Sint-janskruid

Omschrijving: Sint-janskruid als farmaceutische specialité wordt vervaardigd uit de hele of gesneden rijpe knoppen van Hypericum perforatum, geoogst in de bloeitijd. Toepassingen van preparaten vervaardigd op basis van alcoholische aftreksels (50-60% ethanol of 80% methanol) en tincturen (49-50% ethanol)

 

Klinische studies De effectiviteit en veiligheid van gestandaardiseerde alcoholische extracten van sint -janskruid is beoordeeld in tenminste 32 gecontroleerde dubbelblinde en 2 open studies, waarbij meer dan 4200 patiënten met een depressie betrokken waren. Talrijke farmacologische onderzoeken werden bovendien verricht bij nog eens 10.000 patiënten. De belangrijkste indicatie in de meeste studies waren lichte tot matige depressieve verschijnselen. Vier studies werden opgezet om tests uit te voeren voor de behandeling van zware depressiviteit. Bij verschillende onderzoeken werd een verbetering waargenomen van de voornaamste symptomen van een depressie (stemming, afname van levenslust, gebrek aan slaap, concentratie en bepaalde lichamelijke klachten.) Bij diverse studies werd de werkzaamheid onderzocht van sint-janskruid t.o.v. een placebo en antidepressiva als amitriptyline, imipramine, mapotriptiline, fluoxetine, sertraline en paroxetine. Daaruit kwam evident naar voren dat sint-janskruidextracten effectief zijn bij de bestrijding van milde tot matige depressiviteit. Echter niet bij langdurige zware depressiviteit.

Enkele voorbeelden van specifieke onderzoeken:

Sint-janskruid t.o.v. imipramine (tricyclisch antidepressivum) Om de effectiviteit van sint-janskruid en het antidepressiemedicijn imipramine te beoordelen werden 263 mensen met een depressie in drie groepen verdeeld. Eén groep kreeg 1050 mg sint-janskruid ethanolextract per dag . Een andere groep 100mg imipramine en de derde groep een placebo. Uiteraard wist niemand welk middel hij slikte. Na acht weken bleken de mensen die de St. Janskruid hadden gekregen het beste te reageren. Door vijf verschillende tests werd de toestand van de patiënten beoordeeld. Bij vier tests, waaronder de Hamilton Depression Scale en Anxiety Scale waren de resultaten na gebruik van het kruidenextract en het medicijn vergelijkbaar en duidelijk beter dan na gebruik van de placebo. Eén test, die was opgezet om het lichamelijk welbevinden van de patiënten te beoordelen, toonde alleen bij gebruik van St. Janskruid een verbetering aan die groter was dan na gebruik van een placebo. Eén van de conclusies van de onderzoekers luidt: ‘Patiënten verdragen hypericumextract (St. Janskruid) veel beter dan de tricyclische antidepressiva. Dit bevordert de therapietrouw en maakt hypericumextract een veelbelovend medicijn voor langetermijn behandeling.’

Open Trial: In een grootschalig opgezette studie werden 1606 patiënten (gemiddelde leeftijd 52 jaar) die te kampen hadden met de typische verschijnselen van depressiviteit, zoals een down gevoel, gebrek aan levenslust en slaapstoornissen, behandeld met Sint Janskruid (2-3 x daags 300 mg/ methanol 80%; gestandaardiseerd tot 900 mcg totaal hypericine). Na 5 weken consequente toepassing was de intensiteit van de overheersende symptomen bij 90% van de onderzoeksgroep opvallend afgenomen. De effectiviteit van Sint Janskruid werd door 81 % van de artsen en 76 % van de patiënten zeer goed tot goed genoemd. Er kon geen verband worden gelegd tussen leeftijd en effectiviteit van Sint Janskruid.

Zware depressie: 200 patiënten met de diagnose zware depressiviteit deden mee aan dit dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek. Zij hadden allen al reeds minstens tien jaar periodiek last van depressiviteit en de huidige depressie duurde al minstens twee jaar. De Hamilton Depression Rating Scale, (een puntensysteem dat aan de hand van een vragenlijst de ernst van een depressie tracht te meten) kwam uit op gemiddeld 22,5. Na acht weken gebruik van 900 mg-1200 mg sint-janskruid of placebo per dag bleek dat in de St janskruid groep bij 26,5% aanmerkelijke verbetering was opgetreden (HAMD score <12). Dit was bij 18,6% van de placebogebruikers het geval. Bij 14,3% van de St Janskruid groep en bij 4,9% van de placebogroep werd geen depressie meer waargenomen (HAMD score <7) . Alhoewel de cijfers voor St Janskruid beter waren dan voor placebo kon gezien de lage percentages niet gesteld worden dat St Janskruid een succesvolle therapie was.

Sint-janskruid t.o.v. Seroxat bij ernstige depressiviteit: 251 mensen met matige tot zware depressiviteit (Hamilton Depression Rating Scale, score van minstens 22) kregen in dit dubbelblind onderzoek 900mg St Janskruid of 20mg Seroxat (paroxetine, een SSRI antidepressivum) per dag. Bij degenen waarbij na twee weken nog geen verbetering was opgetreden werden de doses verdubbeld. Na zes weken bleek dat de St Janskruid beter was aangeslagen dan de Seroxat. De daling van de Hamilton Depression score was 56% in de St Janskruid groep en 45% in de Seroxat groep. Het aantal ongewenste bijwerkingen was 71% lager onder degenen die de St Janskruid hadden gekregen dan in de andere groep. Het verschil met de voorgaande studie zit niet in de ernst van de klachten maar in de duur ervan. In deze studie hadden de proefpersonen voordien slechts één andere behandeling tegen depressiviteit gehad. British Medical Journal Uit een tweede vervolgonderzoek bleek dat voor degenen uit de sint janskruidgroep en de seroxatgroep die gunstig gereageerd hadden op de medicatie en deze nog 16 weken langer gebruikten de resultaten vergelijkbaar waren: 81% remissie (geen terugkeer van de symptomen) in de sintjanskruid- en 71% remissie in de seroxatgroep. (Pharmacopsychiatry, 2006)

Sint-janskruid versus Prozac: In een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek werden 135 mensen met ernstige depressieve klachten in drie groep verdeeld: een placebogroep, een sint janskruidgroep (900mg per dag) en een prozacgroep (20mg fluoxetine per dag). De Hamilton Depression Rating Scale score daalde na 12 weken van gemiddeld 19,7 naar 10,2 in de st janskruidgroep en naar 13,4 in de prozacgroep en 12,6 in de placebogroep. Aanzienlijke verbetering (HAMD <8) trad op bij 38% van degenen die de st janskruid hadden gekregen, bij 30% van de prozac- en 21% van de placebogebruikers. (J Clin Psychopharmacol, 2005)

Klinische gegevens over de veiligheid van Sint Janskruidextracten

Extracten van sint-janskruid hebben een hoge graad van veiligheid. Onderzoeken bij meer dan 13 900 patiënten tonen aan dat Sint Jans in het algemeen goed wordt verdragen. In 17 gerandomiseerde klinische studies werd slechts melding gemaakt van bijwerkingen als hoofdpijn, duizeligheid, slaapstoornissen, jeuk en een licht verstoorde spijsvertering. In vergelijkende klinische onderzoeken bij synthetische antidepressiva en Sint Janskruid lijken de nadelige effecten van laatstgenoemde soms hoger dan in placebo gecontroleerde studies. Dit komt omdat de onderzoeker alle mogelijke bijwerkingen zo nauwkeurig mogelijk in kaart zal willen brengen en vooraf alle mogelijke bijwerkingen dient te vermelden aan de proefpersonen. Hoe het ook zij. Het totale beeld van bijwerkingen met sint-janskruid t.o.v. synthetische antidepressiva valt absoluut uit in het voordeel van Sint Janskruid. De verzamelde gegevens uit acht onderzoeken bij meer dan 1400 patiënten laten dan ook zien dat vermelde bijwerkingen met sint-janskruid slechts 23.9 % bedroegen t.o.v. 40.5% met de standaard voorgeschreven antidepressiva. In twee studies werd bij drie testgroepen Sint Jans , een synthetisch antidepressivum ( imipramine) en een placebo getest. In het eerste onderzoek was het percentage bijwerkingen voor sint-janskruid 22 %, bij de imipraminegroep 46 % en 19 % voor de placebogebruikers. Bij de tweede test waren de negatieve effecten percentueel als volgt: 22 % voor de sint-janskruidgroep (waarbij bij 27% een verhoogde drang tot urineren werd waargenomen), 25 % in de synthetische groep (sertraline- waarbij 38% van de patiënten last kreeg van diarree) en 15 % voor de placeboslikkers (waarvan 22% klaagde over vergeetachtigheid) In andersoortige onderzoeken (niet t.o.v. antidepressiva) kwam naar voren dat negatieve bijwerkingen van sint-janskruid beperkt bleven tot 1-3%. Ter vergelijking: het percentage negatieve bijwerkingen in studies met z.g. tricyclische antidepressiva ligt tussen de 30 en 60 % en met selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s) tussen de 15 en 30%.De meest voorkomende bijwerkingen in de twee grootste Sint Janskruidonderzoeken verricht bij zo’n 5654 patiënten waren lichte maag en darmklachten (0.42 %), zoals maagpijn, misselijkheid (0,55%) diarree of verstopping; allergische reacties, zoals jeuk en huiduitslag (0,52%), vermoeidheid (0.4%), angst en rusteloosheid (0.21 %), duizeligheid (0.15%) en hoofdpijn (0.12 %)Volgens een officieel Rapport voor Geneesmiddelenbijwerkingen werden bij het gebruik van Sint Janskruid reacties van tijdelijke gevoeligheid voor licht op de huid gemeld (1 op de 300.000- hetgeen dus zeldzaam genoemd mag worden ). Een duidelijke overgevoeligheid voor licht kwam voor bij HIV positieve patiënten, na intraveneuze toediening van hypericine (0,25-0,5 mg/kg) 2 x per week of 0,25 mg 3 x daags dan wel 0,25 mg/kg in een dagelijkse orale dosis. Systematische onderzoeken toonden geen negatieve effecten aan door het gebruik van Sint Janskruid over langere periodes.

