Vet en borstkanker

Als onderdeel van de Amerikaanse zogenaamde “Nurses’ Health Study” werd gekeken of de vetinname van belang is voor het risico op borstkanker. Van 88795 vrouwen werd door ingevulde vragenlijsten in 1980, 1984, 1986 en 1990 vastgesteld wat de gemiddelde vetinname was. In de loop van veertien jaar kregen 2956 vrouwen borstkanker. Degenen die 20% of minder van de calorieën uit vet haalden hadden 15% meer risico gelopen borstkanker te krijgen dan degenen waarvan de voeding voor 30,1%-35% uit vet bestond, bij dezelfde totale calorie-inname. Verder werd berekend dat bij een 5% stijging van de vetinname t.o.v. de koolhydraat- en eiwitinname (dus circa 30 gram meer vet en 60 gram minder koolhydraten en eiwitten) er 4% minder borstkanker voorkwam. Onderverdeeld naar verschillende soorten vet waren er geen opzienbarende verschillen. Meervoudig onverzadigd vet kwam iets gunstiger uit de bus dan andere soorten vet maar dit kan aan het mogelijk meer eten van salades gelegen hebben door de mensen die veel van dit soort vetten gebruiken. (JAMA abstracts, 1999)
Een ander, Frans, onderzoek vond een ander verband. Niet tussen de hoeveelheid vet en borstkanker maar bij een hoog transvetgehalte in het bloedserum kwam 75% meer borstkanker voor dan bij een laag gehalte van deze industrieel bewerkte vorm van onverzadigde vetzuren (koekjes en ander snoepgoed, sommige margarines). Een verband tussen het gehalte omega-3 vetzuren en borstkanker werd niet gevonden.  Men kwam tot deze data door de gehaltes in het bloed van circa 400 vrouwen met borstkanker te vergelijken met dat van 700 vrouwen zonder deze ziekte. (American Journal of Epidemiology, 2008)

Share

Reactie op “Vet en borstkanker

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *