, 545S-548S (2004)
Eksp Klin Farmakol. 2006 Jan-Feb;69(1):74-7.
Magnes Res. 2006 Mar;19(1):46-52.
Zink
De onderzoeken met zink zijn minder talrijk dan die met magnesium/vitamine B6 maar de twee studies die we hebben gevonden zijn wel van betere kwaliteit en met meer proefpersonen.
400 kinderen van rond de 10 jaar met ADHD werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg 40mg zink per dag en de andere groep een placebo. Na 12 weken werden op drie manieren het gedrag en de klachten van de kinderen beoordeeld. Door een test, een vragenlijst voor de ouders en een vragenlijst voor de onderwijzers. De kinderen in de zinkgroep scoorden beter wat betreft hyperactiviteit, impulsiviteit en sociaal gedrag dan de kinderen in de placebogroep. De zink had geen effect op het concentratievermogen. Uit verdere analyse bleek dat de wat oudere kinderen met overgewicht en een laag zinkgehalte bij aanvang het best reageerden op de zinksuppletie.
Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry. 2004 Jan;28(1):181-90.
In een ander onderzoek kregen kinderen met ADHD, die voordien nog geen medicatie hiervoor hadden gekregen, Ritalin plus 15mg zink per dag of Ritalin plus een placebo. Ook in dit onderzoek deden de kinderen die ook de zink hadden gekregen het een stuk beter, zoals te zien is in onderstaande grafiek.

BMC Psychiatry. 2004 Apr 8;4:9.
Carnitine
In vele onderzoeken is een afwijking van de samenstelling van de essentiële vetzuren (vooral te weinig van het omega-3 vetzuur DHA) geconstateerd. Dubbelblind onderzoek met extra omega-3 vetzuren heeft echter tegenstrijdige resultaten laten zien. Vaak zal niet zozeer een te lage inname van deze vetten van belang zijn maar een relatief tekort of verhoogde behoefte aan andere voedingsstoffen die betrokken zijn bij de stofwisseling van deze vetten in de hersenen. Zink, vitamine B6 en magnesium spelen hierbij een rol en ook carnitine. Deze voedingsstof is betrokken bij de oxidatie (omzetting in energie) van vetzuren in de mitochondriën van de cellen. In een Nederlands onderzoek kregen kinderen met adhd afwisselend 100 mg carnitine per kg lichaamsgewicht per dag of een placebo. In de periode van acht weken dat ze de carnitine kregen verminderden de symptomen met minstens 30% bij 13 van de 24 kinderen. Bij hen mat men een sterkere stijging van het carnitinegehalte in het bloed dan bij de kinderen die er niet door verbeterden. (Carnitine)
Totaalprogramma
Het onderzoek met supplementen dat de meest gunstige resultaten liet zien kon niet dubbelblind worden uitgevoerd want het aantal voedingssupplementen dat werd gegeven was daarvoor te groot. Vitamines, mineralen, aminozuren (vooral tyrosine, glutamine, taurine en glycine), essentiële vetzuren en probiotica.
Darm- en immuniteitondersteuning (Risicofactor #1)(1) Lactobacillus acidophilus en bifidus(2) Lactoferrin (5 mg)(3) Silymarin (5 mg) Zwavelhoudende supplementen en Glycine (Risicofactor #2)(1) Taurine (275-425 mg)(2) Glycine (700-1830 mg)(3) Methionine (25-75 mg)(4) N-acetylcysteine (NAC) (0-10 mg)(5) L-cysteine (0-25 mg)(6) Glutathione (20 mg)(7) alfa liponzuur (5 mg)(8) knoflook extract (200 mg) (Overige) aminozuren (Risico Factoren #3 and #6)(1)Tyrosine (900-1800 mg)(2) Histidine (25-75 mg)(3) Glutamine (600-1400 mg)(4) alpha Ketoglutarate (AKG) (25-75 mg)(5) L-carnitine (30 mg) Mineralen (Risicofactor #4)(1) Magnesium (as magnesium glycinate) (220-480 mg)(2) Calcium (als calcium ascorbate) (110-170 mg)(3) kalium (als glycerol phosphate) (46-70 mg)(4) Chroom (als nicotinate) (140-200 mcg)(5) Selenium (als methionate) (26-32 mcg)(6) Zink (as monomethionate) (9-15 mg)(7) Mangaan (als arginate) (2.5-4 mg)(8) Borium (als citrate) (1200-1800 mcg)(9) koper (als tyrosinate) (1.2-2.4 mg)(10) Silica (4 mg)(11) Molybdeem (als chelate) (5-40 mcg)(12) Vanadium (chelate) (2-20 mcg)(13) ijzer (als glycinate) (1-2 mg)
Vetzuren(1) zalmolie 1000 mg (EPA 180 mg; DHA 120 mg)(2) Borage olie 200 mg (GLA 45 mg)(3) Soja Lecithine (Phosphatidyl choline 50-150 mg; Inositol 20-25mg)(4) Choline bitartrate (2.5-7.5 mg). Ter ondersteuning van de schildklier (risicofactor #7)(1) Jodium (uit kelp) (25-150 mcg)(2) Tyrosine (900-1800 mg) B Vitamines en fytonutrients (Risico Factor #8)(1) Vitamine B1 (als thiamine en thiamine pyrophosphate) (22.5-27.5 mg)(2) Vitamine B2 (als riboflavin en riboflavin phosphate) (22.5-27.5 mg)(3) Vitamine B3 (als nicotinezuur en niacinamide) (75-140 mg)(4) Vitamine B5 (als D-calcium pantothenate and pantethine) (50-70 mg)(5) Vitamine B6 (als pyridoxine en pyridoxal-5-phosphate) (43-86 mg)(6) Vitamine B12 (cyanocobalamine) (90-175 mcg)(7) Foliumzuur (435-760 mcg)(8) Biotine (20-400 mcg)(9) PABA (22.5-27.5 mg)(10) Vitamine E (140-200 IE)(11) Vitamine C (750-1000 mg)(12) Vitamine A (als vitamin A en beta carotene) (2000-4500 IE)(13) Vitamin D3 (40-100 IU)(14) Vitamine K (20 mcg)(15) Royal bee jelly (source of biopterin) (75-150 mg)(16) Dimethyl glycine (10 mg)(17) Citrus bioflavonoids (10-20 mg)(18) Proanthocyanidins (druivenpit) (5 mg)(19) Bilberry extract (20 mg)(20) Sojabestanddelen (saponins, isoflavones, phytosterols) (20 mg) (sommige stoffen staan in twee categoriën vermeld maar werden niet dubbel gegeven)
Tien kinderen met ernstige ADHD klachten kregen dit suppletieprogramma en tien andere kinderen met ADHD kregen Ritalin in optimale dosering voor symptoombestrijding. Na vier weken werden de kinderen uitgebreid getest. De kinderen op de Ritalin op een tijdstip dat het gehalte in het bloed van het medicijn het hoogst was. De resultaten van de twee groepen waren hetzelfde. In beiden groepen waren de symptomen zeer aanzienlijk afgenomen zoals u kunt zien in onderstaande pdf. Het lastige is uiteraard dat niet duidelijk is welke voedingsstoffen met name de gunstige werking bewerkstelligden. De onderzoekers onderkennen dit en hebben bewust zo’n uitgebreid suppletieprogramma samengesteld omdat ze ervan uitgaan dat ADHD-patiënten tot een heterogene groep behoren. D.w.z. de klachten zijn niet voor iedereen hetzelfde en de oorzaken en effectieve behandeling zijn ook verschillend. Een dergelijk suppletieprogramma is dan ook als een schot hagel waarvan enkele kogels doel treffen en de overigen hopelijk geen schade aan richten. Ze onderscheiden 8 risicofactoren die door bovenstaande suppletieprogramma allen worden geadresseerd. Bepaalde mensen hebben genetisch bepaald een verhoogde behoefte aan bepaalde voedingsstoffen. Als zij de voor hen optimale voedingsstoffen niet krijgen zijn ze bevattelijk voor fysiologische en anatomische veranderingen die geassocieerd zijn met ADHD-symptomen. Idealiter zou een meer individuele aanpak, gebaseerd op o.a. bloed- en urineonderzoek, te verkiezen zijn maar dat is momenteel nog toekomstmuziek.
Altern Med Rev 2003;8(3):319-330