Biochemische resultaten bij dierproeven

Na orale toediening (24 uur en daarna 1 uur voor het onderzoek) van een alcoholisch extract van sint-janskruid (62,5-500 mg/kg; 0,3% hypericine, 6% flavonoïden) of een met flavonoïden verrijkt extract (50%) werden de effecten gemeten van het tryptofaanniveau, de serotonine (5-HT), 5-hydroxyindolacetisch zuur (5-HIAA), noradrenaline en dopamine in de hersenschors, de tussenhersenen, en de hersenstam bij ratten. Resultaten m.b.t. 5-HT omkering werden vergeleken met de effecten van fluoxetine (10-80 mg/kg), een selectieve serotonineheropnameremmer(SSRI) met antidepressieve werking. De twee Sint Janskruidextracten en fluoxetine verhoogden het 5-HT niveau in de hersenschors. Het met flavonoiden verrijkte extract verhoogde de 5-HT en 5-HIAA niveaus in de tussenhersenen, en de 5-HT en noradrenaline en dopamine-niveaus in de hersenstam. Beide St Janskruidextracten verhoogden het noradrenaline en dopaminegehalte in de tussenhersenen. Vergelijkbare resultaten voor het met flavonoïden verrijkte extract werden gemeld in een latere studie, waarbij gelijksoortige onderzoekstechnieken werden toegepast. Daarbij werd aangetoond dat in die gevallen het tryptofaangehalte niet veranderde, maar dat de 5-HT (serotonine) en de 5 HIAA niveaus in de hersenschors, de tussenhersenen en de hersenstam aanzienlijk werden verhoogd tot 125-500 mg/kg. Andere proeven, waarbij getracht werd te onderzoeken welke de effecten zijn van de verschillende bestanddelen van sint-janskruid zoals hypericine, pseudohypericine, hyperforine, amentoflavone, quercetine en anderen toonden aan dat een aantal bestanddelen invloed uitoefenen op de neurotransmitterhuishouding. Amentoflavone lijkt het meest het serotoninegehalte te verhogen, alsmede een heropnameremmende werking te hebben op dopamine-, opoïde-, en bezodiazepinereceptoren. Hypericine lijkt vooral een dopamine- en noradrenalineheropnameremmer te zijn. (Sommige fabrikanten van sint-janskruidpreparaten voegen hypericine toe om te voldoen aan HPLC analyses die anders geen 0,3% gehalte zouden vaststellen. Normaliter bevatten hydroethanolextracten 0,3% hypericine volgens de minder precieze spectophotometrie methode maar minder volgens de HPLC methode. Dit zal van invloed zijn op de werking d.w.z meer hypericine dan gebruikelijk betekent mogelijk meer opwinding, minder rust en is derhalve minder geschikt voor mensen die neigen naar agressiviteit, manieën of psychoses. )

Andere farmacologische studies

Sint-janskruidextracten verminderde in twee onderzoeken met alcoholistische ratten de behoefte aan alcoholinname aanmerkelijk. Reageerbuisonderzoek en dierproeven met uitwendig toegepaste Sint janskruidpreparaten toonden ontstekingsremmende en antibacteriële effecten aan. De antibiotische werking wordt toegeschreven aan het bestanddeel hyperforine. Van hypericine zijn in vitro (reageerbuis) en in vivo (dierproeven) sterke antivirale effecten gemeten bij bestrijding van het Friend Leukemia virus en tegen een agressief retrovirus.

Conclusies

Indicatie: Tijdelijke periodes van lichte tot matige depressiviteit (zie ICD classificatie hieronder) (Bij ernstige, langdurige depressies waarbij reeds tricyclische en/of ssri antidepressiva tevergeefs zijn geprobeerd zal sint janskruid waarschijnlijk ook geen verbetering geven) Dosering (met preparaten gebaseerd op alcohol extracten van 50-60 % ethanol of 80% methanol): Kinderen van 6-12 jaar: halvering van de dosis die gebruikelijk is bij volwassenen, echter uitsluitend onder medisch toezicht. Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: dagelijks 450-1050 mg Dosering (met kruidentincturen): Dagelijks 3-4,5 ml Dosering (met kruidenthee): Dagelijks 2-4 gram Gebruiksduur: Onbeperkt. Als de symptomen langer dan 4-6 weken aanhouden is medisch advies gewenst.

Contra-indicaties en waarschuwingen:

Wisselwerking St Janskruid met geneesmiddelen. Een wisselwerking wil zeggen dat middelen bij gelijktijdig gebruik elkaars werking en/of bijwerking beïnvloeden. St Janskruid kan de werking van geneesmiddelen nadelig beïnvloeden. St Janskruid versterkt de werking van het leverenzym cytochroom P450 waardoor een aantal geneesmiddelen sneller wordt afgebroken en daardoor een geringere werking hebben. Bij gebruik van een geneesmiddel in combinatie met een middel met St Janskruid wordt u geadviseerd om contact op te nemen met uw arts of apotheker die u nadere informatie kan geven of de combinatie tot een dergelijke wisselwerking kan leiden of niet. Dat geldt als u wilt beginnen met St Janskruid maar ook als u het gelijktijdig gebruik van St Janskruid met één van onderstaande middelen wilt stoppen. Waargenomen is dat St Janskruid de werking van de volgende geneesmiddelen kunnen verminderen: · Remmers van het immuunsysteem bijvoorbeeld bij orgaantransplantaties en autoimmuunziekten: ciclosporine; · Antistollingsmiddelen van het coumarinetype, zoals acenocoumarol (o.a. Sintrom) en fenprocoumon (o.a. Marcoumar); · Anti-epileptica: fenobarbital en fenytoïne; · Luchtwegverwijders: theofylline; · Hartglycosiden bij hartfalen en hartritmestoornissen:digoxine; · Remmers van het hiv-virus: indinavir, efavirenz, evirapine . simvastatine . middelen tegen neerslachtigheid zoals amitriptyline en nortriptyline . benzodoazepinen toegepast als slaapmiddel zoals midazolam . diverse triptanen tegen neurologische aandoeningen . middelen toegepast bij kanker zoals imatinib en irinotecam St Janskruid kan ook de werking van geneesmiddelen tegen depressiviteit van het SSRI-type beïnvloeden. Gelijktijdig gebruik wordt afgeraden. Bij gelijktijdig gebruik van St Janskruid en bepaalde types van de anticonceptiepil (combinatie ethinyloestradiol en desogestrel, ook wel sub 50 genoemd) zijn in een incidenteel geval doorbraakbloedingen geconstateerd. Als er een doorbraakbloeding optreedt, kan er sprake zijn van een verminderde bescherming tegen zwangerschap. Zoals bij gebruik van elk antidepressivum geldt ook voor Sint Janskruid dat het therapeutisch effect pas merkbaar is na 2-4 weken. In het begin van de behandeling zou in sommige gevallen een verhoogd risico voor zelfmoordpogingen kunnen ontstaan vanwege de farmacokinetische interval tussen het tijdstip van inname en het bereiken van de benodigde concentratie in het bloed. Als in een periode van 4 weken daarna geen resultaten worden bereikt, dient de behandeling gestaakt te worden.

Zwangerschap en lactatie: Uit onderzoeken bij mensen zijn geen gegevens bekend. In overeenstemming met de algemene benadering bij zwangerschap en lactatie dient ook Sint Janskruid niet zonder medisch advies en toezicht gebruikt te worden.