Trefwoorden: 

28 December, 2010 om 10:39 am
beste,
mijn zoon heeft adhd en consentratiest .
hij neemt relatine 1 voor 8uur.
hij neemt dat al 3 jaar ,heeft er tiks van zenuwtrekken in zen aangezicht plus geluiden maken.
zen gedrag is de laatste tijd ook verandert nu zijn we met magnezium gestart plus omega 3.
wel ook zen relatine aan het afbouwen want er word echt te wijnig naar andere middelen gezocht
graag had ik nog wat meer info gehad als dat kan mvg caroline
28 December, 2010 om 12:49 pm
Caroline, uit je verhaal meen ik op te maken dat je zoon methylfenidaat hcl [Rilatine/Ritalin] slikt. De farmacologische werkzaamheid lijkt op dat van amfetaminen. Rilatine is een zwaar geschut, maar kan soms [tijdelijk] van nut zijn als het door verstandige psychiaters wordt voorgeschreven. Of dit middel 3 jaar aan kinderen gegeven moet worden doet bij mij in elk geval wel de wenkbrauen fronsen ! In de orthomoleculaire praktijk wordt in het algemeen gebruik gemaakt van middelen die geen of nauwelijks bijwerkingen vertonen. Daarbij zijn magnesium en omega-3-vetzuren zeker aan te bevelen. Ik raad je echter aan niet zelf te dokteren, maar een consult aan te vragen bij een orthomoleculair werkend arts, want wijziging in de medicatie dient bij gedragsstoornissen zeker onder deskundige medische begeleiding te geschieden ! Afhankelijk van waar je woont kunt je via de site http://www.mbog.nl of http://www.soe.nl een arts raadplegen.
Het beste met je zoon !
Anthon