Effecten op de rijvaardigheid en het gebruik van machines: Er wordt geen negatieve invloed van Sint Janskruid op algemene vaardigheden of de rijvaardigheid gemeld.

Ongewenste bijwerkingen

Bij doses van meer dan 6 gram sint-janskruid per dag kunnen incidenteel verschijnselen van lichte maag en darmklachten, misselijkheid, rusteloosheid, vermoeidheid, hoofdpijn of allergische reacties optreden. Een bericht van manie werd gemeld bij twee patiënten met een latente bipolaire stoornis. Bij een patiënt die vier weken dagelijks 500 mg sint-janskruid in poedervorm gebruikte, deden zich symptomen voor van een brandend gevoel in het gezicht, op de handruggen, de armen en de beide benen na blootstelling aan zonlicht. De symptomen, die na staking van de behandeling verdwenen, bleven overigens beperkt tot die gedeelten van de huid, die aan direct zonlicht waren blootgesteld. Stoornissen aan het gevoels- en bewegingsapparaat werden niet gemeld. Bij een andere patiënt die drie jaar lang dagelijks 240mg Sint Janskruid had gebruikt deed zich een jeukende huiduitslag voor op plaatsen die eveneens aan zonlicht waren blootgesteld. Nadat de inname van SintJanskruid was gestopt verdwenen de symptomen in een tijdsbestel van twee weken geheel. Gezonde personen die gedurende 15 dagen behandeld werden met een alcoholisch aftreksel van sint-janskruid (met 5,6 mg totaal-hypericine dwz een zeer hoge dosering) vertoonden een geringe gevoeligheid voor licht hetgeen zichtbaar werd door verandering in huidpigmentatie. Gewenst of ongewenst: aan St Janskruid worden diuretische (vochtafdrijvende) eigenschappen toegeschreven, hetgeen in diverse onderzoeken als neveneffect wordt gemeld.

Overdosering Ernstige door licht veroorzaakte reacties kunnen voorkomen wanneer hogere doses worden ingenomen dan therapeutisch gebruikelijk is. Bij gezonde personen komt overgevoeligheid voor licht na inname van een eenmalige dosis van 3600 mg (echter niet bij een dosis van 900 of 1800 mg) Sint Janskruid voor of bij een alcoholisch extract met 11.25 mg totaal-hypericine. De toxische reacties op licht kunnen dus onder meer huiduitslag, pruritus (jeuk) en erythema (rode vlekken) omvatten. Behandeling bestaat uit het vermijden van blootstelling aan direct zonlicht.

Gradatie van hevigheid bij depressiviteit volgens het ICD-10 systeem **

1. Lichte depressiviteit (doet zich periodiek voor, waarbij minstens sprake is van twee hoofdsymptomen en twee begeleidende symptomen volgens de ICD-classificatie)

2. Matige depressiviteit (hierbij is sprake van twee of drie hoofdsymptomen en minstens drie of vier begeleidende verschijnselen die zich vaak voordoen tijdens de eerste periode)

3. Zware depressiviteit (alle hoofdsymptomen en in elk geval vier van de begeleidende verschijnselen, soms van psychotische aard) Diagnostische kenmerken van depressiviteit volgens het ICD-10 systeem

Hoofdsymptomen Zwaarmoedigheid Zich neerslachtig voelen Gebrek aan belangstelling voor de buitenwereld en haar genoegens Vermoeidheid en gebrek aan energie

Begeleidende verschijnselen Slaapstoornissen Schuldgevoelens en gevoel van waardeloosheid Verminderd gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen Gebrek aan concentratie Gebrek aan eetlust Verminderde seksuele libido . Gedachten aan zelfmoord en pogingen daartoe Opwinding of juist traagheid bij het spreken en bewegen Gewichtsverlies · **( International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems, 10 de editie)

Bronnen: European Scientific Cooperative On Phytotherapy Monographs, 2003; British Medical Journal, 1993; Natural Alternatives to Prozac, M.T. Murray, 1996; J. of Geriatric Psychiatry, 1994; British Medical Journal, 2005 + de in de tekst gelinkte studies.

Gerelateerde posts: St janskruid, superieur antidepressivum Vitamine D, depressies en St Janskruid

[ad#ad-2]

Share

901 reacties “Sint-janskruid

  1. bedankt Anton.Weet uit onderzoeken dat in o.a Amerika en Duitsland tegen woordig overgegaan wordt opst.janskruid.Neem het vanaf vgisteren s.avonds in .Is voor mijn gevoel beter.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>